Posts tonen met het label luisteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label luisteren. Alle posts tonen

maandag 3 maart 2014

confederalisme?

Enige tijd geleden (2-11-13) schreef ik deze colomn. De inhoud is nog steeds zeer actueel. Vooral de spraakverwarring rondom het begrip "confederalisme" is evident. Lees maar:

En weer wordt duidelijk dat het woordje "luisteren" in het logo van de `N-VA ontbreekt. Bart de Wever komt met een interview in de Morgen en vertelt daarin op uitnodigende toon, vriendelijk maar ook stevig, verstandige dingen. Hij houdt vast aan het confederalisme, maar ziet de realisatie daarvan als een 10-jaren project, waaraan door de N-VA zelf, maar ook in samenwerking met andere partijen gewerkt zal moeten worden. Dat lijkt me een realistische inschatting. Ik lees het en denk, ha, Bart zit op koers. Er is met een dergelijke visie en vooral ook met een dergelijke toonzetting met andere partijen samen te werken, en dat zal moeten. Ook als je een sociaal-economische regering in het zadel helpt kun je op  koers blijven en werken  het realiseren van een confederatie. Waarom? Wel, omdat deze doelstellingen in elkaars verlengde liggen.
De inkt is nog niet droog of er komen twee andere prominenten  aan het woord, Jan Jambon en Ben Weyts. Wat doen de Heren? Precies dat waarvoor gevreesd moet worden, ze moeten zo nodig de formuleringen weer wat aanscherpen met de eis dat regeringspartners op zijn minst het confederalisme moeten steunen zo niet onderschrijven. Voorwaar Jan en Ben, jullie lijken wel twee zwarte Pieten zoals jullie meteen beginnen te raddraaien. Geef de onderhandelingen nou eerst eens een kans voordat je met dit soort harde en in feite ondermijnende condities voor de dag komt. Hoe is het Jan, ben je na de laatste kritiek aan jou adres, met de koele adem van het verleden, een beetje van de kaart? En Ben, moet je nou echt al in dit stadium al je kaarten op tafel smijten? Met zo'n harde eis frustreer je toch de hele discussie? Leer toch eens wat "bottom up design is".  De andere partijen zullen wel gek zijn om zo hun eigen standpunt te verlaten. Hoeft ook niet meer, want jullie geven het hen zelf al met de paplepel in de mond: "Wij willen een verenigd België met vlees en bloed in de gewesten en geen uitgeklede skeletachtige confederatie zoals de N-VA het wil". Het is luid en duidelijk verkondigd oa door Wouter Beke, Milquet, Di Rupo enzoverder.Ik moet zeggen dat ik geen vertrouwen heb in een dergelijke harde ongenuanceerde insteek, waarbij je meteen al alle kaarten  op tafel smijt en dan maar verder ziet wie ze opneemt. Als ik jullie gebral letterlijk moet nemen dan kun je wel eens snel aan de kant komen te staan, net als bij de vorige formatie.
Tenslotte moet het me van het hart dat het geen goede zaak is als twee prominenten op het voorblad van De Morgen verschijnen met afwijkende standpunten. Het zou heel goed zijn als uitsluitend Bart De Wever dit soort belangrijke trentzettende perscommuniqués zou geven. Ik dacht dat we aan een affaire Bracke genoeg hadden. Laat dit alsjeblieft geen grondhouding van de N-VA worden. Dan zou de N-VA snel de weg kunnen gaan van andere charismatische partijen.


Geen opmerkingen:


Een reactie plaatsen


dinsdag 22 februari 2011

wijsvinger of middelvinger?

zondag 13 augustus 2006 10:53               


Mijn buurjongetje van 2 lijkt een en al vraag.”Is dat, dat, dat?” zegt hij. Hij wacht mijn antwoord niet af. Hij wijst aan en aan. Hij kijkt en ziet steeds nieuwe dingen. Vraagt hij eigenlijk wel? Blij en opgetogen wijst hij aan wat hij ziet, alles. Hij kijkt en hij ziet, ook mij. Hij neemt me mee, soms; kijkt me eerst guitig aan en in een “O ja”beweging met de volle glans van helder bewustzijn op zijn gezichtje, volmaakt open, steekt hij zijn handje omhoog. In zeker weten dat ik hem bij de hand neem, troont hij me mee. Dribbelend en stribbelend, maar met de doelgerichtheid van een bergstroom gaan we kijken. “Is dat? Dat? Daar?”

Als je net als ik de zestig gepasseerd bent, dan heb je het grootste deel van je leven er op zitten. Je zou mogen verwachten dat je dan ook wel wat zicht hebt gekregen op mens en wereld. Tja, is dat zo? O, inderdaad, ik ben zeker geen tabula rasa meer. Veel is me aangereikt in mijn leven, en ik heb ook zelf wel het een en ander doorwrocht. Ik ben er ook wel achter gekomen dat de menselijke zoektocht nooit ophoudt. De geschiedenis verhaalt een indrukwekkende reeks van denkers en andersdenkers, waarin het menselijke zoeken is uitgetekend. Een lichtende fakkel is van generatie op generatie doorgegeven, als ware de geschiedenis een eindeloze estafette van maratondenkers. Een fakkel van wijsheid, van alles omvattend inzicht? Och nee, een fakkel die de wijze ons aanreikt om ons zelf bij te lichten, zodat we als mens zelf kunnen kijken, waarnemen, analyseren, overdenken. Zo, dat we de vragen van het hier en nu eens helder kunnen krijgen. “Mens, kijk en luister, en vraag jezelf af wat eigenlijk je vragen zijn”. Deze levenshouding is de wieg van de filosofie, en die stond bij die zonderlinge Griek, Socrates. Ik weet het, maar toch, er komen bij mij steeds maar antwoorden op; eigenlijk geen vragen. Is er iets mis?

Ja, ik ben eigenwijs, al zit ik tjokvol met de wijsheid van anderen. Ik ben getraind en doorregen met normen, waarden, statements, formules, inzichten, stellingen, en stelligheden van anderen, mij bijgebracht door een scala aan onderwijzers en een enkele leermeester. Vroeger moesten we alles van buiten leren, en daar ben ik mee groot gebracht en klein gemaakt. Ik heb namelijk eigenlijk nooit geleerd om zelf vragen te stellen, niet aan mezelf, en niet aan anderen. Significant genoeg, springt me dat cliché uit de catechismus in mijn hoofd: “Waartoe zijn we op aarde? We zijn op aarde om eh, te ehh .. , en daardoor te, ehh .. , gelukkig te worden”. De haperingen horen er echt bij. Het wil niet meer. Het automatisme van het antwoord stuit me tegen de borst. Waar zijn mijn eigen vragen gebleven? Hoe komt het dat ik daar niet berstens vol mee zit? Als kind zal ik toch ook aan de lopende band en tot vervelens toe vragen gesteld hebben. Is die bron dichtgeslibd of is die nooit open geweest? En nu? Ik kan me als volwassen man niet verschuilen. Er is voor mij geen Manon des Sources, ik ben zelf verantwoordelijk. Kijk en luister ik zo weinig? Kijk en luister ik wel naar de juiste dingen, waar je misschien juist geen kijk-en luistergeld voor moet betalen. Of ben ik zo bezig geweest met de schijnzekerheden van dit bestaan dat ikzelf, of iemand anders, mijn vragen als onkruid heeft uitgetrokken. Maar eindelijk, ik weet het, het heeft zin, het is verfrissend om jezelf en anderen eens vragen te stellen en niet meteen je antwoorden aan te dragen.

Mijn vriendin, zowat van mijn leeftijd, heeft als jong meisje geleerd hoe gevaarlijk het kan zijn om vragen te stellen. Zeker aan mijnheer pastoor. Hem moest je vooral geen “hoe kan dat nou”vragen stellen; vragen waar het antwoord al doorheen klinkt. Dat was de duvel verzoeken, en die vinnige roodmakende oorvijg die ze jammer genoeg nooit meer heeft kunnen vergeten, maakte haar dat voor eens en voor altijd indringend duidelijk. Toen daar dan nog wat vreemde biechtvadervragen overheen kwamen, had voor haar zowel de alwetendheid als de voorzienigheid een blijvende breuk opgelopen. Ik heb het vaak moeten horen. Sommige vragen moet je wel stellen, maar die kunnen beter niet gehoord worden.
Wijsheid komt met de jaren, zeggen ze, en ik kijkt geboeid naar die negentig jarige die door de gang schravelt. Stram, stijf en opgewekt schuifelt hij met zijn driepoot naar het winkeltje. “Nou ik zet mijn beste beentjes voor hoor. Reken maar.”, zegt ie. Of “Ik ben zo jong niet meer, moet je weten”. Ik luister naar een negenennegentig jarige, die spreekt met een stem die herinnert aan de sonore orgelpijpen die hij vroeger maakte. “ Tevreden zijn is een waagstuk. Tevreden blijven is een meesterstuk!” Snotverpielekes. Een mens verandert. De liefde wordt op den duur een spel  met minder driftige aanwezigheid; meer ontvangend en met meer overgave. Ik kan stilletjes lachen om de indringend omhoog wijzende vinger waarmee Socrates vaak wordt afgebeeld. Tegenwoordig gebruiken ze de liever de middelvinger. Tijden veranderen. Als ik echt ondeugend wordt, begin ik me af te vragen hoe hemlock zou smaken. Ach, hoe serieus of speels we ook zijn of worden, we zijn niet uitsluitend players. We zijn ook nodig en ons leven heeft zin.
De laatste jaren ben ik opnieuw gaan nadenken en probeer ik mijn keurslijf en harnas van oude clichés en axioma’s los te laten. Ik probeer ook maar eens een oorspronkelijke gedachte te krijgen en dat valt niet mee, want ik begin meteen weer te delven naar antwoorden, en die 
verstikken mijn vragen. Nu, toch ben ik daar lekker mee bezig, als in een levensbeschouwelijke trance. Ik kom er achter dat ik het “Aus sich rollendes Rad” opnieuw aan het uitvinden ben. Ik heb de vraag of daar soms iets op tegen is als irrelevant van me afgeworpen en ben gewoon van Nietzsche gaan houden.