Posts tonen met het label religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label religie. Alle posts tonen

dinsdag 8 oktober 2013

Geloof en de theorie van Alles

Eens per kwartaal krijg ik het blad illuster toegezonden, het alumniblad van de RijksUniversiteit Utrecht. Ik kijk dat altijd met interesse in, omdat er vaak erg goede artikelen in staan,  geschreven door prominenten op elk vakgebied of ook wel interviews met excellerende wetenschappers.  De interviewer beperkt zich meestal niet alleen tot het vakgebied sec, maar wil ook wel eens graag de  geïnterviewden  verleiden over de grenzen van hun specialisme heen te gaan. Ze komen dan op glad ijs, ze weten het zelf, maar ze praten dan toch vaak met de vertrouwde beslistheid en overtuigingskracht over deze maatschappelijk relevante zaken, die echter wel buiten hun vakgebied liggen. Zo geven theologen als Huub Oosterhuis en Hans Kuehn uitspraken over sexualiteit ten beste, in het bijzonder over homosexualiteit en pedofilie, daartoe uitgenodigd door menige handige journalist.  Soms geven ze dan ook nog blijk van een ontwapenende eenkennigheid, waarbij ze de aangesneden problematiek tegemoet treden met  de hun in hun specialisme zo vertrouwde  redeneertrant en kennis van allerlei wetmatigheden  en zo de "vreemde" problematiek als het ware overrompelen en deze binnen hun vakgebied trekken, resp. door "de lichaamsvreemde problematiek" te overspoelen.  Dat klopt natuurlijk niet, maar je kunt dat best vergoeilijken, al is een weerwoord dan wel op zijn plaats, zeker als er ook politieke implicaties zouden zijn, wat soms zeer zeker het geval is. Immers het is niet zo dat de argumenten aan kracht winnen als ze uitgesproken worden door een prominent iemand.

Wetenschap op topnivo vraagt heel veel aandacht, toewijding en inzet, die doorgaans ook met passie gegeven wordt.  Dat kan er licht toe leiden dat de wetenschapper met zijn diepteboringen ook steeds meer weet van steeds minder. Zo kan zich de neiging ontwikkelen om de inzichten van het eigen vakgebied te verabsoluteren.  Ik kan daarom begrijpen  dat Gerard 't Hooft, eminent onderzoeker in de physica en nobelprijswinnaar, in het stuk in Illuster over de natuur en de natuurwetten of juist de afwezigheid daarvan, tot de volgende uitspraak komt:

"Mijn gedachte is heel simpel: in principe worden alle processen die  in ons brein  plaats vinden wel degelijk door natuurwetten bepaald, maar dat maakt ze niet voorspelbaar en ook niet beheersbaar.
Daarom zeg ik: ik beschik nog steeds over een vrije wil, ook al weet ik dat alles wat er in mijn hersenen gebeurt in wezen door natuurwetten wordt bepaald."

Gerard 't Hooft is een gedreven theoretisch fysicus en heeft begrijpelijk de neiging om in alles en overal het effect van de natuurwetten te zien.  Nou is hij ook bepaald niet de eerste de beste;  hij heeft niet voor niets de Nobelprijs voor Physica gekregen.  Die erkenning tekent hem als een eminent wetenschapper, "een outstanding scientist", iemand die door zijn onderzoek en zijn inzichten wezenlijk en op excellente wijze bijgedragen heeft aan het vergroten van onze kennis en inzicht in de wetmatigheden die aan de natuur en de werkelijkheid ten grondslag liggen. Dus doe je er goed aan om aan zijn woorden serieus aandacht te geven. Ik heb dan ook met grote belangstelling zijn artikel gelezen. Op de eerste plaats omdat de natuur, en in engere zin ook de phsysica mij boeit, alhoewel ik met name van de physica  weinig kennis heb, en er weinig of niets meer van begrijp. Maar de wetenschapper die zich door het niet weten en niet begrijpen laat ontmoedigen moet nog geboren worden. Het niet weten en niet begrijpen leidt tot verwondering, motiveert tot kijken en analyseren, en gaat aan kennis en inzicht vooraf. Voila, zie daar de grondhouding van de natuurwetenschapper. En daarmee zal ik als gepensioneerd maar nog steeds gepassioneerd  wetenschapper Gerard 't Hooft in zijn artikel bevragen, en hier en daar ook heel eigenwijs zelf met wat beschouwing te voorschijn komen. Ik zie al de glimlach op het gezicht van Gerard.

In het bijzonder de physica is me de laatste jaren ontglipt. Ik heb onvoldoende kennis van en inzicht in de recente ontwikkelingen. Waar ik na mijn afstuderen in de biologie in 1968 nog enige jaren het idee heb gekoesterd, tenminste globaal de physica en zijn antipode de astronomie te kunnen volgen, ben ik de laatste jaren totaal het spoor bijster geraakt. Ik heb me daarmee verzoend door te bedenken dat de physica voor een belangrijk deel zichzelf aan het herhalen is: nog weer een grotere en krachtigere deeltjesversneller, weer nieuwe splitsingsproducten, en dus weer kleinere deeltjes, die soms wel en nog vaker niet bestaan. Bij mij is het denken aan subatomaire deeltjes bij het concrete vormvaste atoommodel van Bohr, met  het electron, het neutron en het proton, blijven steken. Daar kon je nog aan rekenen, tegenwoordig kun je nog alleen inschatten. De bonte verzameling aan deeltjes die nog weer daarna gekomen is,  is voor mij dus een brug te ver. Nou vind ik dat eigenlijk  ook wel een beetje een zorgelijke  ontwikkeling. Als ik, die toch een  enigszins ingewijde ben, het spoor al bijster ben, hoe moet het dan hen vergaan die ver van de natuurwetenschapsbeoefening afstaan, of die überhaupt niet het voorrecht hebben gehad te kunnen studeren en in literatuur, colleges en praktika kennis te nemen van de als maar voortschrijdende wetenschappelijke inzichten. Daaronder behoren dus ook veel van de politici die over onderzoeksgelden en onderzoeksprioriteiten, en maatschappelijk belang, moeten beslissen.

Het artikel in Illuster (nr 41) handelt over verwondering als drijfveer voor wetenschappelijk handelen, en heeft de titel: "Geen verwondering zonder verklaringsdrang". Een uitspraak die ik onmiddellijk wil parafraseren met: "Zonder verwondering geen verklaring". En daar heb je het al meteen: Gerard denkt in krachten en krachtvelden. Immers een drang is een kracht. Verwondering is mijn inziens het begin, en die behoeft als menselijke respons op de waarneming niet noodzakelijk te leiden tot onderzoek, maar kan evengoed leiden tot poezie of een gedicht in een emotionele ontboezeming. Gerard is een natuurwetenschapper en zoekt naar de wetmatigheden en de oorzakelijke mechanismen die ten grondslag liggen aan de verschillende fenomenen die zich in de realiteit om ons heen aan ons voordoen, en die door beschrijvend  en experimenteel onderzoek aan ons geopenbaard kunnen worden.  Hij is een theoretisch physicus, en hij houdt zich bezig met onderzoek op het meest fundamentele nivo, ver buiten het directe menselijke waarnemingsvermogen.  Een submicroatomaire wereld die alleen ontsloten kan worden met behulp van uiterst gesophisticeerde en kostbare apparatuur, die doorgaans ook van enorme omvang is: hoe kleiner de deeltjes hoe zwaarder en kostbaarder de apparatuur om ze direct of indirect waar te nemen en te omschrijven. Denk maar aan de deeltjesversneller van CERN.
Om maar eens met een stevige inswinger te komen, wil ik poneren dat de hier boven geschetste uitspraak van G't H dus minstens een beetje misleidend is. Zeker waar hij nog eens herhaalt te geloven dat "inderdaad de natuurwetten in het algemeen eigenlijk allesbepalend zijn". Dat hangt er maar van af op welk nivo tussen submicrocosmos en supramacrocosmos je je denken richt. Levensverrichtingen in brede zin zijn in elk geval zeker niet bepaald door de physische natuurwetten, alhoewel ze ten diepste wel een materiele grondslag hebben. Die veronderstelling resp. bewering van Gerard is een simplificatie van de werkelijkheid. Natuurlijk is het zo dat in de diepste grond voor alle materie dus ook voor de levende materie de physische wetmatigheden gelden, inclusief die van oorzaak en gevolg. De werkelijkheid van het leven is immers in laatste instantie  opgebouwd uit moleculen en atomen en wat daar achter ligt. Maar daar zit geen specificiteit  noch individualiteit in, en die beide aspecten zijn  nu juist kenmerkend voor het leven.  De atomen, en subatomaire deeltjes in de hersenen van Gerard zijn met zijn welnemen exact hetzelfde als in die van mij. Daarin ligt zowel enige troost, als het eigenlijke probleem en daarop geeft Gerard met zijn deterministische visie op de werkelijkheid geen antwoord op. De specifieke eigenaardigheden van het leven, die het leven interessant maken, bijv. intelligentie, zelfbewustzijn, en tal van levensverrichtingen kennen duidelijk eigen regels en wetmatigheden: op het nivo van de biologie, de ethologie en oecologie, de psychologie.  Je zou een vergelijking kunnen maken met een huis. Een huis is opgetrokken uit beton en bakstenen met een hoop buizen en draden, en een hele rimram van schroefjes tot deurklinken en dakpannen, allemaal keurig volgens een bestek en met uitgekiende technieken geconstrueerd, en geassembleerd, in een strakke gedetermineerde (nee, niet deterministische) ordening. Maar het huis is daarmee nog geen thuis met de kenmerkende menselijke warme, en liefdevolle huiselijkheid. Te zeggen dat de bakstenen bepalen wat er aan huiselijkheid gebeurt, is onzinnig.  Maar toch vormen die wel een materieel fundament dat het gezinsleven draagt, met een grotendeels statische ordening, waarop zich het leven afspeelt, in al zijn flexibiliteit, en speelsheid. Hoe belangrijk de ordening is, blijkt als er een aardbeving plaats vindt, en de zaak in elkaar stort, zoals betreurenswaardig genoeg nu weer nu in Turkije.  Dan is het leven ontregeld en ontredderd, maar niet verslagen en zeker niet liefdeloos.  Een tweede metafoor in een poging om dit belangrijke punt duidelijker te maken: een van de belangrijke natuurkrachten is de zwaartekracht, ontdekt en geformaliseerd door Newton, wellicht de grootste natuurkundige ooit, en waarschijnlijk ontleed, doorschouwd en verrijkt door Gerard. Dank zij de zwaartekracht zijn wij aan het oppervlak verbonden met de aarde, in een physische verhouding die wel liefdeloos is, en beschreven is (nee, niet bepaald) door de wet van de zwaartkracht (zie Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Zwaartekracht#Formule). We vallen niet van de aarde dank zij de  aantrekkingskracht van de aarde als geheel. Dezelfde zwaartekracht is, met dezelfde berekenbare wetmatigheid, bepalend voor de ordening en beweging van de planeten in banen rondom de zon, en die zijn uitgaande van de status quo verbijsterend precies voorspelbaar in tijd en plaats. Dat geldt echter niet voor ons mensen. Wij bepalen zelf waar we lopen, waar we heen gaan, wat we gaan doen. De specificiteit van ons denken, voelen en handelen heeft niets met de natuurwetten van doen. De natuurwetten hebben iets van de ezel in een tredmolen. Ik wil en kan het hier niet hebben over de wetmatigheden op het nivo van de thermodynamica en quantummechanica, en wat daar nog weer achter ligt. Daarvoor moeten we luisteren naar eminente specialisten als Gerard 't Hooft. Op dat nivo schijnen heel andere regels te gelden, en worden de eigenschappen van de materie veeleer beheerst door toeval en lijkt van enige individualiteit, specificiteit en intenti¬onaliteit helemaal geen sprake te zijn. Gerard haalt heel illustratief de kunstenaar aan die in zijn kunstzinnige uitingen een strict eigen interpretatie geeft van de werkelijkheid met een hoge mate van vrijheid ten aanzien van het werkstuk. Essentieel anders dan wat de levenloze natuur vermag. Die ligt in zijn mogelijkheden rigide vast. Alleen op grond van die rigiditeit, namelijk het vermogen uit te kristalliseren, is het Watson en Crick gelukt om door middel van Röntgendiffractie het DNA te analyseren en de opbouw in moleculaire eenheden te achterhalen. We vergeten wel eens dat het DNA in een levende cel een heel andere en dynamische organisatie moet kennen dan die kristallijne analyseerbare vorm. Op dat nivo heeft het ook geen zin meer om over het DNA op zich te praten, omdat het dan deel uitmaakt van een in hoge mate specifiek en subtiel regulerend interactiesysteem van moleculen en macromoleculen (eiwitten en RNA) structuren (membranen en organellen) en functies (bijv. enzymatische reactieketens), waarin en waarbij "recognition" een essentiele eigenschap is; heel anders, en  veel ingewikkelder dan in een reageerbuis bij een of andere DNAtest. De vraag hoe een dergelijke organisatie, die zo op het eerste aanvoelen chaotisch overkomt, kan leiden tot de hoge mate van specificiteit, adaptiviteit en intentionaliteit die kenmerkend zijn voor het leven, is een groot raadsel, dat zowel bewondering als verwondering oproept.  Niet voor niets dat  er mensen zijn, ook (pseudo)wetenschappers, die geloven dat de mens en de hele schepping het gevolg zijn van intelligent design, en uitgedacht is en geconstrueerd is door een denkende almacht. Dit is echter geen wetenschappelijke verklaring omdat hij niet benaderbaar is.  De vraag hoe het specifieke dan wel tot stand komt is machtig interessant, en wetenschappelijk zeker benaderbaar met onderzoek. Het lijkt wel zo te zijn dat "chaos", met slechts de meest fundamentele en aspecifieke  kenmerken, met interacties waarbij het toeval en onbepaaldheid de hoofdrol spelen, ten diepste aan de wortel ligt van de materie en alles wat er uit ontstaan is. Het onderwerp heeft enige analogie met het ontstaan, de ontwikkeling van  specifieke bouwplanpatronen uit een simpel bolletje met weinig organisatorische complexiteit, dat de eicel is. Onderzoek naar de oorsprong en het ontstaan van het heelal, waarbij deze condities lijken te gelden, begint me dit overdenkende, nog interessanter te worden.  Het is verheugend dat de astronoom en natuurkundige Steven Hawkins internationaal zo bewonderd wordt en zoveel belangstelling geniet juist ook van studenten uit allerlei vakgebieden. De fascinatie die van de man uitgaat is enorm en griezelig tegelijk. Hij verbindt in zijn grote denkraam het subatomaire nivo met het stellaire en galactische nivo, op zoek naar een theorie van alles, die misschien helemaal niet bestaat. Misschien is het zelfs zo dat chaos en toevalligheid en het ontbreken van enige andere wetmatigheid de diepste grondslag vormen van ons bestaan  en de kern vormen van een dergelijke theorie. Het zou kunnen dat er voor Gerard ook nog een taak is weggelegd om deze inzichten bij het publiek te brengen.

Waar het minstens duidelijk is dat op het nivo van de submicrocosmos, waar G'tH zijn inspanningen op richt, de materie onderhevig lijkt aan heel eigen physische wetmatigheden, op hogere nivo's, in de direct waarneembare materiële wereld om ons heen, zijn wel degelijk de ons vertrouwde physichchemische mechanismen en krachten werkzaam, zeg maar volgens de natuurwetten. We weten bijvoorbeeld allemaal  dat processen van groei en morphogenese  niet willekeurig zijn. Simpelweg gezegd, een kind lijkt op zijn ouders. Dus er zijn mechanismen werkzaam die patroonvorming en groei beheersen zelfs tot in de kleinste details. Het zal velen verbazen te horen, dat deze processen zeer geordend verlopen, en zelfs zo dat het uiteindelijke organisatiepatroon in sommige gevallen beschreven kan worden met eenvoudige wiskundige formules. De gulden snede is een bekend voorbeeld (zie Wikipedia). Uit mijn eigen vakgebied kan ik als voorbeeld aanhalen dat het aantal aan de buitenkant waarneembare celgrenzen van een 32-cellig slakkenembryo precies hetzelfde is als het aantal naden bij een leren voetbal en gerangschikt zijn in een vast aantal 5- en 6-hoeken. Merkwaardig nietwaar? Zou je 32 zeepbellen op elkaar kunnen plaatsen, dan kreeg je precies hetzelfde patroon. Veel meer van dit soort relaties waar physisch/chemische  mechanismen aan het werk zijn, vindt je in het boek Wiskundeboek, Clifford A. Pickover, 2010.
Het is dus  zo dat Gerard 't Hooft ten dele zeker gelijk heeft met zijn uitspraak, maar zeer zeker waar het de levende materie betreft niet in absolute zin.





maandag 7 oktober 2013

Evolutie als bijgeloof

Nu er, veel aandacht uitgaat naar Charles Darwin, moeten we ook even stil te staan bij Richard Dawkins, zijn volgeling en protagonist. Waar ik de eerste bewonder om zijn originele inzichten, wijs ik de tweede resoluut af om zijn kritiekloze adoratie van dezelfde inzichten, en de verkwanseling daarvan in zijn strijd tegen "god en gebod". Oh, Dawkins staat in de belangstelling, niet om zijn inzichten als bioloog, maar omdat hij  deze misbruikt als gangmaker in een "kruistocht" tegen gelovig leven. Hij doet daarmee het omgekeerde van wat de Roomse Kerk gedaan heeft tegen Galileo, maar hij maakt dezelfde fout, namelijk het door elkaar halen van twee verschillende realms: die van de ratio, de fysische wereld, met zijn natuurwetenschappelijke wetmatigheden én de wereld van de metafysica, met zijn gelovige, empathische inzichten. Het venijn druppelt uit zijn uitspraak: "Als Christus nu geleefd had, was hij atheïst geweest. Dat is hem kwalijk te nemen. Zijn standpunt is mutatis mutandis  even laakbaar en kwetsend als dat van de Britse bisschop Richard Williamson, die evenmin geloof kan hechten aan wat de geschiedenis aandraagt en "die de holocaust ontkent.

Waar Dawkins zijn wetenschappelijke mondje best kan roeren, getuigt hij van onthutsend en beschamend achterlijke opvattingen over God en Geloof. Zozeer zelfs dat hij de indruk wekt persoonlijke genoegdoening na te jagen. Het is ridicuul om te schermen met uitspraken als: "Water kan niet in wijn veranderen"; "over water  kun je niet lopen"; "ik heb nog nooit iemand uit de dood zien opstaan". Dat zijn immers allemaal waarheden als een koe. Het gaat in die verhalen om afbeeldingen van de werkelijkheid, die juist omdat ze niet de werkelijkheid zelf zijn, iets kunnen duidelijk maken wat niet rationeel analyseerbaar is, net zoals in de kunst. Maar we moeten wel aannemen dat hij, Dawkins, gezien zijn uitspraken een concreet beeld heeft van de god die hij zo stellig afwijst, zijn Godsbeeld. Hij houdt er dus een persoonlijk gekleurd beeld van god op na; een god met gestalte, vorm en inhoud. Professor Dawkins heeft dan dus een afbeelding gemaakt van wie en wat god is, om dan te zeggen: nee hoor, zoiets zo iemand bestaat niet. Logisch, want wat moeten we aanvangen met zo'n god van eigen maaksel, zo'n afgod. Dawkins  doet dan ook net datgene waar in alle religies voor wordt gewaarschuwd: maak geen beeld van god. Sommige religies, zoals het Jodendom, verbieden dat zelfs categorisch. Een inzicht dat teruggaat op Mozes, die net afgedaald van de berg Sinai, het beeld van god dat het volk gemaakt had, dat gouden kalf, in stukken smeet. In het Jodendom wordt het heel expliciet gezegd: God (YHWH) is de altijd andere. Hij heeft zelfs geen naam, iets wat wij mensen wel hebben. Als je al niet weet waar je het over hebt, hoe kun je dan zo zeker weten dat hetgeen je niet weet niet bestaat ?

De grote fout van Dawkins is, dat hij de realiteit en het leven op eigen maat snijdt, alsof er niets meer is dan dat wat hij ziet, hoort, voelt, ruikt, en wat hij kan meten. Dat is een gevaarlijke houding want dan heb je overal een concreet antwoord op, en dat leidt vroeg of laat tot isolement en zelfverheerlijking. Immers, gevoel, aanvoelen, meevoelen wordt dan uitgesloten. Empathisch vermogen en het toelaten van vragen waar je géén passend antwoord op hebt, en ook niet zult krijgen, is een essentieel aspect van menszijn. Dawkins echter ridiculiseert gelovige inzichten en verwijst die naar fabeltjesland. Hij heeft niet in de gaten dat geloof alleen maar verstaan kan worden als mens levend in een gemeenschap, in een volk onderweg, met een geschiedenis. In de overgeleverde verhalen van dat volk over hun verlangen, strijd, mislukking, hoop, triomf werd en wordt in de grote verhalen van de mensheid, de Mahabaratha, de Thora, de Talmoed, de bijbel, de Koran iets geopenbaard dat verder reikt dan het individuele onvolmaakte, dat de kleinmenselijke kommer en kwel èn de persoonlijke gelukservaring overstijgt en opneemt; dat reikt naar het sublieme, naar het bovenmenselijke. Sprekend in en door de verhalen, daar is God. Het inzicht van Evolutie is ook op verhalen gebaseerd, namelijk het verhaal van de fossielen. Dawkins gelooft voetstuks in dat verhaal, en gelooft meer dan hij zich realiseert, en misschien meer dan hem lief is.

Nee, mijnheer Dawkins, God is zeker niet die man met baard rustend op een wolk, zoals uitgebeeld door MichelAngelo. Van het goddelijke, is geen beeld te maken, en  je mag er zeker geen privébeeld van maken. Dat zou afgoderij zijn. Alleen zo kun je begrijpen dat "leven na de dood" kan inhouden dat "er voor de nabestaande(n) leven kan zijn na jouw dood", en dat je leven in het lichaam van de hele gemeenschap, "De Christus", door kan gaan en daarin door kan klinken en vruchtbaar kan zijn, zoals Paulus verhaalt." Voor macro-individualist en mega-realist Dawkins, is dat luchtledige praat; voor hem houdt alles op als hij sterft, en hij zal t.z.t. wel om euthanasie vragen, en hij zal snel vergeten zijn, omdat hij geen geloof, hoop en liefde kent.

Ik heb vooral bezwaar tegen het antireligieus fanatisme waarmee Dawkins  aan de ene kant de atheïstische levenshouding verdedigt en propageert, en anderzijds op agressieve wijze met een beroep op zijn wetenschappelijke inzichten  gelovig leven verkettert. Hier zou een wat meer bezonnen en vooral bescheiden beschouwing op zijn plaats zijn. Er ontbreekt nogal wat aan de evolutietheorie namelijk. Het is dan ook een theorie, dat wil zeggen geen wetmatigheid. Laten we even wel wezen, we hebben alleen een vage notie van de biochemische en biophysische mechanismen die de evolutie gedragen zouden kunnen hebben en ook nu nog zouden moeten dragen. Darwin's postulaat "survival of the fittest" is even charmant als simpel en mager, en geeft in feite, wederom in natuurwetenschappelijke zin, geen causale verklaring. Eigenlijk redeneert Darwin daarmee naar zijn doel toe. Immers hij zegt impliciet, de individuen die overblijven zullen wel het best aangepast zijn geweest, en daarom zijn ze overgebleven. Dat riekt stevig naar een kringredenering. Als je alles aanneemt, kun je alles bewijzen, hoorde ik vroeger. Op essentiële aspecten van het leven wordt helemaal niet ingegaan. Ter verduidelijking het volgende. Als je natuurlijke selectie aanneemt dan is genetische recombinatie als mechanisme voor het ontstaan van variatie binnen de soorten essentieel. De basis daarvoor is onder andere seksuele voortplanting, ten minste bij vertebaten. Nou is dat weer afhankelijk van het sexueel dimorphisme, met de prachtige fine tuning in anatomische en fysiologische maar ook karakterologische verschillen tussen de beide sexen. Waardoor  zijn deze verschillen ontstaan en hoe zijn ze geëvolueerd? Niemand die daar iets zinnigs over kan zeggen. De wetenschap lijkt zich daar ook niet druk om te maken. In de verhalen van de mens, die naar antwoorden zocht, wordt met het scheppingsverhaal  tenminste nog een poging gedaan. De evolutietheorie staat echter sowieso al als een dijk, wat moet je dan nog? Ik roep dan toch in herinnering dat wetenschappelijke vooruitgang alleen gewaarborgd is bij een kritisch wetenschappelijke houding van vragen, van je afvragen. Theorieën moeten gefalsificeerd worden en niet bevestigd.

=

zaterdag 22 oktober 2011

boekje open over het Jodendom



Reeds een aantal jaren geleden heb ik een boekje over het Jodendom, Le Judaïsme pour débutants, vertaald vanuit het Frans naar het Nederlands. Waarom? Ik had toen nogal intens contact met een religieuze LeefWerkgemeenschap, De Hooge Berkt in Thorn (Limburg), waar veel interesse was en is voor de Joodse religie en cultuur. Men wilde daar graag met de tekst gaan werken, maar de meesten, met name ook de eindverantwoordelijke, Mevr. Klomp, kenden geen Frans. Mij boeide het onderwerp ook in hoge mate, en ik zag het wel zitten om een vertaling naar het Nederlands te maken. Ik zag daarin tevens de mogelijkheid om een aantal interesses van mij te combineren, en ik speelde toen ook al met de mogelijklheid van een Nederlandse Uitgave. Mijn vertaling werd  nagelopen door Piet Heldens, leraar Frans, bij wie ik bij moeilijke passages in de tekst ook terecht kon. Er is veel werk in gaan zitten, maar het was de moeite waard.


Charles Szlakmann, de auteur, moet wel erg van het Jodendom houden. Dat proef je als lezer en kijker van dit boekje op elke bladzijde. Hij brengt op een wijze die mij sterk aan de musical Anatevka doet denken, teder  en  invoelend, de beginselen van de Joodse religie, levenswijze  en levenstijl dichtbij, zonder afbreuk te doen aan het mysterie van waaruit de Jood en de mens leeft. Geloof en leven blijken twee kanten te zijn van het Jodendom; als Natuur en Cultuur, onverbrekelijk met elkaar verbonden en in elkaar geweven als schering en inslag, niet statisch, maar dynamisch in het leven van elke dag. Ik heb ervan genoten dit boekje te kunnen vertalen en ik hoop zo dit boekje van Szlakmann voor mensen in het Nederlandse taalgebied toegankelijk te maken. De vertaling was aanvankelijk bedoeld voor intern gebruik binnen de Hooge Berkt Gemeenschap, en daar is het inderdaad een blauwe maandag onderwerp van gesprek geweest. Verkwisting van tijd en energie? Ach, er zijn ergere dingen. Toch vond ik het zonde om de vertaling verder ongebruikt in de kast te laten staan. Een speurtocht langs een paar uitgevers en een Joodse Organisatie leerde me dat voor een herdruk in het Nederlands geen interesse is. Daarom doe ik het maar zo; via het internet dus, in de hoop diegene te vinden die van dit prachtig werk kennis wil nemen. 

Ik heb uiteraard geprobeerd om contact met Charles Szlakmann te krijgen om met hem tot overeenstemming te komen. Het liefst zou ik een gezamenlijke publicatie met hem hebben willen maken. Ik heb tenslotte zijn adres gevonden en heb hem via een e-mail de vraag voorgelegd wat hij van het idee vond om samen een Nederlandse versie op de markt te brengen. Na het nodige speurwerk heb ik tenslotte met Charles zelf contact gekregen, die me doorverwees naar de Uitgever, aan wie hij alle rechten had overgedragen . Van deze Uitgever kreeg ik, onder bepaalde voorwaarden, toestemming om een vertaling op Internet te zetten. Ik zal dat dan ook gaan doen.


Ben je geïnteresseerd? Je mag me ook altijd contacteren via: opapake@gmail.com


donderdag 24 februari 2011

Richard Dawkins: evolutie als bijgeloof


Richard Dawkins, “a great believer”
Nu er, veel aandacht uitgaat naar Charles Darwin, moeten we even stil te staan bij Richard Dawkins, zijn volgeling en beschermheer. Waar ik de eerste bewonder om zijn inzichten, wijs ik de tweede resoluut af om zijn kritiekloze adoratie van dezelfde inzichten, en de verkwanseling daarvan in zijn strijd tegen "god en gebod". Oh, Dawkins staat in de belangstelling, niet om zijn inzichten als bioloog, maar omdat hij  deze misbruikt als gangmaker in een "kruistocht" tegen gelovig leven. Hij doet daarmee het omgekeerde van wat de Roomse Kerk gedaan heeft tegen Galileo, maar hij maakt dezelfde fout, namelijk het door elkaar halen van twee verschillende realms: die van de ratio, de fysische wereld, met zijn natuurwetenschappelijke wetmatigheden én de wereld van de metafysica, met zijn gelovige, empathische inzichten. Het venijn druppelt uit zijn uitspraak: "Als Christus nu geleefd had, was hij atheïst geweest. Dat is hem kwalijk te nemen. Zijn standpunt is mutatis mutandis  even laakbaar en kwetsend als dat van de Britse bisschop Richard Williamson, die evenmin geloof kan hechten aan wat de geschiedenis aandraagt en “die de holocaust ontkent.
Uit Wikipedia
Waar Dawkins zijn wetenschappelijke mondje best kan roeren, getuigt hij van onthutsend en beschamend achterlijke opvattingen over God en Geloof. Zozeer zelfs dat hij de indruk wekt persoonlijke genoegdoening na te jagen. Het is ridicuul om te schermen met uitspraken als: "Water kan niet in wijn veranderen"; "over water  kun je niet lopen"; "ik heb nog nooit iemand uit de dood zien opstaan". Dat zijn immers allemaal waarheden als een koe. Het gaat in die verhalen om afbeeldingen van de werkelijkheid, die juist omdat ze niet de werkelijkheid zelf zijn, iets kunnen duidelijk maken wat niet rationeel analyseerbaar is, net zoals in de kunst. Maar we moeten wel aannemen dat hij, Dawkins, gezien zijn uitspraken een concreet beeld heeft van de god die hij zo stellig afwijst, zijn Godsbeeld. Hij houdt er dus een persoonlijk gekleurd beeld van god op na; een god met gestalte, vorm en inhoud. Professor Dawkins heeft dan dus een afbeelding gemaakt van wie en wat god is, om dan te zeggen: nee hoor, zoiets zo iemand bestaat niet. Logisch, want wat moeten we aanvangen met zo’n god van eigen maaksel, zo’n afgod. Dawkins  doet dan ook net datgene waar in alle religies voor wordt gewaarschuwd: maak geen beeld van god. Sommige religies, zoals het Jodendom, verbieden dat zelfs categorisch. Een inzicht dat teruggaat op Mozes, die net afgedaald van de berg Sinai, het beeld van god dat het volk gemaakt had, dat gouden kalf, in stukken smeet. In het Jodendom wordt het heel expliciet gezegd: God (YH-WH) is de altijd andere. Hij heeft zelfs geen naam, iets wat wij mensen wel hebben. Als je al niet weet waar je het over hebt, hoe kun je dan zo zeker weten dat hetgeen je niet weet niet bestaat ?

De grote fout van Dawkins is, dat hij de realiteit en het leven op eigen maat snijdt, alsof er niets meer is dan dat wat hij ziet, hoort, voelt, ruikt, en wat hij kan meten. Dat is een gevaarlijke houding want dan heb je overal een concreet antwoord op, en dat leidt vroeg of laat tot isolement en zelfverheerlijking. Gevoel, aanvoelen, meevoelen wordt uitgesloten. Empathisch vermogen en het toelaten van vragen waar je géén passend antwoord op hebt, en ook niet zult krijgen, is een essentieel aspect van menszijn. Dawkins echter ridiculiseert gelovige inzichten en verwijst die naar fabeltjesland. Hij heeft niet in de gaten dat geloof alleen maar verstaan kan worden als mens levend in een gemeenschap, in een volk onderweg, met een geschiedenis. In de overgeleverde verhalen van dat volk over hun verlangen, strijd, mislukking, hoop, triomf werd en wordt in de grote verhalen van de mensheid, de Mahabaratha, de Thora, de Talmoed, de bijbel, de Koran iets geopenbaard dat verder reikt dan het individuele onvolmaakte, dat de klein-menselijke kommer en kwel èn de persoonlijke gelukservaring overstijgt en opneemt; dat reikt naar het sublieme, naar het bovenmenselijke. Sprekend in en door de verhalen, daar is God. Het inzicht van Evolutie is ook op verhalen gebaseerd, namelijk het verhaal van de fossielen. Dawkins gelooft voetstuks in dat verhaal, en gelooft meer dan hij zich realiseert, en meer dan hem misschien lief is.

Nee, mijnheer Dawkins, God is zeker niet die man met baard rustend op een wolk, zoals uitgebeeld door MichelAngelo. Van het goddelijke, is geen beeld te maken, en  je mag er zeker geen privé-beeld van maken. Dat zou afgoderij zijn. Alleen zo kun je begrijpen dat "leven na de dood" kan inhouden dat "er voor de nabestaande(n) leven kan zijn na jouw dood", en dat je leven in het lichaam van de hele gemeenschap, "De Christus", door kan gaan en daarin door kan klinken en vruchtbaar kan zijn." Voor macro-individualist en megarealist Dawkins, is dat luchtledige praat; voor hem houdt alles op als hij sterft, en hij zal t.z.t. wel om euthanasie vragen, en hij zal snel vergeten zijn, omdat hij geen geloof, hoop en liefde kent. 


Ik heb bezwaar tegen het antireligieus fanatisme waarmee Dawkins  aan de ene kant de atheïstische levenshouding verdedigt en propageert, en anderzijds met een beroep op zijn wetenschappelijke inzichten  gelovig leven verkettert. Hier zou best een wat meer bezonnen en vooral bescheiden beschouwing op zijn plaats zijn. Er ontbreekt nogal wat aan de evolutietheorie namelijk. Het is dan ook een theorie, dat wil zeggen geen wetmatigheid. Laten we even wel wezen, we hebben alleen een vage notie van de biochemische en biophysische mechanismen die de evolutie gedragen zouden kunnen hebben en ook nu nog zouden moeten dragen. Darwin's postulaat “survival of the fittest” is even charmant als simpel en mager, en geeft in feite, wederom in natuurwetenschappelijke zin, geen causale verklaring. Eigenlijk redeneert Darwin daarmee naar zijn doel toe. Immers, hij zegt impliciet, de individuen die overblijven zullen wel het best aangepast zijn geweest, en daarom zijn ze overgebleven. Dat riekt stevig naar een kringredenering. Als je alles aanneemt, kun je alles bewijzen, hoorde ik vroeger. Op essentiële aspecten van het leven wordt helemaal niet ingegaan. Ter verduidelijking het volgende. Als je natuurlijke selectie aanneemt als richtinggevend principe, dan is genetische recombinatie als mechanisme voor het ontstaan van variatie binnen de soorten essentieel. De basis daarvoor is seksuele voortplanting, ten minste bij vertebaten. Nou is dat weer afhankelijk van het sexueel dimorphisme, met de prachtige fine tuning in anatomische en fysiologische maar ook karakterologische verschillen tussen de beide sexen. Hoe zijn deze verschillen ontstaan en hoe zijn ze geëvolueerd? Survival of the fittest? The fittest for what? Niemand die daar iets zinnigs over kan zeggen. De wetenschap lijkt zich daar ook niet druk om te maken. In de verhalen van de mens, die naar antwoorden zocht, wordt met het scheppingsverhaal tenminste nog een poging gedaan. De evolutietheorie staat echter als een dijk, wat moet je dan nog? Ik roep dan toch in herinnering dat wetenschappelijke vooruitgang alleen gewaarborgd is bij een kritisch wetenschappelijke houding van vragen, van je afvragen. Theorieën moeten gefalsificeerd worden en niet bevestigd (Carl Popper).

Geloven tegenover zeker weten? Dawkins verkettert geloof, en bestrijdt het alsof het een kwaad is. Maar ik heb de indruk dat waar hij zeker meent te weten hij in feite gelóóft zeker te weten, terwijl dat niet zo is. Hij gelóóft in de juistheid van de evolutietheorie; hij gelooft meer dan hij wil toegeven. O nee? Hij zegt met grote nadruk en stelligheid dat hij niet gelooft in god. Hij gelooft dus in feite niet in de verhalen die mensen en medemensen tot een gelovige levenshouding hebben gebracht. Maar hij gelooft wel in het verhaal van de evolutie. Waarom eigenlijk? Baseert hij zich op eigen waarnemingen? Of gelooft hij in het verhaal van Darwin? Ik krijg de indruk dat ook deze wetenschapper met zijn grote theorieën een “great believer” in zichzelf is. De evolutionist gelooft in de juistheid van de evolutietheorie, analoog (of moet ik zeggen homoloog) aan de gelovige die gelooft dat er een God die is bestaat. Dat zou tot wederzijds begrip kunnen leiden in plaats van wederzijdse verkettering. Zijn afwijzen van religie brengt ons terug naar de tijd van Galileo, toen het omgekeerde het geval was. In die tijd domineerde de theologie de hele samenleving, en de opkomende natuurwetenschap werd op de pijnbank gelegd van de inquisiteur. Hij doet het omgekeerde en bestempelt de gelovige levenshouding tot gezever. De twee benaderingen van mens en wereld behoren elkaar echter aan te vullen. Theologie en zijn gelovigen aan de ene kant, met de troost die religie direct en indirect biedt voor de vele behoeftigen in deze wereld, en de Natuurwetenschap met zijn beoefenaren aan de nadere kant met de progressie in het begrip van de natuurlijke grondslagen van de wereld. De twee benaderingswijzen vormen twee verschillende sferen die elkaar ontmoeten langs de omtrek van de horizon. Gelukkig beseffen we nu dat de aarde rond is, dat de horizon dus altijd op afstand blijft en onbenaderbaar is. We zullen nooit zeker weten wat er achter ligt; er blijft veel te geloven. Dawkins slaat met zijn wetenschappelijke sledge-hammer de aarde weer plat,  en berooft de mens van de zin van zijn geschiedenis. Er is nog een bioloog, Frans de Waal, iemand die het plat optilt, en de wereld in zijn multidimensionaliteit opent. Hij zegt op grond van zijn befaamde onderzoek met apen: "Dit is een tijd voor empathie. Niet hoewel, maar juist omdàt we zoogdieren zijn". Ik kan zijn inzicht dat "de cerebraliteit van de mens enorm wordt overschat", en het waarom daarvan, van harte bij Richard Dawkins, en bij ons, aanbevelen (art. Knack,nr 52, 2009).