Nu er, veel aandacht uitgaat naar Charles Darwin, moeten we ook even stil te staan bij Richard Dawkins, zijn volgeling en protagonist. Waar ik de eerste bewonder om zijn originele inzichten, wijs ik de tweede resoluut af om zijn kritiekloze adoratie van dezelfde inzichten, en de verkwanseling daarvan in zijn strijd tegen "god en gebod". Oh, Dawkins staat in de belangstelling, niet om zijn inzichten als bioloog, maar omdat hij deze misbruikt als gangmaker in een "kruistocht" tegen gelovig leven. Hij doet daarmee het omgekeerde van wat de Roomse Kerk gedaan heeft tegen Galileo, maar hij maakt dezelfde fout, namelijk het door elkaar halen van twee verschillende realms: die van de ratio, de fysische wereld, met zijn natuurwetenschappelijke wetmatigheden én de wereld van de metafysica, met zijn gelovige, empathische inzichten. Het venijn druppelt uit zijn uitspraak: "Als Christus nu geleefd had, was hij atheïst geweest. Dat is hem kwalijk te nemen. Zijn standpunt is mutatis mutandis even laakbaar en kwetsend als dat van de Britse bisschop Richard Williamson, die evenmin geloof kan hechten aan wat de geschiedenis aandraagt en "die de holocaust ontkent.
Waar Dawkins zijn wetenschappelijke mondje best kan roeren, getuigt hij van onthutsend en beschamend achterlijke opvattingen over God en Geloof. Zozeer zelfs dat hij de indruk wekt persoonlijke genoegdoening na te jagen. Het is ridicuul om te schermen met uitspraken als: "Water kan niet in wijn veranderen"; "over water kun je niet lopen"; "ik heb nog nooit iemand uit de dood zien opstaan". Dat zijn immers allemaal waarheden als een koe. Het gaat in die verhalen om afbeeldingen van de werkelijkheid, die juist omdat ze niet de werkelijkheid zelf zijn, iets kunnen duidelijk maken wat niet rationeel analyseerbaar is, net zoals in de kunst. Maar we moeten wel aannemen dat hij, Dawkins, gezien zijn uitspraken een concreet beeld heeft van de god die hij zo stellig afwijst, zijn Godsbeeld. Hij houdt er dus een persoonlijk gekleurd beeld van god op na; een god met gestalte, vorm en inhoud. Professor Dawkins heeft dan dus een afbeelding gemaakt van wie en wat god is, om dan te zeggen: nee hoor, zoiets zo iemand bestaat niet. Logisch, want wat moeten we aanvangen met zo'n god van eigen maaksel, zo'n afgod. Dawkins doet dan ook net datgene waar in alle religies voor wordt gewaarschuwd: maak geen beeld van god. Sommige religies, zoals het Jodendom, verbieden dat zelfs categorisch. Een inzicht dat teruggaat op Mozes, die net afgedaald van de berg Sinai, het beeld van god dat het volk gemaakt had, dat gouden kalf, in stukken smeet. In het Jodendom wordt het heel expliciet gezegd: God (YHWH) is de altijd andere. Hij heeft zelfs geen naam, iets wat wij mensen wel hebben. Als je al niet weet waar je het over hebt, hoe kun je dan zo zeker weten dat hetgeen je niet weet niet bestaat ?
De grote fout van Dawkins is, dat hij de realiteit en het leven op eigen maat snijdt, alsof er niets meer is dan dat wat hij ziet, hoort, voelt, ruikt, en wat hij kan meten. Dat is een gevaarlijke houding want dan heb je overal een concreet antwoord op, en dat leidt vroeg of laat tot isolement en zelfverheerlijking. Immers, gevoel, aanvoelen, meevoelen wordt dan uitgesloten. Empathisch vermogen en het toelaten van vragen waar je géén passend antwoord op hebt, en ook niet zult krijgen, is een essentieel aspect van menszijn. Dawkins echter ridiculiseert gelovige inzichten en verwijst die naar fabeltjesland. Hij heeft niet in de gaten dat geloof alleen maar verstaan kan worden als mens levend in een gemeenschap, in een volk onderweg, met een geschiedenis. In de overgeleverde verhalen van dat volk over hun verlangen, strijd, mislukking, hoop, triomf werd en wordt in de grote verhalen van de mensheid, de Mahabaratha, de Thora, de Talmoed, de bijbel, de Koran iets geopenbaard dat verder reikt dan het individuele onvolmaakte, dat de kleinmenselijke kommer en kwel èn de persoonlijke gelukservaring overstijgt en opneemt; dat reikt naar het sublieme, naar het bovenmenselijke. Sprekend in en door de verhalen, daar is God. Het inzicht van Evolutie is ook op verhalen gebaseerd, namelijk het verhaal van de fossielen. Dawkins gelooft voetstuks in dat verhaal, en gelooft meer dan hij zich realiseert, en misschien meer dan hem lief is.
Nee, mijnheer Dawkins, God is zeker niet die man met baard rustend op een wolk, zoals uitgebeeld door MichelAngelo. Van het goddelijke, is geen beeld te maken, en je mag er zeker geen privébeeld van maken. Dat zou afgoderij zijn. Alleen zo kun je begrijpen dat "leven na de dood" kan inhouden dat "er voor de nabestaande(n) leven kan zijn na jouw dood", en dat je leven in het lichaam van de hele gemeenschap, "De Christus", door kan gaan en daarin door kan klinken en vruchtbaar kan zijn, zoals Paulus verhaalt." Voor macro-individualist en mega-realist Dawkins, is dat luchtledige praat; voor hem houdt alles op als hij sterft, en hij zal t.z.t. wel om euthanasie vragen, en hij zal snel vergeten zijn, omdat hij geen geloof, hoop en liefde kent.
Ik heb vooral bezwaar tegen het antireligieus fanatisme waarmee Dawkins aan de ene kant de atheïstische levenshouding verdedigt en propageert, en anderzijds op agressieve wijze met een beroep op zijn wetenschappelijke inzichten gelovig leven verkettert. Hier zou een wat meer bezonnen en vooral bescheiden beschouwing op zijn plaats zijn. Er ontbreekt nogal wat aan de evolutietheorie namelijk. Het is dan ook een theorie, dat wil zeggen geen wetmatigheid. Laten we even wel wezen, we hebben alleen een vage notie van de biochemische en biophysische mechanismen die de evolutie gedragen zouden kunnen hebben en ook nu nog zouden moeten dragen. Darwin's postulaat "survival of the fittest" is even charmant als simpel en mager, en geeft in feite, wederom in natuurwetenschappelijke zin, geen causale verklaring. Eigenlijk redeneert Darwin daarmee naar zijn doel toe. Immers hij zegt impliciet, de individuen die overblijven zullen wel het best aangepast zijn geweest, en daarom zijn ze overgebleven. Dat riekt stevig naar een kringredenering. Als je alles aanneemt, kun je alles bewijzen, hoorde ik vroeger. Op essentiële aspecten van het leven wordt helemaal niet ingegaan. Ter verduidelijking het volgende. Als je natuurlijke selectie aanneemt dan is genetische recombinatie als mechanisme voor het ontstaan van variatie binnen de soorten essentieel. De basis daarvoor is onder andere seksuele voortplanting, ten minste bij vertebaten. Nou is dat weer afhankelijk van het sexueel dimorphisme, met de prachtige fine tuning in anatomische en fysiologische maar ook karakterologische verschillen tussen de beide sexen. Waardoor zijn deze verschillen ontstaan en hoe zijn ze geëvolueerd? Niemand die daar iets zinnigs over kan zeggen. De wetenschap lijkt zich daar ook niet druk om te maken. In de verhalen van de mens, die naar antwoorden zocht, wordt met het scheppingsverhaal tenminste nog een poging gedaan. De evolutietheorie staat echter sowieso al als een dijk, wat moet je dan nog? Ik roep dan toch in herinnering dat wetenschappelijke vooruitgang alleen gewaarborgd is bij een kritisch wetenschappelijke houding van vragen, van je afvragen. Theorieën moeten gefalsificeerd worden en niet bevestigd.
=
.. nu ik ouder ben, en gepensioneerd, kan ik stil staan bij mijn levensvragen op het gebied van : ethiek, moraal, politiek, religie. Tijdens mijn wandelingen op smalle paadjes, vind ik de rust om daar over te mijmeren....
Posts tonen met het label Dawkins. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dawkins. Alle posts tonen
maandag 7 oktober 2013
woensdag 15 mei 2013
Anciaux contra Vermeersch
Een uitdagende titel, maar ik sta er volkomen achter. Waar dit op
slaat? Wel, op een interview bij "Ryers laat", waar beide heren waren
uitgenodigd om hun mening te geven over een aantal stelligheden die beiden de
samenleving ingestuurd hadden. Als Vermeersch ook maar een beetje open had
gestaan voor de gedachten van Anciaux, dan had deze laatste zich niet laten
verleiden tot de opvallende uitspraak "Vermeersch, je zit ongelofelijk te
zeveren". Het is nogal wat, dat je als filosoof van naam door een politicus op
een dergelijke wijze de les wordt gelezen. Maar, ik kan niet anders dan Anciaux gelijk
geven. Vermeersch komt in dit gesprek over als een intellectueel toch wel wat
verstarde persoon, die fanatiek blijft hameren op het aambeeld van zijn
overtuigingen met achterhaalde stelligheden. Juist daar gaat
Vermeersch dan ook op onthutsende wijze de fout in, door met veel aplomb met
honkvaste professorale opvattingen over godsdienst en religie uit te
pakken, waarbij hij de aansluiting bij hedendaagse inzichten, ja ook in de filosofie,
volkomen mist. Je moet het toch maar presteren om te zeggen dat in het algemeen
de Leer en Het Instituut aangevallen en afgebroken moeten worden, opdat de
mensch vrije worde. De mens moet je daarentegen aldus Vermeersch blijven liefhebben. Met andere woorden: Boedhisme, Islam, Judaïsme en Christendom mogen,
ja moeten, op de schroothoop, de leer moet volgens Vermeersch immers ontmanteld
worden. De mens echter, dus de Boedhist, Moslim, Jood en Christen, daarentegen dienen
aldus Vermeersch met liefde en met tolerantie benaderd te worden. Het klinkt allemaal nogal stellig, maar tegelijk ook wel wat gratuite.
Vermeersch, je doet me denken aan de Inquisitie, die dolgedraaide puur ideologisch geïnspireerde en in feite misdadige organisatie binnen de Kerk, waar precies het omgekeerde van hetzelfde gebeurde: De Leer bleef overeind en werd verafgood maar de mensen werden om persoonlijke overtuigingen in hun belijdenis, in afwijking van de officiële leer van de Kerk, van ketterij beschuldigd, werden gemarteld en op de brandstapel gezet. Niet uit agressie, nee, zogenaamd uit liefde. Kijk, "les extrèmes se touchent". De Inquisitie begint bij de mens; Vermeersch begint bij de leer. Deze tegenstelling aan te kijken kan ons verder helpen. Beide opstellingen zijn uiterst intolerant jegens de mens, ongenuanceerd en in feite liefdeloos. Waarom? Omdat ze beide de mens op zich niet serieus nemen in zijn eigenheid en hem of zijn leven of zijn overtuigingen afnemen, en komt dat niet op hetzelfde neer? In de Inquisitie werden de ketters om hun opvattingen de dood in gejaagd; in de opvatting van Vermeersch worden ze dood geknuffeld, nadat hen eerst de bezieling vanuit hun overtuiging is afgenomen. In mijn ogen zijn beide benaderingen daarom verwerpelijk en ik ben teleurgesteld dat onze Etienne Vermeersch deze opvattingen huldigt. Dit prikkelt me en roept verzet in me op, juist omdat zijn opvattingen niet van deze tijd zijn en hij beter zou kunnen weten. Juist hij zou toch genuanceerd moeten denken en in verwondering open moeten staan voor de betrokken maatschappelijk geïnspireerde inbreng van zijn gesprekspartner. Nee dus, Vermeersch bleef minzaam en vriendelijk, maar ongenaakbaar onaanraakbaar, wat Anciaux, toch ook niet de eerste de beste, zichtbaar irriteerde.
Vermeersch, je doet me denken aan de Inquisitie, die dolgedraaide puur ideologisch geïnspireerde en in feite misdadige organisatie binnen de Kerk, waar precies het omgekeerde van hetzelfde gebeurde: De Leer bleef overeind en werd verafgood maar de mensen werden om persoonlijke overtuigingen in hun belijdenis, in afwijking van de officiële leer van de Kerk, van ketterij beschuldigd, werden gemarteld en op de brandstapel gezet. Niet uit agressie, nee, zogenaamd uit liefde. Kijk, "les extrèmes se touchent". De Inquisitie begint bij de mens; Vermeersch begint bij de leer. Deze tegenstelling aan te kijken kan ons verder helpen. Beide opstellingen zijn uiterst intolerant jegens de mens, ongenuanceerd en in feite liefdeloos. Waarom? Omdat ze beide de mens op zich niet serieus nemen in zijn eigenheid en hem of zijn leven of zijn overtuigingen afnemen, en komt dat niet op hetzelfde neer? In de Inquisitie werden de ketters om hun opvattingen de dood in gejaagd; in de opvatting van Vermeersch worden ze dood geknuffeld, nadat hen eerst de bezieling vanuit hun overtuiging is afgenomen. In mijn ogen zijn beide benaderingen daarom verwerpelijk en ik ben teleurgesteld dat onze Etienne Vermeersch deze opvattingen huldigt. Dit prikkelt me en roept verzet in me op, juist omdat zijn opvattingen niet van deze tijd zijn en hij beter zou kunnen weten. Juist hij zou toch genuanceerd moeten denken en in verwondering open moeten staan voor de betrokken maatschappelijk geïnspireerde inbreng van zijn gesprekspartner. Nee dus, Vermeersch bleef minzaam en vriendelijk, maar ongenaakbaar onaanraakbaar, wat Anciaux, toch ook niet de eerste de beste, zichtbaar irriteerde.
Naar Vermeersch kijkend, viel me op hoe plat en strak zijn kapsel
om zijn hoofd is gedrapeerd, achterover gekamd heette dat vroeger en
hoezeer de man in de plooi zit, zijn eigen plooi dan wel te verstaan.
Vermeersch lijkt dus wel in harmonie met zichzelf. Maar toch, dat is toch
eigenlijk geen opmaak voor een filosoof; verwacht je bij zo iemand niet een
meer speels, wat verstrooid kapsel, met wat van die springerige, weerbarstig golvende
en piekende maar sympathieke haarlokken? Wat ik zeggen wil, Vermeersch komt
niet alleen met zijn gedachten en in zijn uitspraken stram over, maar ook in
zijn "body language". Maar dat is maar schijn; er huist nog heel wat
drift in deze "body". Dat blijkt als hij naar Anciaux ineens uitpakt
met weer zo'n straffe in feite anti-religie uitspraak, en dan is nog de
drift voelbaar waarmee hij vroeger zijn studenten en de goegemeente geïmponeerd
maar ook betutteld moet hebben. Onze enige echte Vlaamse filosoof is nu nog
slechts een schim van zijn vroegere autoriteit, maar wil zich daarbij niet neerleggen.
Integendeel, hij gaat de boer op. Het zou beter zijn als hij dat niet deed en
de Pers hem met rust zou laten. Het is niet goed dat mensen in de nadagen van
hun wetenschappelijke carrière nog zo met allerlei maatschappelijke
kwesties en vraagstukken uitgedaagd worden, als waren zij nog altijd
de coryfeeën waarvoor een verstandig mens maar beter op
de knieën kon gaan.
Ik kan Vermeersch op sommige punten toch ook wel bijvallen,
bijvoorbeeld als hij zijn pijlen richt op het instituut, en op de leer die van
het instituut uitgaat met zijn absolutisme, ongenuanceerdheid,
onverdraagzaamheid. Je hoeft in deze dagen maar te kijken naar onze
eigenste Bisschop Leonard met zijn dwaze uitspraken over homosexualiteit,
en over de vrouw met niet meer dan een jaaruur filosofie als onderbouwing en
enige verknipte levenservaring. Ik zou ook met hem meegaan, als hij ten strijde
zou trekken tegen eigengereide, prive-fundamentalistische interpretaties als
die van Richard Dawkins, want dat is nog
een professor die tegen de kerk, geloof en religie van leer trekt maar in dit
geval werkelijk niet weet waar hij het over heeft. Vermeersch heeft in zijn
discours wel iets van Sancho Pansa die zijn baasje kwijt is en nu maar op eigen
houtje eens flink tegen de als windmolens vermomde kerken te keer gaat. Veel
onderscheid maakt Sancho niet.
Veel verder kan ik echter niet meegaan, want daar stuiten we al
direct op een eerste moeilijkheid van formaat. Met de Leer zelf kun je niet in
discussie gaan. Je zult er zelfs als filosoof niet aan kunnen ontkomen dat je alleen
met de bedenkers of aanhangers of met de protagonisten van de Leer, in discussie
kunt gaan, zelfs al praat je veel in jezelf, wat menige filosoof doet of schijnt
te doen. Met de leer zelf kun je niets aanvangen, die geeft net als de spiegel
van Galadriël, dat prachtige beeld uit "In de Ban van de Ring", van Tolkien, alleen jouw eigen antwoorden; namelijk
je eigen interpretaties van de leer die je wilt bestrijden. Hopelijk voor jou kun
je dus toch tot een gesprek komen met de mensen die je zegt lief te hebben,
want anders wordt het oorlog waarbij je of zelf het loodje legt als gevolg van
antireligieuze krankzinnigheid, of aanhangers van dat andere geloof over de
kling jaagt in een nieuwe loopgravenoorlog. In het geval van Vermeersch betwijfel
ik dat hij dat gesprek in een ware dialoog kan aangaan. Net zo min als andere
dogmatisch denkende mensen is hij niet flexibel genoeg.De man is gewoon te apodictisch
en te zeer vol van zijn eigen gelijk, en in dat soort mensen schuilt ook een gevaar.
Het viel me op dat Vermeersch in de discussie met Anciaux slechts
schijnbaar luisterde naar zijn opponent, maar in feite gewoon zat te wachten
tot hij zelf weer aan de beurt zou zijn om weer wat van zijn toch wel
beschimmelde brood in de melk te brokkelen. Vermeersch gaat dan ronduit de fout
in waar hij zegt van de mens te houden maar zijn Leer, zijn opvattingen en
interpretaties te bestrijden. Natuurlijk zou je gewoon met elkaar in gesprek
moeten kunnen komen, zodat duidelijk zou kunnen worden waar ieder het nou eigenlijk
over heeft; waar de verwondering leeft, waar zij de grenzen verkennen van hun
inzicht en waar ze elkaar zouden kunnen aanvullen. Maar Vermeersch zegt dat de
Leer bestreden moet worden. Daarmee maakt hij een dialoog onmogelijk en frustreert
hij de communicatie. Dat kan ook niet anders, want juist daar moet hij ontdekken
dat de ander er overtuigingen op na houdt die voor hem, Vermeersch inacceptabel zijn, en voor de
aanhanger van de Leer onbespreekbaar zijn.
Als je in de woordenstrijd van een debat beweert dat de spirituele
voorgangers van deze tijd er ook alleen maar starre en dwingende interpretaties
van oude teksten, "het Woord", "de Bijbel", "de
Koran" etc. op nahouden, dan zul je de realiteit onder ogen moeten zien
dat je zelf als filosoof ook vol zit met overgeleverde verhalen en duidingen.
Vermeersch, je bent ook maar een kleine mens die in zijn eentje niet de waarheid
kan omvatten en je zal moeten toegeven dat ook die ander, in dit geval Anciaux,
die het mordicus met je oneens is en die jou echt bestrijdt, ook iets van de
waarheid onthult. Vermeersch en Anciaux konden zover niet komen, zij stonden in
het debat lijnrecht tegenover elkaar, een levende getuigenis van hoe het niet moet. Beiden hadden loopgraven betrokken, en in hun opvattingen zat geen millimeter
beweging meer; teleurstellend van beide kanten en voor ons.
Je ziet het vaak in politieke discussies: een enorm gebrek aan
wellevendheid en aan gewoon burgermansfatsoen. Overtuigen is immers niet
hetzelfde als overdonderen. Je zult elkaar toch minstens de gelegenheid moeten
geven om uit te spreken, en je zult ook de bereidheid moeten hebben om toe te
laten en op te nemen wat je opponent heeft in te brengen, anders is ook een actualiteitsgesprek
volslagen zinloze bladvulling.
De moeilijkheid is dat Vermeersch in de discussie beschamend achterhaalde
standpunten hanteert. Hij beweert de mens te kunnen liefhebben, en tegelijk zijn leer te kunnen bestrijden. Dat is
werkelijk een achterhaalde misvatting. Immers, het is de leer die de mens aanhangt,
en met toewijding in praktijk brengt, die Vermeersch zegt te mogen en
moeten bestrijden en zelfs afbreken. Het is een dwaze fictie dat je onderscheid
zou kunnen maken tussen de mens en zijn diepste overtuigingen. Daarmee
bestrijdt hij impliciet de mens die zich immers met zijn opvattingen, waardoor
hij bezield wordt, vereenzelvigt. Dat bestrijden kan vriendelijk beginnen maar
zal, de geschiedenis wijst dat uit, ontaarden in haat en oorlog. Er is een tijd
geweest dat de filosofie de ideeënleer was toegedaan: "niet de werkelijkheid
om je heen is de essentie, maar datgene wat daar achter ligt, de idee, het gemeenschappelijke
waaraan het individuele ondergeschikt is" (Plato, Descartes). Die gedachte
heeft getriomfeerd tot in de dagen van Descartes. Die huldigde ook de opvatting
dat de mens, dus ook hijzelf, in zijn denken absoluut is, onafhankelijk en los
van tijd en plaats. Zou je zo ook de ideologie, de boodschap los kunnen zien
van de mens? Bull shit. Een mens kan niet zijn, "ik ben", los van omstandigheden
en betrekkingen, hij is niet autonoom, maar is pluriform, veranderlijk, niet
echt te vatten, slechts te benaderen, en te interpreteren en op allerlei
manieren verbonden aan zijn medemens, zelfs als hij een filosofieboek zit te
lezen of voor mijn part de nieuwe fictieroman van Dan Brown. De leer, zijn overtuiging,
is het meest kostbare wat een mens bezit. Hij wordt erdoor bezield, komt van daar
uit tot handelen, en schept van daar uit toekomst. Mensen hebben voor de Leer
hun leven gegeven. Dat zie ik noch Vermeersch noch Anciaux, noch ikzelf zo maar
doen. Om zo tot het uiterste te gaan, vraagt diepe overtuiging. Ja, Vermeersch,
ook jij bent altijd hier of daar, en allerminst absoluut, ook niet in je eigen
ideeën, die trouwens niet echt van jou zijn, maar ook zijn overgeleverd. Nee
hoor, je kunt niet het standpunt huldigen dat je slechts de leer bestrijdt en
dat je de mens die zich aan die leer verbonden heeft, lief hebt. Dat is een, ik
zou zeggen arrogant, koloniaal standpunt, achterhaald, bedriegelijk en onjuist.
Anciaux heeft op dit punt gelijk, je zevert niet alleen, je bent ook ergens best
een beetje gevaarlijk. Juist omdat je redelijk goed gebekt bent, en minstens in
uiterlijke statuur nog de Professor bent, al is het van een vorige generatie,
die velen nog in je willen zien; minstens de journalisten die je laten opdraven.
Geplaatst door Opapake op woensdag, mei 08, 2013
Abonneren op:
Posts (Atom)