Posts tonen met het label psalm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psalm. Alle posts tonen

zaterdag 17 december 2011

Simonis: Ja, Ich habe es gewusst


Ik had besloten om de discussie over kindermisbruik in de Kerk maar te laten voor wat het is; sexueelmisbruik is een minderwaardig gebeuren dat om harde maatregelen vraagt van kerkelijke overheid en van Justitie, maar ook een problematiek waar we vroeg of laat doorheen moeten leven. Ik behoor tot degenen die door alles heen, nog steeds vinden dat de Kerk, dat zijn wij, ook veel goeds gebracht heeft. Het is niet allemaal treurnis en kommer en kwel. We mogen gerust bedenken dat de Kerk meer is dan het instituut, en groter is dan het Vaticaan en beter dan een stelletje misdadige onverlaten. Ik ben het daarin eens met de overtuiging van Oosterhuis: de kerk dat zijn wij, wij zijn het lichaam van Christus. Wel, laat ieder voor zich maar nagaan of hij/zij als tegenwicht voor de ellende iets goeds heeft bijgedragen. Ik ben er zeker van dat er veel positieve antwoorden zijn.

Nu na het zoveelste interview dat Oosterhuis gegeven heeft, of dat hem afgenomen is, voel ik me geroepen toch nog een keer te reageren. Via Oosterhuis blijft namelijk nog steeds de opvatting circuleren dat kindermisbruik alles te maken heeft met de celibaatsverplichting. Ik ben het, en velen met mij, niet met hem eens. Sterker nog, ik meen dat deze ex-jezuïet iets te fanatiek als maar op dit door hem veronderstelde oorzakelijk verband tamboereert. En de pers schijnt hem daarin blindelings te volgen, alsof hij als uitgetreden priester het verlossende inzicht heeft. Verwacht de pers van hem nou echt een gewogen oordeel over oorzaak en gevolg? Het lijkt er meer op dat ze via hem gemakkelijk kunnen scoren door een oud zeer op te kloppen, en succes lijkt gegarandeerd. Persoonlijk denk ik dat zijn verzaken aan de celibaatsver-plichting, na een vrijwillig gegeven gelofte, Oosterhuis meer aan het hart gegaan is dan hij laat uitschijnen. Hij komt bij mij nogal gefrustreerd over, en dat is begrijpelijk gezien de miskenning die hem als nasleep ten deel is gevallen. De consequentie van zijn opvatting was maar liefst dat hij uit de kerk werd gestoten, al mag slimpie Wiertz dan beweren dat hij in feite zichzelf als ketter buiten de kerk had gezet. Het gekrakeel gaat door, nu weer tussen de bisschoppen Eijk (Den Bosch) en De Korte (Groningen), ook weer met als onderwerp de liederen van Oosterhuis. Het lijkt er op dat de Kerk in "distress" verkeert. Heren kom eens collegiaal bij elkaar en zoek het alsjeblieft uit. Ik ben dat onpersoonlijke politiek getinte mannetjesgedoe in deze toplaag van de kerk eigenlijk meer dan beu. Buig je ook eens serieus over de problematiek van het kindermisbruik in de kerk. Doe het vooral ook wat eerlijker dan vaticanist Mgr Bertone, die schandelijk de schuld afschuift op de homo-sexuelen (ja mijnheer Cantalamessa, zoals de Nazi’s deden op de Joden), en deze comfortabel als universele zondebok lijkt te willen bestempelen.



Huub Oosterhuis: katholieke seksschandalen zijn inherent aan het celibaat




Huub Oosterhuis
Elsbeth Etty
Huub Oosterhuis"...de steppe zal bloeien.."


Het interview stond in de NRC. Weer werd ik getroffen door de broeierige blik die Oosterhuis laat zien op een van de foto's. Haat hij inderdaad de kerk zoals hij eens gezegd heeft; een kerk die hem toch wel van zijn voetstuk gestoten heeft? Tussen de regels van zijn betoog, lees ik hoe rancuneus hij is, en hoezeer hij het de kerk kwalijk neemt dat ze zo onverbeterlijk log en behoudend is. Hij beziet zelfs de sexuele geweldplegers, waar het in het interview over gaat, de paters en broeders (en nonnen), in "zekere zin als slachtoffers". Ik vind dat hij daarmee uit de bocht vliegt. Ik zie deze mensen als daders die op een goedkope manier zwaar misbruik hebben gemaakt van hun positie. Wat, positie? Jazeker, een positie van aanzien, overwicht en macht. En dat is heel wat anders dan dat ze slachtoffer zouden zijn. Als zij zo leden onder de druk van hun hormonen, een normaal mens zou zeggen: als ze zo geil waren, dan stonden hen andere wegen open, bijvoorbeeld zoals in religieuze kringen kennelijk voor sommigen usance was, "even naar Luik gaan"; een eufemisme voor “naar de hoeren gaan”. Menige sexueel behoeftige onder de Clerus is kennelijk deze weg gegaan. Van mij zul je daar geen kwaad woord over horen. Oosterhuis is een andere weg ingeslagen. Die heeft een lieve verpleegster " als zijn vrouw tot zich genomen", iemand die ongetwijfeld zeer van hem gecharmeerd was, en er uitsluitend voor hem alleen was en wou zijn. Ik geef hem geen ongelijk, het is zijn leven. Het is duidelijk dat hij helemaal in de sfeer van "het concilie van Noordwijkerhout", al vroeg zijn conclusies getrokken had en alvast een voorschotje had genomen op de communis opinio van de vergadering, dat het celibaat afgeschaft zou moeten worden. Hij zelf heeft dus niet zo geleden onder het torsen van een celibaatgelofte. Menig gezagsgetrouw priester echter heeft tegen de verwachting in en tot zijn teleurstelling moeten constateren dat het celibaat wel degelijk onverkort gehandhaafd bleef. Met als schrale troost dat er veel begrip bleef bij "hogerhand" voor het sexueel falen en dwalen van de herders van de kerk, zoals zelfs in het geval van kindermisbruik, zoals nu jammerlijk blijkt. Het lijkt me van groot belang dat we proberen zuiver te onderscheiden wat er ten grondslag ligt aan het kwaad van sexueel misbruik. Doen we dat niet dan kunnen we vergeten dat we tot een oplossing komen van dit serieuze probleem en zo nieuwe wantoestanden met nieuwe slachtoffers kunnen voorkomen.
Het celibaat kan onmogelijk de primaire oorzaak zijn. Het celibaat is immers een omstandigheid, een manier van leven, en wel zonder partner, zonder sex; het is geen oorzaak. Nee, de onmiddellijke oorzaak is lust, laten we maar direct en onomwonden man en paard noemen, ja, lust; geilheid; sexuele aandrang, de instinctieve drift die biologisch is ingebakken in de natuur van mens en dier. Als de kerk zo schermt met natuurlijke wetmatigheden, wat ze doet, en altijd maar weer à la Aristoteles, dan zal ze de sexuele drift als diep gewortelde van God gegeven aandrang en eigenschap van de mens moeten erkennen. Bovendien zal ze moeten toegeven dat die driftmatige aandrang niet te temmen is, net zo min als honger en dorst. Het is een levenskracht die een kanaal zoekt om zich te kunnen manifesteren, zoals elke man met ballen zal kunnen bevestigen. Mooi als dat kan gaan via een "natte droom", zoals Antoine Bodar zo openhartig en vertederend vertelde. Maar als je daar als levenslustige jongeling op moet wachten, dan denk ik dat je al gauw de paalstok in handen gaat nemen om over de sloot te springen. Het is prachtig, en het staat heel deftig om te schermen met mooie leerstelligheden, zoals die ontleend aan de Kerkvader Augustinus. Maar deze man heeft wel eerst vele jaren "de beest uitgehangen", zoals hij zelf ergens zegt, en heeft zich daarna, de vrouwen zat en moegestreden, aan de kerk gewijd in een overtuigd celibatair leven, ongehuwd dus, en zonder sex (dat mag officieel alleen binnen het huwelijk, vandaar). Feit blijft, dat het tegennatuurlijk is en in zekere zin zelfs hoogmoedig dat de kerk zijn dienaren vanaf de wijding tot priester impliciet met een verplichting tot sexuele onthouding opzadelt. Maar er is meer. Een celibatair leven houdt ook in de afwezigheid van liefdevolle intimiteitsbeleving zoals die kenmerkend is voor de relatie tussen partners; in een huwelijk tussen man en vrouw. De priester vindt hiervoor hopelijk soelaas in het doorleven van een mystieke relatie met de Kerk, en in de vriendschap met anderen binnen de kerkgemeenschap, priesters, leken. Niet gemakkelijk en het zal een hele weg vergen om compensatie te vinden voor die diepmenselijke behoefte aan tederheid, en intimiteit. Nee, niet eenvoudig, gezien de groeiende eenzaamheid en gevoelsarmoede binnen de Kerkgemeenschap. Een leven zonder sex is echter een ander verhaal. Intimiteit krijgt gestalte in lichamelijke en spirituele nabijheid, maar sexuele aandrang is een instinctieve neiging die streeft naar lichamelijke bevrediging. Leven zonder sex? Ja, dat is mooi voor eunuchs, lollig voor vrijdenkers als Oosterhuis, die er zich geen moer van aantrekken, maar lullig voor degenen die trouw aan hun gelofte willen blijven. Het is misschien alleen nog een ideaal voor impotent geworden celibataire senioren die de lust vergaan is, zoals het bisschoppencollege, bij Simonis vergaderd voor het interview.. Het is in elk geval tegen de natuurlijke orde, al is de gelofte nog zo vrijwillig afgelegd.
Van bevrediging van sexuele behoefte naar kindermisbruik is een ontoelaatbare stap. De suggestie dat het huwelijk hier een oplossing zou kunnen bieden, en dat bij opheffing van het celibaat sexueel misbruik niet meer zou voorkomen, getuigt mijns inziens van kortzichtigheid en van een tunnelvisie. "Laat ze trouwen en het probleem is opgelost" hoor je wat al te vaak. Nou nee hoor, immers ook gehuwden, zowel binnen als buiten de kerk, blijken zich over te kunnen geven aan sexueel geweld, ja zeker, ook in de vorm van kindermisbruik. Vandaag stond het weer eens in de krant: gehuwde man verleidt via internet met een valse identiteit heel jonge meisjes met de worst van een modellencarrière en verkracht ze, zowat aan de lopende band. Ja, zo gemakkelijk is het voor deze geraffineerde booswichten. De indruk dringt zich op dat misbruik slechts een andere omschrijving is voor sexuele dwang, geweld dus, dat misdadig wordt aangewend, uitsluitend en alleen voor bevrediging van eigen lusten, ten koste van een ander. De dader legt zijn wil op aan het slachtoffer. Nee vrienden, het huwelijk is daar niet voor, al is duidelijk dat ook binnen het huwelijk agressief gewelddadig gedrag te vaak voorkomt; het huwelijk biedt geen soelaas voor puur bevrediging van ikgerichte sexuele lust. Althans in onze cultuur heerst in een huwelijksrelatie de liefde en is er geen plaats voor ikgerichte dominantie, dwang en overheersing. We weten dat dit niet in elke cultuur zo is. Echtelieden zijn partners en zijn gelijkwaardig. Voor Man en Vrouw is het een opdracht om, als gelijken en elkaars aanvulling én tegenover, de weg te gaan van menswording, waarbij het belang van de ander op de eerste plaats komt. Ik denk dat de plegers van sexuele dwang jegens kinderen zich in een huwelijk niet bepaald op hun gemak zouden voelen. Met het overwicht van de "dienaar van god" een kind je wil opleggen en het kind chanteren, is heel wat anders dan een gelijkwaardige creatieve en vruchtbare relatie aan te gaan met een volwassene.
Hoe kan een pastor tot sexueel misbruik komen? Allez, hij wordt toch net zoals iedere man aangestuurd door zijn instinct, zijn sexuele drift. Maar anders dan de meesten kan hij kennelijk niet in een verantwoordelijke relatie naar anderen gaan staan en zoekt hij uitsluitend zichzelf. In geval hij zijn lust richt op kinderen, maakt hij misbruik van de omstandigheden waarin een kind vertrouwvol in zijn nabijheid verkeert als misdienaar bijvoorbeeld en hij maakt misbruik van zijn overwicht als volwassene en als priester. Hij wordt kennelijk uitsluitend driftmatig gestuurd door zijn eigen lust, waarvoor alles moet wijken en waarbij het wel-zijn van het kind voor hem/haar niet van belang is. Het kind wordt in feite tot slaaf gemaakt van zijn sexuele lust. Waarschijnlijk is hij daarin ook slaaf van zichzelf, en "kan hij het niet laten". Het kan bijna niet anders dan dat de dader een pedofiel is. Een normale man, priester of leek, richt zich niet op een kind, maar zoekt contact met een volwassene, man of vrouw, als verrukkelijk tegenover, die hem in zijn of haar eigenheid aanspreekt. Ik ben het dan ook mordicus oneens met Huub Oosterhuis die beweert dat kindermisbruik een direct gevolg is van de celibataire status zoals die werd aangekweekt op de kweekscholen. Volgens Oosterhuis zou het celibaat onvermijdelijk leiden tot een verkrampte en getourmenteerde beleving van de sexualiteit hetgeen dan tot uiting zou moeten komen in kindermisbruik. Hij generaliseert in zijn redeneren mateloos, en komt tot uitspraken die elke grond missen. In mijn ogen zijn degenen die zich overgeven aan sex met kinderen, wel degelijk pedofielen, die misbruik maken van de omstandigheden. Goed beschouwd is de "theorie" van Oosterhuis gebaseerd op indrukken die hij opgedaan heeft in kleine kring. "Ik heb eens iemand gekend die...", zegt hij ergens. Oosterhuis kan maar beter bij zijn leest blijven. Hij is een dichter en geen sexuoloog. Dichters blinken meestal niet uit in hun exacte perceptie van de werkelijkheid.

Reken maar dat seksverslaving daders zal aanzetten om slim te werk te gaan. Nee, niet de omstandigheden maken de dief, zoals je zo vaak hoort, het is hier de dief die de omstandigheden creëert. Er zijn verbijsterende voorbeelden genoeg: hij gaat vrijwilligen op een kinderspeelplaats en gaat mee op een jeugdkamp; zij gaat een crèche beginnen; hij gaat lief en toegewijd met veel gevoelig lichamelijk contact zwemles geven aan minder valide kinderen; zij wordt rechter voor gezinszaken en heeft vertrouwelijke gesprekken met kinderen die al mishandeld zijn en troost zoeken en doet er nog een schepje bovenop (historisch!); hij wordt priester en hem zijn de jonge knapen toevertrouwd die moeten worden opgeleid tot misdienaar. Zijn dat allemaal aberrante getourmenteerde vormen van sex-beleven? Nee waarom? De natuur zoekt een weg, zo eenvoudig is dat. Ah, het zijn wel ontmenselijkte vormen van sex beleven. Sex op zich is slechts de krachtige instinctieve impuls die een weg zoekt, en die ook vindt, dichtbij of veraf; in de pastorie of in Luik, in het zwembad, of in een hotel; voor het beeldscherm of in een of andere uithoek op een feestje. Sex is een drijfveer die de mens aanzet tot handelen gericht op bevrediging met of via een ander. Bij een normaal mens kan die impuls gecorrigeerd en gericht worden door edele motieven van menselijkheid waarin het egoïsme overwonnen wordt, zoals in een huwelijk. Sommigen lukt dat niet, wat dan onherroepelijk leidt tot een doortrapt en slim creëren van de omstandigheden waarin hij/zij uiteindelijk als dader kan toeslaan en bevrediging kan vinden. Actief (penetratie) of passief (zich laten..), beide extremen doen zich blijkbaar voor met grote emotionele schade voor het slachtoffer, in veel gevallen blijkbaar een kind. Er is kennelijk steeds een ander bij nodig, er moet dwang worden uitgeoefend, iemand moet worden onderworpen, en worden gebruikt. Er zit een sadistische component in dit gedrag.

De conclusie dringt zich op dat het gedrag van sexuele geweldplegers primair een vorm is van machtsmisbruik en chantage. Allez, heeft de priester dan zoveel macht? Ik denk het wel. We zijn toch niet vergeten hoeveel overwicht de priester in die tijd, de zestiger jaren, nog had, zelfs op de volwassenen. Juist omdat hij de mensen van het volk kon voorhouden hoe ze zich te gedragen hadden wel wetend dat de normen op het gebied van sexualiteit en huwelijk niet te halen waren. Maar ach, daar was dan de biecht weer goed voor. Noem dat maar geen macht! Hij mocht vergeving uitspreken; hij werd om zijn toewijding en zelfopoffering bewonderd; om zijn onthechting aan het aardse werd hij gerespecteerd; om zijn kennis van kerkelijke moraal werd hij geëerbiedigd, ook al hield hij er zich zelf niet aan; en hij had toegang tot de bovenste culturele laag van de samenleving; kortom hij genoot aanzien en dus had hij macht, en dat was hem ongetwijfeld aangenaam. Het was een compensatie voor zijn celibaats-verplichting en een knuffeltje, och, dat kon er altijd nog wel af en kon met een grapje wel door de vingers worden gezien. Het was bepaald niet evident om tegen het vermeende en verleende gezag van de priester in te gaan en zeker niet in die tijd met zijn enge hiërarchische verhoudingen, de sociale controle en de slaafse gezagsgetrouwheid. De bisschop was een vorst in het klein, en domineerde zijn medewerkers, de priesters, in een strikte hiërarchie. Domineerde ook de gelovigen en had in de arbeidsverhoudingen van toen in een handje klap met de industriëlen, de bazen, nogal wat in de pap te brokkelen. Een situatie die nu althans in Europa gelukkig drastisch veranderd is. De priester stond op de onderste ladder, maar was op zijn beurt de spirituele rentmeester van het gewone volk dat toentertijd, begin zestiger jaren, geplaagd werd door armoede, afhankelijkheid en onwetendheid. Het wordt op onthutsende wijze uitgebeeld in de films “Daens” en “De Magdalenazusters”, die de wantoestanden schetsten van een corrupte kerk in het begin van de vorige eeuw, en haar gemene zaak met de toplaag van de industriëlen en overheid.
Wie koos er voor het priesterschap? Jongemannen met een hang naar “het Woord”, de symboliek, de plechtstatige gebarentaal, de show en het decorum van het rijke roomse leven; zij die zich graag wilden invoegen in het machtige instituut van de kerk, waaraan zij als offspin voor zichzelf aanzien en gezag zouden kunnen gaan ontlenen. Ik zag het als jonge knaap gebeuren hoe twee van mijn klasgenoten thuis een altaartje hadden met alles er op en eraan; die met overgave en idioot devoot de mis opdroegen, en die mij beiden zover gekregen hadden dat ik een keer misdienaar bij hen werd. Ik griezelde er van. Ik heb ook als student binnen de kerk diverse keren de dominantie en spirituele arrogantie en de "Herenmentaliteit" van deken, vicaris en bisschop van nabij ondervonden. Mannen, erudiet en vaak speekselig welbespraakt, doorkneed met het brevier van een omvangrijke kerktraditie, altijd piekfijn, smetteloos gekleed, ter ere gods natuurlijk; op handen gedragen en verwend door de nonnen van het plaatselijke klooster, en allerlei fanatieke anderen die van geen kwaad woord wilden horen en een speels knuffeltje, en soms daarna meer, best konden vergoeilijken. De kerk werd als de lamp van Aladin door allerlei goedwillenden, vooral vrouwen, opgewreven in verwachting dat er iets goeds uit zou komen, en dat kwam, reken maar. Dan kan het zo verkeren dat tenslotte niet het koper maar de bedienaar wordt opgewreven. Van instituut naar persoon is immers maar een kleine stap. Iedere katholiek zal zich wel eens geërgerd hebben aan de het gekuip en gekruip van sommige parochianen om maar bij de pastoor in een goed blaadje te komen en daarmee een paar korreltjes aanzien vanonder de tafel mee te kunnen pikken. Iemand die in zo'n positie verkeert van vleierij en bevrediging van eerzucht, corrumpeert gemakkelijk tot bevrediging van het eigen ik. We zien het over de hele wereld gebeuren, de kerk is daar kennelijk geen uitzondering op.Nee beste Oosterhuis ik geloof er geen biet van dat met opheffing van het celibaat de ellende over is. Je zit er naast. Is er dan soelaas mogelijk? Jawel, supervisie, oplettend leven en tijdig het kaf van het koren scheiden.

Andere artikelen, reacties, ontboezemingen van mijn toetsenbord:
Allereerst:
Een boek dat ik geschreven heb, en gepubliceerd op www.argiope.be
Pas de Dieux
Deel 1 – deel 5
(let op de bewuste gelaagdheid in de titel)
Het schijnt zo te zijn dat een man in zijn leven drie belangrijke doelen nastreeft, die ingebed zijn in drie achtereenvolgende levensfasen: in de eerste fase heeft hij vurig lief en verwekt een kind; in de tweede fase bouwt hij iets op vanuit zijn persoonlijke inspiratie en gedrevenheid, of hij doet er in elk geval zijn uiterste best voor; en in de derde fase schrijft hij een boek. In die laatste fase gaat hij terug kijken en geeft hij zich rekenschap van de sporen die hij in het gemeenschappelijke landschap getrokken heeft. Dan kan zijn levenservaring uitgroeien tot het wijze inzicht dat alles één is en dat het all-een zijn ten diepste de kern vormt van zijn wezen en hem helpt het alleen zijn te dragen. Dat kan hem ook helpen zijn toenemende aftakeling en groeiende eenzaamheid te accepteren en in vrede te komen met zichzelf en zijn leven. Dat is geen zoetsappig proces; integendeel, mij heeft het in elk geval pittige confrontaties opgeleverd. Maar daarnaast ook het plezier en de genoegdoening van het overdenken en opnieuw doorleven en plaatsen van opvattingen, beslissingen, handelingen en lotgevallen, in een bredere werkelijkheid van mens zijn.
Celibataire Anorexia
…Wat zou Frans de Waal, onze apenspecialist, van zo'n gezichtsuitdrukking zeggen? Angstig agressief? Zijn hele voorkomen straalt een wat bizarre combinatie uit van staalharde toewijding en afstandelijke, virtuele vriendelijkheid, met zo'n geadopteerd abstract Biafra-lachje….
https://docs.google.com/document/d/1pF2pmaXmFCRStsYYblgFMM64daaNvpVy8xG_wuqioqQ/edit?hl=nl
Oké Hans Kühn
…Theoloog Hans Kühn heeft ongelijk; het celibaat is een levenskeuze en kan nooit dè oorzaak zijn van sexueel kindermisbruik, hooguit een aanleiding…
https://docs.google.com/document/d/1uxhiHm34kMpyjACiNlN0Zp6OddpUlWDgmAAGsbARK_Q/edit?hl=nl
… en als er onduidelijkheden zijn eventueel een toelichting te vragen, zonder direct met jouw interpretaties van wat ik schrijf en volgens jou bedoel op de loop te gaan. Ik ga hier dus niet in discussie over "jouw opvattingen over mijn opvattingen". Dan zul je toch in de context van jouw inzichten, visies en ervaringen zelf over dit onderwerp een stuk moeten schrijven
"Het Vaticaan zegt intussen “verbijsterd” te zijn over wat er zich donderdag in Mechelen afspeelde". Maar lieve jongens, hebben jullie dan niet gemerkt, dat wij kerkgangers en andere goedwillenden met ons allen verbijsterd waren om wat er zich
ENKELE ZINSNEDEN TER ORIENTATIE:
…eens op papier te zetten. Twee aspecten hebben mij nogal bezig gehouden, namelijk gemeenschapsviering en aanbidding; respectievelijk een horizontale (van mens tot mens) en een verticale (tussen hemel en aarde) betrokkenheid. Beide aspecten zijn in discussies verabsoluteerd, en er zijn mensen op stellingen en stelligheden vastgenageld,…
…Daar zat geen redenering noch berekening achter. Voor mij was het zonneklaar dat het altaargebeuren tijdens de eucharistie iets bijzonders was; zo heel anders dan het gewone leven van alledag. Ik snapte er in feite geen jota van, maar dat hoefde ook niet en ik dacht er toen ook niet over na. Het was gewoon zo. In mijn jonge jaren gold dat trouwens voor het hele kerkvolk. En dat waren veel mensen, want toen zat de kerk nog bij elk van de missen op zondag stampvol. Allemaal brave volgelingen, ja, zeg maar gerust schapen. Dat waren nog eens tijden voor de kerk….
…dat er iets in twijfel werd getrokken. In elk geval niet door mij, klein snotjong. Maar zeg nou zelf, het kon toch niet zijn dat al die mensen voor de flauwe kul naar de kerk gingen, op zondag zelfs twee keer?...
Je vraagt je af waar deze pastoor de zelfzekerheid vandaan haalt om in het openbaar zo afwijzend en denigrerend en ja, ronduit beledigend, naar een medemens te doen, zo dwars tegen de Christelijke naastenliefde in? Wel, hij werpt zich op als kruisridder van de christelijke waardigheid en een homosexueel die ter communie wil gaan, ontheiligt volgens hem het sacrament van de eucharistie. Ik vind dat zo iemand eigenlijk nog meer weg heeft van Don Quichotte de la Mancha, de onvergetelijke vechter tegen windmolens, die hij aanzag voor reuzen. Het zou grappig zijn, ware het niet dat de houding van dit soort geestelijke voorgangers veel kerkelijke maar ook maatschappelijke impact heeft…
. Nou is het opvallend dat met name de conservatieve priester juist zo uiterst scherp in de leer is, en zo hard van leer trekt. Zou dat misschien iets te maken kunnen hebben met zijn adoratie van het eucharistisch gebeuren, van de eigen plechtstatige rol daarin met daarbij de eer die als celebrant op hem afstraalt? Zou hij ook niet een beetje behept zijn met een hang naar theater?
…waar we vroeg of laat overheen moeten stappen. Ik behoor tot degenen die door alles heen, nog steeds vinden dat de Kerk ook veel goeds gebracht heeft. Het is niet allemaal treurnis en kommer en kwel. We mogen gerust bedenken dat de Kerk meer is dan het instituut, en groter is dan het Vaticaan. en beter dan een stelletje onverlaten. Ik ben het daarin eens met de overtuiging van Oosterhuis: de kerk dat zijn wij,…
Nog een sexslaafje?
https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=explorer&chrome=true&srcid=0B6PbU6LUEU1EYmYzMTI3NDktZTU2MS00YThmLTk0YjItNWYxYTJjYWM5ZmRj&hl=nl
…En surprise, ja hoor, Tussen de plooien van zijn pij floepte
ineens een enorme maar vooral stijve penis omhoog. Keurig nagemaakt
zeg, dacht ik na de eerste consternatie….

Sex en Macht
https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=explorer&chrome=true&srcid=0B6PbU6LUEU1EMWQ5YWE4MWEtYmM1ZS00MzE0LThlODctZjY1OTVlZjYyM2Jk&hl=nl
sexueelmisbruik is een minderwaardig gebeuren dat om harde maatregelen vraagt van kerkelijke overheid en van Justitie, maar ook een problematiek waar we vroeg of laat doorheen moeten leven. Ik behoor tot degenen die door alles heen, nog steeds vinden dat de Kerk, dat zijn wij, ook veel goeds gebracht heeft.
TorfsVanGheluwe
https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=explorer&chrome=true&srcid=0B6PbU6LUEU1EZDJmMmNiNzctODRkMC00ZTI3LWJmNDMtOWVhYWUyYWRmMGYw&hl=nl
…op zijn krokodillentranen zitten we nu echt niet niet te wachten. Torfs mag voor mijn part in zijn achterkamertje meeleven met de misbruiker, maar "kom daar hier nu niet mee afzakken".
Verkrampte Geestdrift
https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=explorer&chrome=true&srcid=0B6PbU6LUEU1EYjc0NGE4MDUtYTkxOS00NzdlLWI1ZTYtOTg5NmZhMzFmN2Vi&hl=nl
…Van Gheluwe, een bisschop wel te verstaan, laat met dergeljke idioterie "Als het zaad er niet uitspuit, dan is het geen zonde" blijken hoezeer de kerk van Rome gebukt is onder een doorkankerende spirituele corruptie…

Leestips:
Vorig od. voorpg.:
Volgend od. voorpg.:
Vorig vd. auteur:
Volgend vd. auteur:

Arachne
21-04-2010 21:19

http://www.verhalensite.com/img_userphoto.jpg.php?id=5346
·         Misbruik melden
tja, het kaf van het koren scheiden... Dat is moeilijk gezien één van de hoofdgedachten van het christendom: iedereen is welkom. Het zal altijd moeilijk zijn om dat te doen, dergelijke mannen zijn enorm sluw.
De geschiedenis van het christendom toont ons dat ze altijd al corrupte en slechte leden gehad heeft, hoe mooi het idee in het begin ook is en hoe goed het gros van de volgelingen mag zijn. Heeft de Kerk ons veel goeds gegeven? Ja, maar ook veel slechts.
Arachne - 21-04-2010 21:20
...en het is seKS
Opapake - 22-04-2010 18:58
Kaf: de pedossexuele priester; koren: alle andere goedwillenden. Opletten en het lukt wel hoor. Ja, en ze chanteren. Dus: nog beter opletten en goed communiceren met de kinderen.
Opapake - 22-04-2010 19:00
en ehh, Arachne, ik doe liever aan sex dan aan seks. Die "k" komt me te masculien over....Overigens baal ik van die taalkundige correcties hoor...
oswald
22-04-2010 19:02

http://www.verhalensite.com/img_userphoto.jpg.php?id=1416
·         Misbruik melden
Je gebruikt wel heel erg veel woorden om iets te zeggen. Ik vond het erg zwaar om doorheen te komen. Dat ligt niet alleen aan het wat wollige taalgebruik, maar ook aan de opbouw. Als je de tekst wat duidelijker zou indelen in alinea's, wordt hij een stuk toegankelijker.
Opapake - 22-04-2010 19:18
Amai, was het moeilijk? Misbruikte kinderen hebben het moeilijker. Ik waardeer dat je het geprobeerd hebt. Weet je wat: kopieer het naar WORD en doe wat je wilt. Allez, wolligtaalgebruik?? Het gaat mij om de inhoud hoor. Liefs...
bolderik
22-04-2010 20:14

http://www.verhalensite.com/img_userphoto.jpg.php?id=6881
·         Misbruik melden
De ondertoon in je reacties lijken te bevestigen dat je de daaraan voorafgaande reacties van lezers hier niet begrijpt of accepteert. Misschien moet je daar een beetje aan werken. 
Probeer verder je verhaal wat kop en staart te geven. Het is nu een opeenstapeling van droge feiten en twijfelachtige persoonlijke analyses. Ik heb me er met veel moeite doorheengeworsteld. Het gaat ook mij om de inhoud, maar niet minder ook om de wijze van presentatie!
Misschien een derde poging?
grt
paul
Opapake - 22-04-2010 22:05
No sir. Vertel me, waarom zou ik er "een kop en staart aan geven"? Kennelijk is het niet echt voor jou bestemd, en dat is niet erg. Nuchtere constatering.
Arachne - 24-04-2010 15:40
Opapake, één tip: doe toch niet zo flauw... je bereikt er echt niets mee hoor...
Opapake - 24-04-2010 15:43
Misschien heb je nog een tip? Deze komt niet zo goed over...Overigens kan ik je normatieve denken niet erg waarderen...maar het kan nog over gaan gelukkig.
Arachne - 24-04-2010 15:55
wat denk je van deze: start een sekte. Hele dagen zelfverheerlijking van jouw persoontje http://www.verhalensite.com/img/emot/laugh2.gif
Opapake - 24-04-2010 18:16
Hahahaha, je slaat op hollebollegijs miss ehh Ariadne. Lees je credentials nog eens na...Er raakt een draadje los.
Arachne - 24-04-2010 20:10
Arachne, Ariadne is een andere figuur in de Griekse mythologie http://www.verhalensite.com/img/emot/wink3.gif mn web hangt weer goed, btw
Arachne - 24-04-2010 20:30
ik vrees echter dat er bij jou nog wat draadjes extra mogen worden gehangen. misschien die van bescheidenheid en wederzijds respect aan elkaar hangen? http://www.verhalensite.com/img/emot/laugh2.gif of een luisterend oor aan een kritische pen?
Opapake
24-04-2010 21:24

http://www.verhalensite.com/img_userphoto.jpg.php?id=4494
·         Misbruik melden

Arachne was een mooi en handig meisje en ze was dan ook een kei in weven en spinnen. De godin Athena liet haar welgevallig oog op het lieve kind vallen en leerde haar prachtige dingen te maken. Iedereen bewonderde haar werk en ze zegden dat het goed te merken was dat Arachne les had gekregen van een godin.
Ons Arachnaatje wou echter alle eer voor zichzelf en ze hield vol dat Athena er niets mee te maken had; zij was de kunstenares die die mooie dingen ontwierp. Ze ging zelfs zo ver dat ze durfde beweren niets geleerd te hebben van Athena en dat zij veruit de beste was.
En voor de rest ben ik van mening dat je een vervelend wicht bent.
Athena ontplofte van woede over zoveel misplaatste hoogmoed en daagde haar uit in een wedstrijd. Arachne nam de uitdaging aan en won!!!
Athena werd nu nog meer verbolgen, ze ontdekte een los draadje in Arachne's werk en rafelde de boel uit. Intussen bedacht ze een gepaste straf voor de grootheidswaanzin van ons lief meisje. Arachne had zulke angst dat ze liever dood was dan zo'n vreselijke straf te moeten ondergaan; ze maakte er een eind aan. Maar dat was buiten Athena gerekend. De godin wekte haar terug tot leven en veranderde haar voor de rest van haar dagen in een spin, een dier dat bij de meeste mensen angst en afschuw oproept.
"Arachne" is grieks voor spin.
Arachne - 24-04-2010 21:32
http://www.verhalensite.com/img/emot/laugh2.gif een klein beetje vervormd maar kom... het gaat totaal anders, maar dat weet je waarschijnlijk wel http://www.verhalensite.com/img/emot/smile1.gif
Opapake - 24-04-2010 21:38
Nee schatjje dat weet ik niet, maar ik hoor het graag van je. Delf het maar op uit een of ander massagraf van lang geleden, als je het niet zelf weet. graf...
Zappa - 23-07-2010 16:32
Je zou wat op je woorden kunnen letten als je mensen direct aanspreekt. Schelden kan iedereen. 'Waar zit je pijn?' Leestip: "Met de hand" (Mels Van Driel). Over autosexualiteit. Doei!
Opapake - 23-07-2010 23:11
Aan betweterige opvoeders heb ik op mijn leeftijd echt mijn buik vol.

donderdag 24 februari 2011

Eucharistie:Viering of Aanbidding?


Bij het opschonen van mijn bestanden stuitte ik op een artikel uit Trouw van 2006, waarin Mgr. Wiertz, bisschop van Roermond, stevig kritiek geeft op de in zijn ogen al te vrijzinnige uitspraken van expriester en studentenpastor Huub Oosterhuis over Kerkzijn en Eucharistie.  Dat wekte een oud verlangen om mijn gedachten over geloof, kerkzijn en  eucharistieviering in onderlinge samenhang eens op papier, of liever: op het scherm, te zetten. Twee aspecten hebben mij nogal bezig gehouden, namelijk gemeenschapsviering èn aanbidding; respectievelijk een horizontale (van mens tot mens) en een verticale (tussen hemel en aarde) betrokkenheid. Beide aspecten zijn in discussies verabsoluteerd, en er zijn mensen op het kruispunt vastgenageld, hetgeen de harmonie en liefde in het kerkzijn bepaald geen goed heeft gedaan. Daar doorheen hebben woorden als conservatief, onoprecht, verdwazing sporen getrokken, en hebben geleid tot vervreemding en isolement. Twee hoofdrolspelers in de controverse die is ontstaan zijn respectievelijk, Huub Oosterhuis, pastor van de studenten-ecclesia in de zestiger jaren, en Mgr Wiertz bisschop van Roermond. Oosterhuis is een gevierd dichter, hoewel zijn populariteit tanende is. Maar zijn gevoelige teksten zijn omgevormd tot een groot aantal geestelijke liederen, die bij het kerkvolk zeer geliefd zijn, maar door de kerk worden geboycot. Wiertz is zijn opponent geworden, omdat hij vindt dat Oosterhuis te vrijzinnig is, en daarmee zichzelf buiten de kerk heeft geplaatst. Uiteraard blijft Wiertz door deze slimme opstelling de goede herder, die daar geen rol in speelt. Ik heb op de eerste plaats voor mezelf de behoefte alles eens goed en rustig te overdenken, en op een rijtje te zetten.

Aanbidding
In de traditionele opvatting staat bij de Eucharistieviering centraal het opnieuw uitspreken en beleven van de zogenaamde instellingswoorden van de Bijbelse Jezus, die hij heeft uitgesproken tijdens het "Laatste Avondmaal".  In navolging van Jezus zegent de priester, de Celebrant, de offergaven van brood en wijn en zegt over het brood:
Neem het, dit is mijn lichaam.”
En over de beker: “Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten.”
Traditioneel vormt dit hele gebeuren, het samenspel van woorden en handelingen, de kern van de eucharistie. Volgens de Roomse Leer, komt bij het uitspreken van deze instellingswoorden, Jezus als de Christus in de gedaante van het brood en de wijn bij zijn volk, en worden de geheiligde offergaven in aard en betekenis (substantia) voor zijn volgelingen omgevormd tot geestelijk voedsel, zijn lichaam en bloed.

Voor mij als jonge knaap had het altaargebeuren met de heiliging van de offergaven iets mysterieus, iets wat in ons gezin eerbied afdwong. Het was vanzelfsprekend dat ik misdienaar werd, en het was een eer om daarbij te mogen assisteren. Ik wilde dat zelf ook graag, want het altaargebeuren en alles er omheen sprak me zeer aan.  Ik ben dan ook maar ternauwernood ontsnapt aan een priessteropleiding.
Het kostte mijn moeder geen moeite om me zover te krijgen dat ik ook misdienaar werd bij de nonnen. Dat was voor mij toch wel een zelfoverwinning, want ik moest daarvoor vroeg op (de mis was om 7 uur). Ik beviel wel, blijkbaar; in mijn houding betoonde ik aandacht, concentratie en eerbied. Daar zat geen redenering noch berekening achter. Voor mij was het zonneklaar dat het altaargebeuren tijdens de eucharistie iets bijzonders was; zo heel anders dan het gewone leven van alledag. Ik snapte er in feite geen jota van, maar dat hoefde ook niet en ik dacht er toen ook niet over na. Het was gewoon zo. In mijn jonge jaren gold dat trouwens voor het hele kerkvolk. En dat waren veel mensen, want toen zat de kerk nog bij elk van de drie missen op zondagochtend stampvol. Allemaal brave volgelingen, ja, zeg maar gerust schapen. Dat waren nog eens tijden voor de kerk.

Als misdienaar beleefde ik de heilige mis van dichtbij, en ik vond dat fijn. Ik volgde gebeden en handelingen ook altijd aandachtig en wel in het bijzonder de consecratie, waar de hele mis naar toe werkte, want daarin gebeurde het. Op mysterieuze wijze werd voor mijn ogen een mooi rond, plat en perfect wit schijfje brood veranderd in het lichaam van Christus. Hoe dat kon en wat er nou precies gebeurde; niemand die me dat duidelijk had willen of kunnen maken. Je zag geen verandering, maar het moest toch wel zo zijn, want iedereen geloofde in deze transsubstatiatie. Het moest wel iets te maken hebben met de plechtige gebaren en de half luid gesproken gebeden van de priester: “Hic est enim corpus meum”, herinner ik me. Al snapte ik er dan niets van, en niemand niet, het hele gebeuren was indrukwekkend genoeg, en dat bleef door de jaren heen ook zo.  Vooral omdat bij ons iedereen die dat kon "naar de Kerk ging" bij de hoogtepunten van het leven, als het er echt op aan kwam, dus bij geboorte, huwelijk, dood en afscheid, maar ook bij rampen en tegenspoed, bijv, de watersnoodramp. Dat geloof was een soort geaccepteerde gelovige status quo, een zachte deken waaronder we met ons allen doezelden; er werd niet over gesproken, laat staan dat er iets in twijfel werd getrokken. In elk geval niet door mij, klein snotjong. Maar, zeg nou zelf, het kon toch niet zijn dat al die mensen voor de flauwe kul naar de kerk gingen, op zondag zelfs twee keer: ‘smorgens de mis, en ‘savonds het lof.

Ik zie die houding van kritiekloze, en wellicht ook wat geëxalteerde adoratie sterk uitvergroot terug bij iemand als de conservatieve priester Buyens, die kort geleden op nogal negatieve wijze in het nieuws is gekomen, omdat hij, conform de leer van Rome, een homosexueel, die met zijn vriend samenwoont, de communie geweigerd had. Je vraagt  je af  waar deze pastoor de zelfzekerheid vandaan haalt om in het openbaar zo afwijzend en denigrerend en ja, ronduit beledigend, naar een medemens te doen, zo dwars tegen de Christelijke naastenliefde in? Wel, hij werpt zich op als kruisridder van de christelijke waardigheid en een homosexueel die ter communie wil gaan, ontheiligt volgens hem het sacrament van de eucharistie. Ik vind dat zo iemand eigenlijk veel weg heeft van Don Quichotte, de onvergetelijke vechter tegen windmolens, die hij aanzag voor reuzen. Het zou grappig zijn, ware het niet dat de houding van dit soort geestelijke voorgangers veel kerkelijke maar ook maatschappelijke impact heeft. Het is koren op de molen van homohaters. Kijk, waar je eerst nog denkt: ach, laat gaan, het is tenslotte maar een dorpspief die, om in de stijl van Oosterhuis te spreken, "een show opvoert met een stukje brood". Maar er zit venijn in zijn optreden en meer nog in zijn woordkeuze. Met het woord "ontheiliging" wil hij kennelijk uitdrukken dat iemand enkel en alleen door zijn aanwezigheid het gebeuren aan het altaar onteert. Dat is me nogal een aantijging, en dat niet alleen, het geeft een onaangename inkijk in de geloofsbeleving van deze Buyens. Het roept bij mij het beeld op van "het wit gepleisterde graf" waar Jezus de hovaardige Farizeeërs mee kapittelde. Buyens speelt het plechtig via "het allerheiligste", maar in feite druipt zijn houding van afkeer en mis-kenning van aard en eigenheid van een medemens.
Ik wil het verder niet hebben over de laakbare houding van een dorpspastoor, en wat hij meent te representeren. De feiten spreken voor zich. Bovendien heeft de Kerk bij monde van de Nederlandse Bisschoppen inmiddels laten weten, dat iedere kerkganger zelf naar eer en geweten moet uitmaken of hij of zij ter communie wil en kan gaan. Dat is een wijs besluit. Daarmee is de intregiteit van de homosexuele kerkganger hersteld en is in elk geval voorlopig de rust weergekeerd. Voor mij is het duidelijk dat de "homofobie" daarmee voorlopig ondergedoken is. Voor een discussie over de tegenstel-ling gemeenschapsviering versus sacramentele heiliging is dit hele gebeuren wel van belang. Immers het scherpt de tegenstelling aan. De ene interpretatie of opvatting verheldert daardoor de andere.
Nou is de kerk zelf de laatste tijd zeer negatief in de publiciteit gekomen. Enerzijds door dit soort acties vanuit conservatieve hoek, en anderzijds door de vele gevallen van sexueel misbruik van kinderen door priesters. Dit is nog wel wat pittiger dan de homosexuele praktijk, want hier gaat het om crimineel gedrag jegens kinderen. Je zou zeggen dat een meer bescheiden attitude, waar het op kwesties van moraal en medemenselijkheid aankomt, op zijn plaats zou zijn. Nou is het opvallend dat met name de conservatieve priester juist zo uiterst scherp in de leer is, en zo hard van leer trekt. Zou dat misschien iets te maken kunnen hebben met zijn adoratie van het eucharistisch gebeuren, van de eigen plechtstatige rol daarin met daarbij de eer die als celebrant op hem afstraalt? Zou hij ook niet een beetje behept zijn met een hang naar theater? Het moet bijna wel, en het heeft er alle schijn van. Bij zijn optreden  in  de Eucharistie bijvoorbeeld is in het algemeen de priester "koninklijk" gekleed en zijn optreden staat stijf van geconcentreerde aandacht en van de plechtig neergezette gebaren en rijke rituelen met brokaat, goud en zilver en wierook. Daarin lijkt hij wel wat op de homosexueel, waarvan bekend is dat hij meer dan gemiddeld theaterminded is, en daarin zelfs uiterst creatief is. Denk maar aan Paul de Leeuw. Alleen er is een essentieel verschil: de homo komt vrij, bijna vrijpostig, over, terwijl de priester stijf staat van het protocol. De homo heeft ervoor moeten knokken, om tegen alle vooroordelen in, vrij te worden, terwijl de priester alles in de schoot geworpen krijgt. Er is dus sprake van een grote tegenstelling. Zou de orthodox een beetje bang zijn van dat wat zijn tegenovergestelde is? Zou zijn homofobie ingegeven kunnen zijn door de angst dat hem die vrijheid zou kunnen overrompelen? Zou het zo kunnen zijn dat hij zijn angst daarvoor als walging projecteert op zijn zo uitdagend vrije tegenovergestelde? Zou het zo kunnen zijn, dat met het binnenkomen van de homo in de kerk, de angst zijn eigen hart binnensluipt? Voer voor psychologen, maar dat er wel degelijk iets van waar is, kan ik uit mijn eigen ervaring staven.

Het is duidelijk, Buyens laat het op de foto in alles zien: hier wordt een groots werk verricht waarin hij als dienaar en tegelijk als plaatsvervanger van de allerhoogste Jezus Christus  mag participeren. En hij doet het graag zo te zien, met toewijding en overgave.  Op het hoogtepunt van de consecratie, bij het opheffen van de voor de gelovige kerkganger getransformeerde, en nu dus "heilige hostie", is zijn blik gericht op wat niet langer dat platte schijfje brood is, want het is nu geheiligd tot lichaam van Christus en in stukken gebroken om uitgedeeld te worden. Hij eet het vervolgens vreemd genoeg allemaal zelf op, maar dat zij hem vergeven. Het klinkt wat badinerend als ik dat zo uit de doeken doe. Dat klopt ook wel een beetje, want iets in die stijve manier van doen wekt mijn argwaan. Er is iets wat mij zegt dat deze plechtige rituelen en de adoratie en aanbidding gemakkelijk verabsoluteerd worden, een doel op zich worden, en dat gaat dan altijd ten koste van degene die anders is, de vreemdeling, die welkom wordt geheten, maar tegelijk soms zo argwanend wordt bekeken om zijn anders zijn. Dat is wat me tegenstaat in de conservatief: hij doet er ritueel nog eens een schepje bovenop, waardoor het hele gebeuren wel erg veel nadruk krijgt, zijn rol nog meer benadrukt wordt, wat erg zelfbevestigend is maar tegelijk ook vervreemdend werkt. De opstelling van conservatieven als pastoor Buyens en plebaan Van Rossem jegens homosexuelen laat het navrant zien: ze wijzen "het kwaad" af, en stoten daarom de homosexueel, in hun ogen de personificatie van het kwade, af. Daarmee worden ze zelf het kwaad, immers het maken van onderscheid en het verketteren van het andere, dat zijn de wezenstrekken van het kwade. Het goede brengt bijeen, verenigt. Met zo'n fundamentalistische houding van ontmenselijkte ideologische adoratie en aanbidding haalt de kerk in west Europa de toekomst niet. Het doet allemaal denken aan de heksenprocessen van de Inquisitie. Dezelfde mechanismen zijn waarneembaar.

De hang naar heiligheid was vroeger nog veel meer uitgesproken dan nu, en dat had uiteraard op ons jongelingen enorm veel invloed. Twee voorbeelden uit mijn eigen jeugd dringen zich op. Het gebeurde eens toen ik als misdienaar bij het altaar zat, dat ik na de communieuitreiking tot mijn schrik zo'n wit schijfje, op de grond zag liggen vlak vóór het altaar. "Oh jee", flitste het door me heen, "hoe kan dat? Heeft de pastoor er eentje laten vallen?". Ik herinner me goed mijn verwarring: want wat lag daar op de grond? “Was dit onze Lieve Heer? Of toch ineens weer een schijfje wit brood? Dat kan toch niet!” In deze bizarre setting was de heiligheid ineens niet meer gegarandeerd en vloekte paradoxaal met de rituele opsmuk. Daar zat ik dan, aan de rechterkant op het bordes van het altaar, keurig op mijn knietjes, in mijn misdienaarskleren, naar dat ding te kijken, en wat moest ik doen? "Oh jee, als hij er maar niet op gaat staan", heb ik gedacht.
Ik zal best wel met grote schrikogen hebben toegekeken, want bij de herinnering aan dit voorval is de paniek zelfs nu noch voelbaar. Ik moest iets doen, maar wat?Mijn misdienaarsopleiding schoot hier hopeloos tekort. Opstaan en naar de pastoor toegaan en het zeggen...; ja wat zeggen? Moest ik hem aan zijn mouw trekken en  fluisteren, "mijnheer Pastoor, er ligt een hostie op de grond?",  of moest ik zeggen "... heilige hostie?" Nee, dat kon niet, maar toch in elk geval ook niet "Onze Lieve Heer ligt op de grond! Kon ik volstaan met te wijzen? En wat zou het kerkvolk wel niet denken? Kon ik de mis zo maar verstoren?” Verwarring alom. Nee. Ik deed dus niks, allez, toen toch niet. Maar ik heb het wel gezegd, later, nà de mis. Die stap had iets van een overwinning, want ik was beducht voor de reactie van de pastoor. Mijn nuchtere ontluikende verstand kwam tenslotte tegen mijn angstige gevraag in opstand: "Kan ik het helpen? Het is mijn schuld niet!"
De koele rustige blik van de pastoor viel me eigenlijk wat tegen. Hij liet me voorgaan en bij de bewuste plek aangekomen, zakte hij geroutineerd op één knie en raapte hij doodgemoedereerd het ding op. De vanzelfsprekendheid van zijn handelen drong met kracht de realiteit binnen. Het was eigenlijk allemaal maar heel doodgewoon. Toch ervoer ik het ook als een ontluistering van het gevoel van heiligheid dat ook ik in mezelf had gekoesterd. Het voorval had me ontnuchterd en er drongen zich dus vragen op. Was die hostie nu ineens niet meer heilig,? Wat zou er gebeurd zijn, als ik niks gezegd had en de hostie zelf had opgeraapt? Antwoorden waren er niet. Maar het gebeuren op het altaar werd wat meer doorzichtig, en ik kwam wat steviger met beide benen op de grond te staan.
Het tweede ontnuchterende voorval gebeurde gewoon op straat. Ik liep door de Bermdijk, het arbeidersstraatje  waar ik altijd door ging naar de kerk. Dan zie ik ineens de kapelaan aan komen fietsen. Op zijn damesfiets. In een flits neem ik hem op: indrukwekkend in zijn zwarte kleed, de grijszwarte breedgerande hoed, met koord en kwast; en, o jé, dan zie ik tot mijn ontsteltenis bovenal ook de paarse sjerp. Hij heeft de paarse sjerp om, schiet het door me heen, en hij heeft net als Napoleon, plaagt een stemmetje van binnen, een hand onder de revers van zijn jas. Ik wist het, er was geen ontkomen aan: "hij draagt onze lieve Heer naar een ziek iemand toe". Wat nu? Mijn aarzeling duurde maar kort. Ik moest knielen, en dus ging ik op mijn knietjes, zo op straat, uit eerbied, zoals ons ooit was voorgehouden. Terwijl ik dat deed, keek ik op naar de kapelaan die nu juist voorbij reed, en ik registreerde hoe een vertederd lachje om zijn mond speelde. Ineens voelde ik me een kwezel. Ik voelde de steentjes in mijn knieën prikken, en het drong met een schok tot me door: de kerk met zijn rituelen hoort thuis in de kerk, en niet op straat. Ik wist dat ik dit nooit meer zou doen. Ik had gekozen voor de scheiding van kerk en straat. Voor mij was er iets definitief veranderd; ik was plots geraakt en kritisch geworden; ik ging nadenken. Het "heilige" zou voortaan door mij worden uitgedaagd, en getoetst worden aan de realiteit van het leven. Voor mij zou daarna steeds duidelijker gaan worden dat het "heilige" en het gewone elkaar wel moeten raken, nee sterker, met elkaar in een wisselwerking moeten komen, maar dan wel langs de horizon van ons bestaan, daar waar hemel en aarde elkaar ontmoeten, maar niet midden op het voetbalveld van het dagelijks leven en niet in een straatje in Tilburg. Dat zou gaandeweg culmineren in het besef, dat het goed doet om naar het goede te kijken, maar dat in het leven allereerst het juiste gedaan moet worden.

gemeenschapsviering
De traditionele visie van de kerk, waarbij het gebeuren op het altaar de kern vormt van de eucharistie, werd in de zestiger jaren stevig uitgedaagd door een kritische beweging van een aantal zelfstandige, vrijdenkende priesters en leken die zich bezonnen over de essentie van gelovig leven en kerk zijn in de tijd van nu. Hiervan vormden enkele Jezuïeten, met name van Kilsdonk en Oosterhuis, die verbonden waren aan de studentenecclesia in Amsterdam, de spil. Met name Oosterhuis was een gedreven vernieuwer, die zocht naar waarachtigheid, en naar de essentie achter uiterlijk ritueel vertoon. Hij was ook een van degenen die al snel het celibaat verwierpen als niet ter zake doende, inhumaan en onchristelijk. Het was onvermijdelijk dat hij tenslotte uit de Orde werd gestoten en ik denk dat hij dat ook zelf wilde. Hij bleef echter actief als pastor in de studentenparochie en ontwikkelde in dit kritische maar ook eerlijke klimaat een, ik zou haast zeggen, organische visie op eucharistie en kerkzijn. Hierin staat niet het gebeuren op het altaar centraal, maar de gelovige gemeenschap, die door hem beschouwd wordt als de werkelijke belichaming van Jezus. De Eucharistie werd daarmee voor hem primair een gemeenschapsviering, een feestmaal van broederlijk en zusterlijk delen, van geven en nemen, van liefde en eerbied voor de naaste, omgeven en opgeluisterd door een aantal symbolen en rituelen. De gekruisigde en verrezen Jezus wordt volgens Oosterhuis belichaamd in de gemeenschap. Daarmee nam de kerkgemeenschap impliciet ook de taak op zich om in zijn Geest te handelen. Oosterhuis heeft zich te weinig rekenschap gegeven van het verschil tussen de concrete mens Jezus  en de verschenen Christus: de mens Jezus is uit het graf opgestaan als de onstoffelijke Christus met de gestalte van Jezus, maar de zoon van God. Hij heeft zich uitsluitend gericht op de mens Jezus; de goddelijke Christus, waar Paulus het over heeft, is hij vergeten.

Voor Oosterhuis staat het volk, de gemeenschap, centraal. Voor hem was het geloof in de de transsubstantiatie", in de traditionele beleving de kern van de eucharistie, niet meer dan zinsbegoocheling. Als het ware een omgekeerde goochelaarstruc: het lijkt heel wat, maar er is niks te zien, dus is het een hoop verbeelding; het is niet echt en het stelt goed beschouwd dus ook niks voor. Nee, volgens Oosterhuis is het de Gemeenschap zelf die de Christus present stelt, die daarmee en daardoor geheiligd wordt, en die zich, als ware zij zelf voedsel dat gebroken en gedeeld wordt, voor de medemens beschikbaar stelt. Oosterhuis heeft tenslotte de deur voor de kerk dicht gesmeten met een confronterend interview in Volzin, verschenen in 2002, toen hij een eredoctoraat ontving aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, vanwege zijn bijdrage aan de oecumenische liedcultuur. Citaat:
„Waarvoor ik het liefst erkenning zou krijgen”, zei Oosterhuis toen, „is wat ik ’het demasqué van de transsubstantiatie’ noem: de ontmaskering van de roomse overtuiging dat Christus werkelijk aanwezig is in het brood en in de wijn. In die opvatting is de eucharistie volstrekt onschadelijk gemaakt, de truc der trucs geworden, zonder enige politieke relevantie. Daaraan heb ik iets gedaan. Want niet het brood is het lichaam van Christus, wij, de gemeente, zijn dat. Die straalt zijn kracht uit in de wereld.”

In de ogen van bisschop Wirtz was dit een pijnlijk en de facto ketters affront, een verachting van het wezen van de eucharistie, waarmee Oosterhuis zich zelf buiten de Roomskatholieke kerk had geplaatst. Het is navrant, dat deze dichter op het toppunt van zijn roem, zich verbindt aan een fundamentele miskenning van het eucharistisch gebeuren zoals dat door Rome wordt voorgehouden. Eerlijk is eerlijk, de boodschap van Oosterhuis komt eigenlijk dan wel sympathiek over, maar dat doet mijn buurvrouw van 28 ook. Nee, ik mis iets in zijn verhaal, namelijk de inspiratiebron. Kan het zijn dat, zoals Oosterhuis impliciet aanneemt, de gemeenschap, het kerkvolk, de inspiratie voor zijn ethisch handelen in zichzelf vindt? Ik betwijfel dat. Ik mis daarin ook de gelovige traditie, de bewustmakende openbaring in een volk onderweg. Het doet me denken aan wat er gebeurde in het Joodse volk tijdens de Exodus, toen Mozes op de berg verbleef. Het volk maakte een gouden kalf, vierde feest en verviel tot afgoderij. Ook daar raakte het de binding kwijt met de traditie, de overlevering. Ik mis bij Oosterhuis de verbinding met het gebeuren op het altaar. Dat is de plaats waar tijdens de eucharistie de instellingswoorden van Jezus opnieuw worden uitgesproken en waar hij, als de Christus bij ons komt in de gedaante van Brood en Wijn. Dat is een totaal andere insteek: niet de weg van het zeker weten, maar de weg van het luisteren en van de aanbidding.

Goed beschouwd is het mij een raadsel waarom Oosterhuis zich zo weerbarstig en eigenzinnig heeft uitgelaten over de "transsubstantiatiedoctrine" tot het tenslotte een  breekpunt werd. Juist hij, de gevierde dichter, moet toch kunnen inzien, dat elementen, opvattingen, aannames, door de verandering van de context een andere inhoud, een heel andere actuele, gevoelswaarde, en een onvermoede inspirerende kracht kunnen krijgen. Zegt hij het niet zelf in de beginregels van een van zijn meest gevierde liederen:

         "de steppe zal bloeien
         de steppe zal lachen en juichen...."

Nuchter gesproken kan ik beamen dat de steppe kan bloeien, maar ik heb persoonlijk nog nooit een steppe zien lachen en huilen. " Is het daarmee onzin geworden? Ach, maar nee, het is immers bedoeld als een metafoor, een realistisch beeld met een nieuwe, maar wel een invoelbare inhoud."  Oosterhuis verbindt hier een indringend beeld, een uitgestrekte, dorre steppe, met een nieuwe blije en gelukzalige, maar nog niet bestaande werkelijkheid: bloeien en lachen. Juist door die verbinding te leggen, tussen de druk van een nuchtere werkelijkheid, die we als ons deel herkennen, de dorre steppe, mèt de belofte van een andere toekomstige werkelijkheid, die van menselijk opbloeien en gelukzalig lachen, een werkelijkheid die ons deel zal gaan worden, wint de dichter met zijn gedicht aan inspirerende kracht. Er is daarmee voor de toehoorder een andere hoopgevende werkelijkheid ontstaan: de dorre steppe zal niet alleen bloeien, maar zelfs lachen en juichen, iets wat eigenlijk alleen aan ons mensen gegeven is. Ook dit is een soort transsubstantiatie; een verandering en heiliging van de werkelijkheid met een hoopgevende nieuwe inhoud. Door het gelovig uitzingen daarvan, opent de mens zich met zijn traditie, zijn verlangen, zijn noden, zijn geloof, wordt het ideaal van menszijn opgeroepen en als het ware uitgenodigd om af te dalen, te incarneren in de tekst, in het woord, om daarmee binnen te komen in de belevingswereld van de toehoorder. Dan kunnen er inderdaad wonderlijke dingen gebeuren. De wereld is er vol van: geïnspireerde mensen die zich totaal geven en die "bergen verzetten". Ook mensen die zich inderdaad hebben laten inspireren door de teksten van Oosterhuis. Als dat niet zo zou zijn, dan zouden de woorden van zijn gedicht maar holle frasen zijn. Het gaat dan eigenlijk ook niet aan dat Wiertz laatdunkend spreekt over die liedjes van Oosterhuis.

Ik zou Oosterhuis toch eens willen vragen, of hij zijn eigen gedichten ook een truc met woorden vindt. Waarschijnlijk niet. Ook voor mij roepen zijn woorden een “voorafspiegeling” op van wat eens zal worden, als we er aan werken. Wat hij oproept is geen truc, en ook geen Fata Morgana; het gedicht schetst een beeld naar de toekomst. Het is ook geen zinsbegoocheling, het wordt echt, is de belofte van het gedicht, er komt een nieuwe wereld. Zo'n tekst kan mensen inderdaad hoop geven en kracht om door te zetten. Voorbeelden daarvan zijn er te over. Het wordt wekelijks verhaald in het programma "Against all odds" (BBC), waar het gaat over mensen die, in heel moeilijke omstandigheden hoop en kracht putten uit het Woord dat in Christelijke sfeer gesproken wordt; of het nou een gedicht is à la Oosterhuis, een gebed, de Instellingswoorden, of de woorden van troost en bemoediging en liefde die wij mensen tegen elkaar zeggen; het kan ons wekken en oproepen. Dat doet niet zozeer het woord op zich, maar het gebeurt als een geïnspireerd medemens de woorden uitspreekt, beladen met zijn eigen overtuigingen en verlangens. In gelovig perspectief doen de gebeden van de consecratie in al hun eenvoud naar mijn mening niet onder voor de fraaie versregels van Oosterhuis. Hij echter lijkt er wel doof voor te zijn geworden, en hij vergeet dan wel hoe belangrijk juist de gelovige context is voor de waardering die hij zelf met zijn gedichten heeft mogen ondervinden. Daar is hij met al zijn poeha, want die heeft hij best ook wat (dikke nek heet dat hier), debet aan de geschiedenis en heeft hij leentje buur gespeeld bij de rijke woordenschat en gelovige overtuiging van de traditie. Een kanttekening waarmee tenminste Wirtz het hartgrondig mee eens zal zijn.

Goed beschouwd, komt de houding die Oosterhuis zich aan meet ook wel wat hoogmoedig over; het gevaar dat de getalenteerde aankleeft. Het klinkt ook wel mooi, "wij, de gemeente, het kerkvolk,  vormen zelf het lichaam van Christus". Dat ik daarin de inspiratiebron mis, komt omdat ook hij zijn mening verabsoluteert, alles naar zich toetrekt en daarin doorschiet. Hij is eigenlijk net als de orthodoxe priester Buyens als een sappige groene krop sla, die eenzaam op het veld is blijven staan: die schiet door. Hij krijgt een prachtige zelden vertoonde bloeistengel, bijna te mooi om aan te zien, maar is niet meer te eten. Ik persoonlijk heb er behoefte aan het mysterie te laten zijn en worden; hij wil dat het er is, hier en nu, in hemzelf met en in zijn gemeenschap.  Ikzelf geloof dat het mysterie teder benaderd moet worden, afgesmeekt moet worden, in fierheid, maar ook nederig; hij lijkt het op te ei(/ij)sen,  en slaat het daarmee plat in de realiteit van zijn eigen menszijn. Zonder gelovige, kerkelijke draagbalk is "de steppe zal lachen..." ook niet meer dan rijmelarij.

een poging tot synthese
Je zou mijn belevenissen als jongeling in de Kerk kunnen zien als niet meer dan de eerste vingeroefeningen van persoonlijke bewustwording en kritische zelfbewuste stellingname. Zeker, het waren op zich kleinigheden, maar ze waren wel de voorbode van de omwenteling in beleving en opvattingen tijdens en na mijn pubertijd, waarin de confrontatie tussen persoonlijke gevoeligheden, verlangens en strevingen en de kerkelijke moraal in volle hevigheid losbarstte en over me heen kwam. Zelfstandig nadenken bleek geen sinecure en bleek naar ik registreerde tevens niet iedereen gegeven. Maar ik groeide nu eenmaal op in de zestiger jaren: de tijd van bewustwording, ontknechting, ontmanteling van autoritaire gezagsstructuren en van innerlijke groei naar zelfstandigheid. Dat ieder bewust levend mens vroeg of laat geconfronteerd wordt met autoriteit en gezag, en daarin met de dogmatiek van de Roomse Kerk, is een schrale troost voor de ellende waar ik en menig ander in de worsteling met geïndoctrineerde opvattingen van "zo hoort het en zo moet het" heb moeten afrekenen. En je komt er niet omheen, je bent een kind van je tijd, en je realiseert het je meer en meer: "ieder mens zal moeten zoeken naar een persoonlijke stellingname en synthese, al is het maar een bewust en overtuigd beamen, om een volwassen plek in te kunnen nemen in kerk en samenleving". Vooral omdat de Kerk niet geschroomd heeft om keer op keer met harde, en betuttelende uitspraken te komen over sexualiteit, liefdesbeleving en gezinsvorming; zaken die ieder mens diep raken, en beroeren, en soms ook heel onzeker maken. Voor de Kerk waren dat noodzakelijke richtlijnen vanuit moraaltheologische beschouwingen; ahum, kan het nog gewichtiger? Voor de leek waren het veeleer afstandelijke, bemoeizuchtige, wereldvreemde regels, waarin de Kerk er blijk van gaf niet met de menselijke, ethische en technologische ontwikkelingen in de samenleving mee te evolueren, maar dat zij verkoos te blijven tamboereren op achterhaalde Aristoteles doctrines. Er was een Paus Johannes XXIII voor nodig om de liefde in de leer weer voelbaar te maken. Maar ook hij had niet het eeuwige leven, en zijn lijn werd niet voortgezet, om de doodeenvoudige reden dat de volgende Paus er in zijn heiligheid niet de mens naar was. Wat is er daarna niet afgevochten over kwesties als sexualiteit, sexuele geaardheid, sex vóór, buiten en na het huwelijk, huwelijkstrouw, homosexualteit, liefde en overspel, condoomgebruik, abortus. De opstelling van de Kerk was en is in het zoeken naar een nieuwe modus vivendi niet wijs geweest; zij was en is nog steeds behoudzuchtig, ja heer(s)zuchtig, dominant en dwingerig, en begrijpt niet dat er een nieuwe blije melodie op de notenbalk moet kunnen komen wil de partituur op de standaard blijven. Zo niet dan zal de mens, het gelovige juk afschudden, zich vrij maken en gaan improviseren. En ja hoor, de kerk liep leeg, tot tegenwoordig nog een schamel, handjevol bejaarde kerkgangers een herinnering wakker houdt aan wat er eens was: een geestelijk imperium.  Was de kerk fout? Ja! Zij probeerde, net als de bisschop Lèonard en de heren Pastores nu nog doen, overtuigd van het eigen gelijk, haar regels en doctrines op te leggen en af te dwingen terwijl ze in haar opstelling coulant, vergevingsgezind, gastvrij en open had moeten zijn, vertrouwend op de geleidelijke inwerking van haar verkondiging van de blijde boodschap.

Je kunt gerust het "heilige" en het alledaagse, resp., het principiële en het reële opvatten als polen van ons bestaan. Nee, ik bedoel dat niet geografisch, als waren het Noord en Zuidpool van de aarde. Ik zie het als Yin en Yang, als de bekende twee kanten van de medaille, als binnen en buitenkant, als hylè en morphè, als mannelijk en vrouwelijk, als rationeel en gevoelsmatig, als notenbalk en melodie, als de verzameling van dit alles. Nee, ik zie het geloof zeker niet als een statisch vastliggend gegeven. Dat is nogal een statement, want ik bespeur in de Christelijke Kerken sterk de neiging om het "heilige" als een starre doctrine en als maatstaf aan ons, beminde gelovigen, voor te houden. Een maatstaf, die aan de ene kant meetlat is om ons de maat te nemen, en aan de andere kant een stok om ons, de hond, mee te slaan. Het komt me voor dat tegenwoordig het heilige gebeuren op het altaar, ondanks alle pracht en praal, ondanks de nog zo overtuigde inzet van mijnheer pastoor, door de moderne mens beschouwd wordt als een wat saaie, achterhaalde "one man show". Zeker in de traditionele setting van de priester en het volk, waarin de kerkgemeenschap eigenlijk alleen maar toekijkt en luistert, gaat er geen aansprekende boodschap van uit. Ik betreur dat omdat ik vind dat ook voor de moderne mens het altaargebeuren onmisbaar is: daarin zetelt de inspiratie die van een groepje angstige volgelingen, de Apostelen, en van de Emmaüsgangers gelovige doorzetters heeft gemaakt. Ook wij hebben die bron nodig. Maar het water stoomt niet voldoende en de ondergrond wordt drassig en moerassig. Dat is geen vaste grond, en niet iedereen kan over water lopen. O ja, ik respecteer de priester die in deze tijd probeert de diepste waarden overeind te houden, maar ik verlang wel een beweeglijke visie die niet afklemt, maar die ruimte schept. Conservatieve priesters als pastoor Luc Buyens uit Reusel, plebaan Geertjan van Rossem en bisschop Antoon Hurkmans van bisdom den Bosch, bisschop Léonard van België, realiseren zich onvoldoende dat daarbij de levensvreugde en de acclamatie van het volk nodig is. Zonder Palmpasen, met de feestelijke juichende inhuldiging door de gemeenschap, hoe dramatisch ook, zal er geen Pasen zijn. En natuurlijk is er geen Eucharistie mogelijk zonder een kerkgemeenschap. Het is een gezamenlijk beleven, waarin Jezus als de Christus opnieuw waarlijk geestelijk voedsel kan worden voor de Kerkgemeenschap, belichaamd als brood en wijn, die daardoor geïnspireerd en bemoedigd in actie kan komen. Dat Buyens besluit om, in een eucharistieviering, met een aantal homosexuelen onder het kerkvolk, maar geen hosties uit te delen, omdat hij niet kan zien wie "in zonde leeft" is een grove miskenning van het wezen van de Eucharistie. Daarin heeft hij zichzelf boven de Christelijke leer van de Naastenliefde geplaatst, en zich geschaard onder het volkje Farizeeërs waar Jezus in zijn tijd zo tegen fulmineerde; een wit gepleisterd graf mooi maar met een dode inhoud.

Ik heb het gevoel dat Wirtz met een beroep op zijn bisschoppelijk leergezag eigenlijk hetzelfde doet, en zich het voorrecht aanmatigt om de verantwoordelijke realiteitszin van de tegenwoordige mens als een lachertje af te doen. Bij de gelovige van nu komt de clerus echter niet meer klaar met een plechtige Herenhouding van de mannen broeders: "wij hebben het hier voor het zeggen". De tegenwoordige leek is uitermate goed onderlegd, heeft creatief kritisch leren denken en handelen in verantwoordelijkheid, en weet ten diepste ook wel dat een goede verstandhouding tussen kerkelijk en wereldlijk, spiritueel en reëel, essentieel is voor het mens zijn. Ik heb de indruk dat de conservatieven in de kerk hardnekkig en eigenzinnig blijven proberen de gelovige duiding van kerkelijk leven te monopoliseren, en hun denkbeelden trachten door te drukken en desnoods de ruimdenkende gelovigen te weren. Geloof je dat niet lezer? Het is ook bijna niet te geloven. De aartsconservatieve bisschop Léonard, pas benoemd tot aartsbisschop van de Belgische kerkprovincie haalt met het grootste gemak oude doctrines van een verlopen kerk voor de dag, en gaat daarin zwaar over de schreef. En opvallend genoeg gaat het weer over sexualiteit, het idée fixe van de aartsconservatief. Léonard waagt het zelfs homosexualiteit af te doen als een een ziekte, zoals anorexia, die genezen kan en moet worden. Voor hem is homosexualiteit een bewuste en foutieve, afkeurenswaardige, tegennatuurlijke, lees: zondige, handelswijze.
Dat roept toch allerlei vragen op. Wat zijn nou eigenlijk de criteria voor natuurlijk en tegennatuurlijk? Velen in en buiten de kerk zien het celibaat bijvoorbeeld als uiterst tegennatuurlijk, en als de oorzaak van sexuele aberraties bij priesters, zoals sexueel misbruik en pedofilie. De kerkelijke overheid zet zich schrap en probeert onder dat groeiende inzicht uit te komen. Hoe denkt de kerk over zelfbevrediging? Is dit wel of niet in overeenstemming met de natuurlijke bedoelingen? Let wel, het is algemeen aanvaard als een natuurlijk fenomeen en belangrijk in het ontdekken en leren kennen van de eigen sexualiteit bij de groei naar volwassenheid. En waarom is homosexualiteit tegen de natuur? Homosexueel gedrag past immers helemaal bij de natuur van deze mens. Je moet toch wel vol zitten van eigenwaan als je een medemens de maat durft te nemen met je eigen aard, die zo duidelijk niet past bij de natuur van die ander. Er moet wel een dringende reden zijn waarom de kerk juist over "homosexualiteit"  als sexueel verkeer tussen mannen zo'n enorme “opbef” maakt. Is dit misschien een fenomeen dat de kerk en zijn gezagsdragers direct zelf bedreigt? Zijn ze bang dat de mannen broeders zich hieraan zouden gaan overgeven, als een gemakkelijk alternatief voor een heterosexuele relatie, zoals vaak blijkt te gebeuren op de seminaries. Is de walging waar een zekere pastoor over spreekt misschien een uiting van zelfhaat die hij op een gemakkelijk slachtoffer projecteert? Het is bekend dat er onder de priesters naar verhouding veel meer homosexuelen zijn dan in de samenleving. We mogen ons herinneren dat in het Romeinse rijk sex met jongelingen, dus homosex, tot in het Florence van MichelAngelo een gewone praktijk was, en zelfs werd verkozen boven heterosex. Ligt daarin misschien de primaire oorzaak van de kerkelijke preoccupatie jegens homo's. Oh, ik denk dat pastoor Buyens deze overwegingen niet allemaal gehad heeft toen hij de mis deed en bij de communie de evident homosexuele Prins Carnaval en daarmee de duvel in persoon zag naderen. Sterker nog, ik denk dat Buyens gewoon een simpele volgzame, misschien ook wel wat vereenzaamde man is, die blind de officiële leer van Rome volgt, zich daar krampachtig aan vasthoudt en daar persoonlijk voor zijn eigen gemoedsrust garen bij spint. Maar zouden het niet dit soort mensen zijn, zij die er nooit toe zijn gekomen om eens zelf na te denken, en die reageren vanuit een onaangenaam buikgevoel, die de intolerantie in de samenleving doen groeien? Waarschijnlijk wel, want het zijn uitgerekend deze mensen die zich willen vasthouden aan de letter van de wet. Een mens die geleefd heeft, weet dat dit een gevaarlijk polariserende keuze is, die leidt tot verkettering en isolement. Daarin ligt verscholen het grote kwaad, dat van het verabsoluteren, van de verkapte zelfverheerlijking, van veroordelen en uitsluiten. Het lijkt er helaas op dat we in deze tijd te maken hebben met een Rooms reveille dat juist hierdoor gekenmerkt wordt. Anders kan ik de recente liturgische zuivering waarbij de mooiste liederen, ja je raadt het al, waaronder een reeks liederen van Oosterhuis, door de bisschoppelijke censors uit de officiële liturgie worden geweerd. Oosterhuis lijkt daarmee de facto "kalt gestellt". Dat verklaart ook de verbijsterende opstelling van plebaan van Rossem, die doodleuk zegt dat homo’s niet moeten protesteren maar de kerk maar moeten verlaten. Hij zegt apodictisch eucharistie en homosex gaan niet samen. Ik ga maar dat akelige balletje maar niet terugspelen, maar sla maar eens een krant open in deze dagen en lees zelf het verhaal over een 82 jarige priester en zijn misdienaar.

Is dit nou een ontwikkeling waar we blij mee moeten zijn? Nou, nee. Ik kies rigoureus voor wederzijds begrip, tolerantie, vertrouwvol inspelen op het eigen geweten en de eigen verantwoordelijkheid. De kerk zou zich meer dan vertoond door de radicalen, de conservatieven, moeten bezinnen op de samenhang in het eucharistisch gebeuren. Teveel worden elementen daaruit geïsoleerd en ten hemel geheven. Maar dat geldt mutatis mutandis ook voor iemand als Oosterhuis. In deze tijd leven we toe naar Pasen. Een uitgelezen periode om de gang van Jezus met zijn volgelingen, zijn gemeenschap, te volgen op zijn weg naar beproeving: van opperste vreugde en euforie bij Palm Pasen, het liefdevol breken en delen en zich weggeven bij het Laatste Avondmaal, via eenzaamheid, bezinning en smeekbeden op Getsemaneh, veroordeling, lijden, dood en opstanding, opnieuw als eucharistisch gebeuren te beleven.  Daarin ligt inderdaad enerzijds in een gezamenlijk optrekken van Jezus en zijn apostelen het hele gebeuren besloten dat in de eucharistie wordt verhaald en herbeleefd, en anderzijds vormt het de grond voor de enorme inspirerende kracht die triomfantelijk culmineert in de opstanding uit de dood; de opwekking en opstanding van Jezus als de Christus, als hart en bezieling van de jonge kerkgemeenschap. Maar dat houdt dan ook in dat de gemeenschap in Christelijke geest op weg gaat en net zoals Jezus zelf tot daden overgaat. De "blijde boodschap" moet opnieuw geactualiseerd worden in ons eigen leven, zodat de blijdschap afgelezen kan worden aan het concrete doen van de kerk. Net als Jezus geleefd heeft dient onze aandacht uit te gaan naar de mensen die in de samenleving gemarginaliseerd zijn en niet meer in staat zijn voor zichzelf op te komen: de misdeelden, de slaven van deze tijd. De kerkgemeenschap kan werken als een zuurdesem, door te handelen, te doen. De daad en het woord zijn daarin één. Te vaak beperken we ons echter, wij, leken maar ook voorgangers tot zalvende mooie met verve gesproken volzinnen en vergeten we dat de inspiratieve kracht van de boodschap zit in de daden van ons eigen leven en niet sec in de woorden waarin die verhaald worden. De inspiratieve kracht ligt immers niet besloten in de woorden op zich. Tegen zo'n opvatting protesteert Oosterhuis terecht. Maar in de daden waarvan verhaald wordt. De daad moet als het ware de binnenkant, de substantia, van het woord zijn. Dat is zo bij de instellingswoorden van Jezus, en dient ook zo te zijn voor ons kerkgangers in ons leven. We zullen als kerkgemeenschap dus de instellingswoorden met ons eigen leven waar moeten maken. Liefde is een werkwoord, weten we, en moet gedaan worden. Juist daarin is Jezus ons voorgegaan.

Dan gaat het niet meer aan om iets uit dit verhaal van leven, breken en delen, bidden en smeken, lijden, sterven, zwakte, trouw en ontrouw, vergeving en opstanding te isoleren en als enige en absolute waarheid voor te stellen. Dan gaat het erom ieder mens concreet het gevoel te geven dat hij in zijn onvolmaakte hoedanigheid geliefd is, en erbij hoort. Alleen zo kan het volle bouquet van het Christelijk geloof gesmaakt worden.


(lit.: Trouw, de Verdieping   | religie & filosofie  | 06072006/ ’Huub Oosterhuis bestrijdt de leer’
door Marc van Dijk)