Eens per kwartaal krijg ik het blad illuster toegezonden, het alumniblad van de RijksUniversiteit Utrecht. Ik kijk dat altijd met interesse in, omdat er vaak erg goede artikelen in staan, geschreven door prominenten op elk vakgebied of ook wel interviews met excellerende wetenschappers. De interviewer beperkt zich meestal niet alleen tot het vakgebied sec, maar wil ook wel eens graag de geïnterviewden verleiden over de grenzen van hun specialisme heen te gaan. Ze komen dan op glad ijs, ze weten het zelf, maar ze praten dan toch vaak met de vertrouwde beslistheid en overtuigingskracht over deze maatschappelijk relevante zaken, die echter wel buiten hun vakgebied liggen. Zo geven theologen als Huub Oosterhuis en Hans Kuehn uitspraken over sexualiteit ten beste, in het bijzonder over homosexualiteit en pedofilie, daartoe uitgenodigd door menige handige journalist. Soms geven ze dan ook nog blijk van een ontwapenende eenkennigheid, waarbij ze de aangesneden problematiek tegemoet treden met de hun in hun specialisme zo vertrouwde redeneertrant en kennis van allerlei wetmatigheden en zo de "vreemde" problematiek als het ware overrompelen en deze binnen hun vakgebied trekken, resp. door "de lichaamsvreemde problematiek" te overspoelen. Dat klopt natuurlijk niet, maar je kunt dat best vergoeilijken, al is een weerwoord dan wel op zijn plaats, zeker als er ook politieke implicaties zouden zijn, wat soms zeer zeker het geval is. Immers het is niet zo dat de argumenten aan kracht winnen als ze uitgesproken worden door een prominent iemand.
Wetenschap op topnivo vraagt heel veel aandacht, toewijding en inzet, die doorgaans ook met passie gegeven wordt. Dat kan er licht toe leiden dat de wetenschapper met zijn diepteboringen ook steeds meer weet van steeds minder. Zo kan zich de neiging ontwikkelen om de inzichten van het eigen vakgebied te verabsoluteren. Ik kan daarom begrijpen dat Gerard 't Hooft, eminent onderzoeker in de physica en nobelprijswinnaar, in het stuk in Illuster over de natuur en de natuurwetten of juist de afwezigheid daarvan, tot de volgende uitspraak komt:
"Mijn gedachte is heel simpel: in principe worden alle processen die in ons brein plaats vinden wel degelijk door natuurwetten bepaald, maar dat maakt ze niet voorspelbaar en ook niet beheersbaar.
Daarom zeg ik: ik beschik nog steeds over een vrije wil, ook al weet ik dat alles wat er in mijn hersenen gebeurt in wezen door natuurwetten wordt bepaald."
Gerard 't Hooft is een gedreven theoretisch fysicus en heeft begrijpelijk de neiging om in alles en overal het effect van de natuurwetten te zien. Nou is hij ook bepaald niet de eerste de beste; hij heeft niet voor niets de Nobelprijs voor Physica gekregen. Die erkenning tekent hem als een eminent wetenschapper, "een outstanding scientist", iemand die door zijn onderzoek en zijn inzichten wezenlijk en op excellente wijze bijgedragen heeft aan het vergroten van onze kennis en inzicht in de wetmatigheden die aan de natuur en de werkelijkheid ten grondslag liggen. Dus doe je er goed aan om aan zijn woorden serieus aandacht te geven. Ik heb dan ook met grote belangstelling zijn artikel gelezen. Op de eerste plaats omdat de natuur, en in engere zin ook de phsysica mij boeit, alhoewel ik met name van de physica weinig kennis heb, en er weinig of niets meer van begrijp. Maar de wetenschapper die zich door het niet weten en niet begrijpen laat ontmoedigen moet nog geboren worden. Het niet weten en niet begrijpen leidt tot verwondering, motiveert tot kijken en analyseren, en gaat aan kennis en inzicht vooraf. Voila, zie daar de grondhouding van de natuurwetenschapper. En daarmee zal ik als gepensioneerd maar nog steeds gepassioneerd wetenschapper Gerard 't Hooft in zijn artikel bevragen, en hier en daar ook heel eigenwijs zelf met wat beschouwing te voorschijn komen. Ik zie al de glimlach op het gezicht van Gerard.
In het bijzonder de physica is me de laatste jaren ontglipt. Ik heb onvoldoende kennis van en inzicht in de recente ontwikkelingen. Waar ik na mijn afstuderen in de biologie in 1968 nog enige jaren het idee heb gekoesterd, tenminste globaal de physica en zijn antipode de astronomie te kunnen volgen, ben ik de laatste jaren totaal het spoor bijster geraakt. Ik heb me daarmee verzoend door te bedenken dat de physica voor een belangrijk deel zichzelf aan het herhalen is: nog weer een grotere en krachtigere deeltjesversneller, weer nieuwe splitsingsproducten, en dus weer kleinere deeltjes, die soms wel en nog vaker niet bestaan. Bij mij is het denken aan subatomaire deeltjes bij het concrete vormvaste atoommodel van Bohr, met het electron, het neutron en het proton, blijven steken. Daar kon je nog aan rekenen, tegenwoordig kun je nog alleen inschatten. De bonte verzameling aan deeltjes die nog weer daarna gekomen is, is voor mij dus een brug te ver. Nou vind ik dat eigenlijk ook wel een beetje een zorgelijke ontwikkeling. Als ik, die toch een enigszins ingewijde ben, het spoor al bijster ben, hoe moet het dan hen vergaan die ver van de natuurwetenschapsbeoefening afstaan, of die überhaupt niet het voorrecht hebben gehad te kunnen studeren en in literatuur, colleges en praktika kennis te nemen van de als maar voortschrijdende wetenschappelijke inzichten. Daaronder behoren dus ook veel van de politici die over onderzoeksgelden en onderzoeksprioriteiten, en maatschappelijk belang, moeten beslissen.
Het artikel in Illuster (nr 41) handelt over verwondering als drijfveer voor wetenschappelijk handelen, en heeft de titel: "Geen verwondering zonder verklaringsdrang". Een uitspraak die ik onmiddellijk wil parafraseren met: "Zonder verwondering geen verklaring". En daar heb je het al meteen: Gerard denkt in krachten en krachtvelden. Immers een drang is een kracht. Verwondering is mijn inziens het begin, en die behoeft als menselijke respons op de waarneming niet noodzakelijk te leiden tot onderzoek, maar kan evengoed leiden tot poezie of een gedicht in een emotionele ontboezeming. Gerard is een natuurwetenschapper en zoekt naar de wetmatigheden en de oorzakelijke mechanismen die ten grondslag liggen aan de verschillende fenomenen die zich in de realiteit om ons heen aan ons voordoen, en die door beschrijvend en experimenteel onderzoek aan ons geopenbaard kunnen worden. Hij is een theoretisch physicus, en hij houdt zich bezig met onderzoek op het meest fundamentele nivo, ver buiten het directe menselijke waarnemingsvermogen. Een submicroatomaire wereld die alleen ontsloten kan worden met behulp van uiterst gesophisticeerde en kostbare apparatuur, die doorgaans ook van enorme omvang is: hoe kleiner de deeltjes hoe zwaarder en kostbaarder de apparatuur om ze direct of indirect waar te nemen en te omschrijven. Denk maar aan de deeltjesversneller van CERN.
Om maar eens met een stevige inswinger te komen, wil ik poneren dat de hier boven geschetste uitspraak van G't H dus minstens een beetje misleidend is. Zeker waar hij nog eens herhaalt te geloven dat "inderdaad de natuurwetten in het algemeen eigenlijk allesbepalend zijn". Dat hangt er maar van af op welk nivo tussen submicrocosmos en supramacrocosmos je je denken richt. Levensverrichtingen in brede zin zijn in elk geval zeker niet bepaald door de physische natuurwetten, alhoewel ze ten diepste wel een materiele grondslag hebben. Die veronderstelling resp. bewering van Gerard is een simplificatie van de werkelijkheid. Natuurlijk is het zo dat in de diepste grond voor alle materie dus ook voor de levende materie de physische wetmatigheden gelden, inclusief die van oorzaak en gevolg. De werkelijkheid van het leven is immers in laatste instantie opgebouwd uit moleculen en atomen en wat daar achter ligt. Maar daar zit geen specificiteit noch individualiteit in, en die beide aspecten zijn nu juist kenmerkend voor het leven. De atomen, en subatomaire deeltjes in de hersenen van Gerard zijn met zijn welnemen exact hetzelfde als in die van mij. Daarin ligt zowel enige troost, als het eigenlijke probleem en daarop geeft Gerard met zijn deterministische visie op de werkelijkheid geen antwoord op. De specifieke eigenaardigheden van het leven, die het leven interessant maken, bijv. intelligentie, zelfbewustzijn, en tal van levensverrichtingen kennen duidelijk eigen regels en wetmatigheden: op het nivo van de biologie, de ethologie en oecologie, de psychologie. Je zou een vergelijking kunnen maken met een huis. Een huis is opgetrokken uit beton en bakstenen met een hoop buizen en draden, en een hele rimram van schroefjes tot deurklinken en dakpannen, allemaal keurig volgens een bestek en met uitgekiende technieken geconstrueerd, en geassembleerd, in een strakke gedetermineerde (nee, niet deterministische) ordening. Maar het huis is daarmee nog geen thuis met de kenmerkende menselijke warme, en liefdevolle huiselijkheid. Te zeggen dat de bakstenen bepalen wat er aan huiselijkheid gebeurt, is onzinnig. Maar toch vormen die wel een materieel fundament dat het gezinsleven draagt, met een grotendeels statische ordening, waarop zich het leven afspeelt, in al zijn flexibiliteit, en speelsheid. Hoe belangrijk de ordening is, blijkt als er een aardbeving plaats vindt, en de zaak in elkaar stort, zoals betreurenswaardig genoeg nu weer nu in Turkije. Dan is het leven ontregeld en ontredderd, maar niet verslagen en zeker niet liefdeloos. Een tweede metafoor in een poging om dit belangrijke punt duidelijker te maken: een van de belangrijke natuurkrachten is de zwaartekracht, ontdekt en geformaliseerd door Newton, wellicht de grootste natuurkundige ooit, en waarschijnlijk ontleed, doorschouwd en verrijkt door Gerard. Dank zij de zwaartekracht zijn wij aan het oppervlak verbonden met de aarde, in een physische verhouding die wel liefdeloos is, en beschreven is (nee, niet bepaald) door de wet van de zwaartkracht (zie Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Zwaartekracht#Formule). We vallen niet van de aarde dank zij de aantrekkingskracht van de aarde als geheel. Dezelfde zwaartekracht is, met dezelfde berekenbare wetmatigheid, bepalend voor de ordening en beweging van de planeten in banen rondom de zon, en die zijn uitgaande van de status quo verbijsterend precies voorspelbaar in tijd en plaats. Dat geldt echter niet voor ons mensen. Wij bepalen zelf waar we lopen, waar we heen gaan, wat we gaan doen. De specificiteit van ons denken, voelen en handelen heeft niets met de natuurwetten van doen. De natuurwetten hebben iets van de ezel in een tredmolen. Ik wil en kan het hier niet hebben over de wetmatigheden op het nivo van de thermodynamica en quantummechanica, en wat daar nog weer achter ligt. Daarvoor moeten we luisteren naar eminente specialisten als Gerard 't Hooft. Op dat nivo schijnen heel andere regels te gelden, en worden de eigenschappen van de materie veeleer beheerst door toeval en lijkt van enige individualiteit, specificiteit en intenti¬onaliteit helemaal geen sprake te zijn. Gerard haalt heel illustratief de kunstenaar aan die in zijn kunstzinnige uitingen een strict eigen interpretatie geeft van de werkelijkheid met een hoge mate van vrijheid ten aanzien van het werkstuk. Essentieel anders dan wat de levenloze natuur vermag. Die ligt in zijn mogelijkheden rigide vast. Alleen op grond van die rigiditeit, namelijk het vermogen uit te kristalliseren, is het Watson en Crick gelukt om door middel van Röntgendiffractie het DNA te analyseren en de opbouw in moleculaire eenheden te achterhalen. We vergeten wel eens dat het DNA in een levende cel een heel andere en dynamische organisatie moet kennen dan die kristallijne analyseerbare vorm. Op dat nivo heeft het ook geen zin meer om over het DNA op zich te praten, omdat het dan deel uitmaakt van een in hoge mate specifiek en subtiel regulerend interactiesysteem van moleculen en macromoleculen (eiwitten en RNA) structuren (membranen en organellen) en functies (bijv. enzymatische reactieketens), waarin en waarbij "recognition" een essentiele eigenschap is; heel anders, en veel ingewikkelder dan in een reageerbuis bij een of andere DNAtest. De vraag hoe een dergelijke organisatie, die zo op het eerste aanvoelen chaotisch overkomt, kan leiden tot de hoge mate van specificiteit, adaptiviteit en intentionaliteit die kenmerkend zijn voor het leven, is een groot raadsel, dat zowel bewondering als verwondering oproept. Niet voor niets dat er mensen zijn, ook (pseudo)wetenschappers, die geloven dat de mens en de hele schepping het gevolg zijn van intelligent design, en uitgedacht is en geconstrueerd is door een denkende almacht. Dit is echter geen wetenschappelijke verklaring omdat hij niet benaderbaar is. De vraag hoe het specifieke dan wel tot stand komt is machtig interessant, en wetenschappelijk zeker benaderbaar met onderzoek. Het lijkt wel zo te zijn dat "chaos", met slechts de meest fundamentele en aspecifieke kenmerken, met interacties waarbij het toeval en onbepaaldheid de hoofdrol spelen, ten diepste aan de wortel ligt van de materie en alles wat er uit ontstaan is. Het onderwerp heeft enige analogie met het ontstaan, de ontwikkeling van specifieke bouwplanpatronen uit een simpel bolletje met weinig organisatorische complexiteit, dat de eicel is. Onderzoek naar de oorsprong en het ontstaan van het heelal, waarbij deze condities lijken te gelden, begint me dit overdenkende, nog interessanter te worden. Het is verheugend dat de astronoom en natuurkundige Steven Hawkins internationaal zo bewonderd wordt en zoveel belangstelling geniet juist ook van studenten uit allerlei vakgebieden. De fascinatie die van de man uitgaat is enorm en griezelig tegelijk. Hij verbindt in zijn grote denkraam het subatomaire nivo met het stellaire en galactische nivo, op zoek naar een theorie van alles, die misschien helemaal niet bestaat. Misschien is het zelfs zo dat chaos en toevalligheid en het ontbreken van enige andere wetmatigheid de diepste grondslag vormen van ons bestaan en de kern vormen van een dergelijke theorie. Het zou kunnen dat er voor Gerard ook nog een taak is weggelegd om deze inzichten bij het publiek te brengen.
Waar het minstens duidelijk is dat op het nivo van de submicrocosmos, waar G'tH zijn inspanningen op richt, de materie onderhevig lijkt aan heel eigen physische wetmatigheden, op hogere nivo's, in de direct waarneembare materiële wereld om ons heen, zijn wel degelijk de ons vertrouwde physichchemische mechanismen en krachten werkzaam, zeg maar volgens de natuurwetten. We weten bijvoorbeeld allemaal dat processen van groei en morphogenese niet willekeurig zijn. Simpelweg gezegd, een kind lijkt op zijn ouders. Dus er zijn mechanismen werkzaam die patroonvorming en groei beheersen zelfs tot in de kleinste details. Het zal velen verbazen te horen, dat deze processen zeer geordend verlopen, en zelfs zo dat het uiteindelijke organisatiepatroon in sommige gevallen beschreven kan worden met eenvoudige wiskundige formules. De gulden snede is een bekend voorbeeld (zie Wikipedia). Uit mijn eigen vakgebied kan ik als voorbeeld aanhalen dat het aantal aan de buitenkant waarneembare celgrenzen van een 32-cellig slakkenembryo precies hetzelfde is als het aantal naden bij een leren voetbal en gerangschikt zijn in een vast aantal 5- en 6-hoeken. Merkwaardig nietwaar? Zou je 32 zeepbellen op elkaar kunnen plaatsen, dan kreeg je precies hetzelfde patroon. Veel meer van dit soort relaties waar physisch/chemische mechanismen aan het werk zijn, vindt je in het boek Wiskundeboek, Clifford A. Pickover, 2010.
Het is dus zo dat Gerard 't Hooft ten dele zeker gelijk heeft met zijn uitspraak, maar zeer zeker waar het de levende materie betreft niet in absolute zin.
.. nu ik ouder ben, en gepensioneerd, kan ik stil staan bij mijn levensvragen op het gebied van : ethiek, moraal, politiek, religie. Tijdens mijn wandelingen op smalle paadjes, vind ik de rust om daar over te mijmeren....
Posts tonen met het label ongeloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ongeloof. Alle posts tonen
dinsdag 8 oktober 2013
maandag 7 oktober 2013
Evolutie als bijgeloof
Nu er, veel aandacht uitgaat naar Charles Darwin, moeten we ook even stil te staan bij Richard Dawkins, zijn volgeling en protagonist. Waar ik de eerste bewonder om zijn originele inzichten, wijs ik de tweede resoluut af om zijn kritiekloze adoratie van dezelfde inzichten, en de verkwanseling daarvan in zijn strijd tegen "god en gebod". Oh, Dawkins staat in de belangstelling, niet om zijn inzichten als bioloog, maar omdat hij deze misbruikt als gangmaker in een "kruistocht" tegen gelovig leven. Hij doet daarmee het omgekeerde van wat de Roomse Kerk gedaan heeft tegen Galileo, maar hij maakt dezelfde fout, namelijk het door elkaar halen van twee verschillende realms: die van de ratio, de fysische wereld, met zijn natuurwetenschappelijke wetmatigheden én de wereld van de metafysica, met zijn gelovige, empathische inzichten. Het venijn druppelt uit zijn uitspraak: "Als Christus nu geleefd had, was hij atheïst geweest. Dat is hem kwalijk te nemen. Zijn standpunt is mutatis mutandis even laakbaar en kwetsend als dat van de Britse bisschop Richard Williamson, die evenmin geloof kan hechten aan wat de geschiedenis aandraagt en "die de holocaust ontkent.
Waar Dawkins zijn wetenschappelijke mondje best kan roeren, getuigt hij van onthutsend en beschamend achterlijke opvattingen over God en Geloof. Zozeer zelfs dat hij de indruk wekt persoonlijke genoegdoening na te jagen. Het is ridicuul om te schermen met uitspraken als: "Water kan niet in wijn veranderen"; "over water kun je niet lopen"; "ik heb nog nooit iemand uit de dood zien opstaan". Dat zijn immers allemaal waarheden als een koe. Het gaat in die verhalen om afbeeldingen van de werkelijkheid, die juist omdat ze niet de werkelijkheid zelf zijn, iets kunnen duidelijk maken wat niet rationeel analyseerbaar is, net zoals in de kunst. Maar we moeten wel aannemen dat hij, Dawkins, gezien zijn uitspraken een concreet beeld heeft van de god die hij zo stellig afwijst, zijn Godsbeeld. Hij houdt er dus een persoonlijk gekleurd beeld van god op na; een god met gestalte, vorm en inhoud. Professor Dawkins heeft dan dus een afbeelding gemaakt van wie en wat god is, om dan te zeggen: nee hoor, zoiets zo iemand bestaat niet. Logisch, want wat moeten we aanvangen met zo'n god van eigen maaksel, zo'n afgod. Dawkins doet dan ook net datgene waar in alle religies voor wordt gewaarschuwd: maak geen beeld van god. Sommige religies, zoals het Jodendom, verbieden dat zelfs categorisch. Een inzicht dat teruggaat op Mozes, die net afgedaald van de berg Sinai, het beeld van god dat het volk gemaakt had, dat gouden kalf, in stukken smeet. In het Jodendom wordt het heel expliciet gezegd: God (YHWH) is de altijd andere. Hij heeft zelfs geen naam, iets wat wij mensen wel hebben. Als je al niet weet waar je het over hebt, hoe kun je dan zo zeker weten dat hetgeen je niet weet niet bestaat ?
De grote fout van Dawkins is, dat hij de realiteit en het leven op eigen maat snijdt, alsof er niets meer is dan dat wat hij ziet, hoort, voelt, ruikt, en wat hij kan meten. Dat is een gevaarlijke houding want dan heb je overal een concreet antwoord op, en dat leidt vroeg of laat tot isolement en zelfverheerlijking. Immers, gevoel, aanvoelen, meevoelen wordt dan uitgesloten. Empathisch vermogen en het toelaten van vragen waar je géén passend antwoord op hebt, en ook niet zult krijgen, is een essentieel aspect van menszijn. Dawkins echter ridiculiseert gelovige inzichten en verwijst die naar fabeltjesland. Hij heeft niet in de gaten dat geloof alleen maar verstaan kan worden als mens levend in een gemeenschap, in een volk onderweg, met een geschiedenis. In de overgeleverde verhalen van dat volk over hun verlangen, strijd, mislukking, hoop, triomf werd en wordt in de grote verhalen van de mensheid, de Mahabaratha, de Thora, de Talmoed, de bijbel, de Koran iets geopenbaard dat verder reikt dan het individuele onvolmaakte, dat de kleinmenselijke kommer en kwel èn de persoonlijke gelukservaring overstijgt en opneemt; dat reikt naar het sublieme, naar het bovenmenselijke. Sprekend in en door de verhalen, daar is God. Het inzicht van Evolutie is ook op verhalen gebaseerd, namelijk het verhaal van de fossielen. Dawkins gelooft voetstuks in dat verhaal, en gelooft meer dan hij zich realiseert, en misschien meer dan hem lief is.
Nee, mijnheer Dawkins, God is zeker niet die man met baard rustend op een wolk, zoals uitgebeeld door MichelAngelo. Van het goddelijke, is geen beeld te maken, en je mag er zeker geen privébeeld van maken. Dat zou afgoderij zijn. Alleen zo kun je begrijpen dat "leven na de dood" kan inhouden dat "er voor de nabestaande(n) leven kan zijn na jouw dood", en dat je leven in het lichaam van de hele gemeenschap, "De Christus", door kan gaan en daarin door kan klinken en vruchtbaar kan zijn, zoals Paulus verhaalt." Voor macro-individualist en mega-realist Dawkins, is dat luchtledige praat; voor hem houdt alles op als hij sterft, en hij zal t.z.t. wel om euthanasie vragen, en hij zal snel vergeten zijn, omdat hij geen geloof, hoop en liefde kent.
Ik heb vooral bezwaar tegen het antireligieus fanatisme waarmee Dawkins aan de ene kant de atheïstische levenshouding verdedigt en propageert, en anderzijds op agressieve wijze met een beroep op zijn wetenschappelijke inzichten gelovig leven verkettert. Hier zou een wat meer bezonnen en vooral bescheiden beschouwing op zijn plaats zijn. Er ontbreekt nogal wat aan de evolutietheorie namelijk. Het is dan ook een theorie, dat wil zeggen geen wetmatigheid. Laten we even wel wezen, we hebben alleen een vage notie van de biochemische en biophysische mechanismen die de evolutie gedragen zouden kunnen hebben en ook nu nog zouden moeten dragen. Darwin's postulaat "survival of the fittest" is even charmant als simpel en mager, en geeft in feite, wederom in natuurwetenschappelijke zin, geen causale verklaring. Eigenlijk redeneert Darwin daarmee naar zijn doel toe. Immers hij zegt impliciet, de individuen die overblijven zullen wel het best aangepast zijn geweest, en daarom zijn ze overgebleven. Dat riekt stevig naar een kringredenering. Als je alles aanneemt, kun je alles bewijzen, hoorde ik vroeger. Op essentiële aspecten van het leven wordt helemaal niet ingegaan. Ter verduidelijking het volgende. Als je natuurlijke selectie aanneemt dan is genetische recombinatie als mechanisme voor het ontstaan van variatie binnen de soorten essentieel. De basis daarvoor is onder andere seksuele voortplanting, ten minste bij vertebaten. Nou is dat weer afhankelijk van het sexueel dimorphisme, met de prachtige fine tuning in anatomische en fysiologische maar ook karakterologische verschillen tussen de beide sexen. Waardoor zijn deze verschillen ontstaan en hoe zijn ze geëvolueerd? Niemand die daar iets zinnigs over kan zeggen. De wetenschap lijkt zich daar ook niet druk om te maken. In de verhalen van de mens, die naar antwoorden zocht, wordt met het scheppingsverhaal tenminste nog een poging gedaan. De evolutietheorie staat echter sowieso al als een dijk, wat moet je dan nog? Ik roep dan toch in herinnering dat wetenschappelijke vooruitgang alleen gewaarborgd is bij een kritisch wetenschappelijke houding van vragen, van je afvragen. Theorieën moeten gefalsificeerd worden en niet bevestigd.
=
Waar Dawkins zijn wetenschappelijke mondje best kan roeren, getuigt hij van onthutsend en beschamend achterlijke opvattingen over God en Geloof. Zozeer zelfs dat hij de indruk wekt persoonlijke genoegdoening na te jagen. Het is ridicuul om te schermen met uitspraken als: "Water kan niet in wijn veranderen"; "over water kun je niet lopen"; "ik heb nog nooit iemand uit de dood zien opstaan". Dat zijn immers allemaal waarheden als een koe. Het gaat in die verhalen om afbeeldingen van de werkelijkheid, die juist omdat ze niet de werkelijkheid zelf zijn, iets kunnen duidelijk maken wat niet rationeel analyseerbaar is, net zoals in de kunst. Maar we moeten wel aannemen dat hij, Dawkins, gezien zijn uitspraken een concreet beeld heeft van de god die hij zo stellig afwijst, zijn Godsbeeld. Hij houdt er dus een persoonlijk gekleurd beeld van god op na; een god met gestalte, vorm en inhoud. Professor Dawkins heeft dan dus een afbeelding gemaakt van wie en wat god is, om dan te zeggen: nee hoor, zoiets zo iemand bestaat niet. Logisch, want wat moeten we aanvangen met zo'n god van eigen maaksel, zo'n afgod. Dawkins doet dan ook net datgene waar in alle religies voor wordt gewaarschuwd: maak geen beeld van god. Sommige religies, zoals het Jodendom, verbieden dat zelfs categorisch. Een inzicht dat teruggaat op Mozes, die net afgedaald van de berg Sinai, het beeld van god dat het volk gemaakt had, dat gouden kalf, in stukken smeet. In het Jodendom wordt het heel expliciet gezegd: God (YHWH) is de altijd andere. Hij heeft zelfs geen naam, iets wat wij mensen wel hebben. Als je al niet weet waar je het over hebt, hoe kun je dan zo zeker weten dat hetgeen je niet weet niet bestaat ?
De grote fout van Dawkins is, dat hij de realiteit en het leven op eigen maat snijdt, alsof er niets meer is dan dat wat hij ziet, hoort, voelt, ruikt, en wat hij kan meten. Dat is een gevaarlijke houding want dan heb je overal een concreet antwoord op, en dat leidt vroeg of laat tot isolement en zelfverheerlijking. Immers, gevoel, aanvoelen, meevoelen wordt dan uitgesloten. Empathisch vermogen en het toelaten van vragen waar je géén passend antwoord op hebt, en ook niet zult krijgen, is een essentieel aspect van menszijn. Dawkins echter ridiculiseert gelovige inzichten en verwijst die naar fabeltjesland. Hij heeft niet in de gaten dat geloof alleen maar verstaan kan worden als mens levend in een gemeenschap, in een volk onderweg, met een geschiedenis. In de overgeleverde verhalen van dat volk over hun verlangen, strijd, mislukking, hoop, triomf werd en wordt in de grote verhalen van de mensheid, de Mahabaratha, de Thora, de Talmoed, de bijbel, de Koran iets geopenbaard dat verder reikt dan het individuele onvolmaakte, dat de kleinmenselijke kommer en kwel èn de persoonlijke gelukservaring overstijgt en opneemt; dat reikt naar het sublieme, naar het bovenmenselijke. Sprekend in en door de verhalen, daar is God. Het inzicht van Evolutie is ook op verhalen gebaseerd, namelijk het verhaal van de fossielen. Dawkins gelooft voetstuks in dat verhaal, en gelooft meer dan hij zich realiseert, en misschien meer dan hem lief is.
Nee, mijnheer Dawkins, God is zeker niet die man met baard rustend op een wolk, zoals uitgebeeld door MichelAngelo. Van het goddelijke, is geen beeld te maken, en je mag er zeker geen privébeeld van maken. Dat zou afgoderij zijn. Alleen zo kun je begrijpen dat "leven na de dood" kan inhouden dat "er voor de nabestaande(n) leven kan zijn na jouw dood", en dat je leven in het lichaam van de hele gemeenschap, "De Christus", door kan gaan en daarin door kan klinken en vruchtbaar kan zijn, zoals Paulus verhaalt." Voor macro-individualist en mega-realist Dawkins, is dat luchtledige praat; voor hem houdt alles op als hij sterft, en hij zal t.z.t. wel om euthanasie vragen, en hij zal snel vergeten zijn, omdat hij geen geloof, hoop en liefde kent.
Ik heb vooral bezwaar tegen het antireligieus fanatisme waarmee Dawkins aan de ene kant de atheïstische levenshouding verdedigt en propageert, en anderzijds op agressieve wijze met een beroep op zijn wetenschappelijke inzichten gelovig leven verkettert. Hier zou een wat meer bezonnen en vooral bescheiden beschouwing op zijn plaats zijn. Er ontbreekt nogal wat aan de evolutietheorie namelijk. Het is dan ook een theorie, dat wil zeggen geen wetmatigheid. Laten we even wel wezen, we hebben alleen een vage notie van de biochemische en biophysische mechanismen die de evolutie gedragen zouden kunnen hebben en ook nu nog zouden moeten dragen. Darwin's postulaat "survival of the fittest" is even charmant als simpel en mager, en geeft in feite, wederom in natuurwetenschappelijke zin, geen causale verklaring. Eigenlijk redeneert Darwin daarmee naar zijn doel toe. Immers hij zegt impliciet, de individuen die overblijven zullen wel het best aangepast zijn geweest, en daarom zijn ze overgebleven. Dat riekt stevig naar een kringredenering. Als je alles aanneemt, kun je alles bewijzen, hoorde ik vroeger. Op essentiële aspecten van het leven wordt helemaal niet ingegaan. Ter verduidelijking het volgende. Als je natuurlijke selectie aanneemt dan is genetische recombinatie als mechanisme voor het ontstaan van variatie binnen de soorten essentieel. De basis daarvoor is onder andere seksuele voortplanting, ten minste bij vertebaten. Nou is dat weer afhankelijk van het sexueel dimorphisme, met de prachtige fine tuning in anatomische en fysiologische maar ook karakterologische verschillen tussen de beide sexen. Waardoor zijn deze verschillen ontstaan en hoe zijn ze geëvolueerd? Niemand die daar iets zinnigs over kan zeggen. De wetenschap lijkt zich daar ook niet druk om te maken. In de verhalen van de mens, die naar antwoorden zocht, wordt met het scheppingsverhaal tenminste nog een poging gedaan. De evolutietheorie staat echter sowieso al als een dijk, wat moet je dan nog? Ik roep dan toch in herinnering dat wetenschappelijke vooruitgang alleen gewaarborgd is bij een kritisch wetenschappelijke houding van vragen, van je afvragen. Theorieën moeten gefalsificeerd worden en niet bevestigd.
=
maandag 23 januari 2012
Eijk en de katholieke mores
Aartsbisschop Wim Eijk. © anp
Omdat hij hardop delen van een tafelgebed meegebeden heeft, moet pastoraal werker Tejo van der Meulen worden ontslagen, vindt aartsbisschop Wim Eijk. Oh, dat is niet alleen zijn eigen mening hoor. HIj ageert hier zonder twijfel in overeenstemming met Rome, je weet wel, waar "de adelaar"woont. Mij komt zo'n opvatting over als uiterst bizar om niet te zeggen ridicule.
Het valt je misschien niet meteen op, maar zie je dat van Eijk hier met blij gemoed scherp in beeld is op de voorgrond. De lijdende Christus daarentegen hangt onscherp op de achtergrond. Dat typeert de verhouding in de kerk van nu.
Kijk, dat is nou eens een goed bericht. We hadden al lang niets constructiefs meer van deze bisschop mogen vernemen, maar nu is hij weer uit de vergetelheid gekropen, en zet hij onverdroten zijn destructieve koers voort. Wat heeft hem, deze Eijk, toch zo lang opgehouden zou ik hem wel eens willen vragen. Heb je je bezonnen op de katholieke mores? Heb je nu bedacht: "we zullen ze eens mores leren", die diakens die denken dat ze met hun beetje inzet zich alles kunnen permitteren. Die instellings-woorden zijn voorbehouden aan de celebrant, en dat is nu eenmaal een priester, en dat ben ik. Iemand die de heilige wijdingen heeft ontvangen, en zijn menselijkheid in retour heeft ingeleverd, en dat is een groot offer! Zelfs al maakt hij er een potje van, en dat doen velen van je confraters, inclusief jijzelf, dan nog zijn ze priester, de baas en zijn ze in de liturgie boven elke leek en alle twijfel verheven,
Heb je wel eerst overlegd met Rome over de te volgen koers? Kennelijk hebben jullie afgesproken de "heilige rest" nu maar eens van binnen uit op te vreten en uit te hollen. Willen jullie echt zonodig naar de harde kern van gelovigen, om met hen de kerk weer op te bouwen? Nou als jullie dat bedacht hebben zeg het dan, dat kan ons een hoop bijgeloof en ellende besparen. We wachten maar af tot voorgangers als jij eens definitief hun biezen gepakt hebben. Tot die tijd is het toch maar vechten tegen de bierkaai? O ja, nog even mijn gemoed luchten: lul!
donderdag 24 februari 2011
Richard Dawkins: evolutie als bijgeloof
Richard Dawkins, “a great
believer”
Nu er, veel aandacht uitgaat naar Charles Darwin, moeten
we even stil te staan bij Richard Dawkins, zijn volgeling en beschermheer. Waar
ik de eerste bewonder om zijn inzichten, wijs ik de tweede resoluut af om zijn
kritiekloze adoratie van dezelfde inzichten, en de verkwanseling daarvan in
zijn strijd tegen "god en gebod". Oh, Dawkins staat in de
belangstelling, niet om zijn inzichten als bioloog, maar omdat hij deze misbruikt als gangmaker in een
"kruistocht" tegen gelovig leven. Hij doet daarmee het omgekeerde van
wat de Roomse Kerk gedaan heeft tegen Galileo, maar hij maakt dezelfde fout, namelijk
het door elkaar halen van twee verschillende realms: die van de ratio, de fysische wereld, met zijn natuurwetenschappelijke
wetmatigheden én de wereld van de metafysica, met zijn gelovige, empathische inzichten.
Het venijn druppelt uit zijn uitspraak: "Als Christus nu geleefd had, was
hij atheïst geweest. Dat is hem kwalijk te nemen. Zijn standpunt is mutatis mutandis even laakbaar en kwetsend als dat van de Britse bisschop Richard
Williamson, die evenmin geloof kan hechten aan wat de geschiedenis
aandraagt en “die de holocaust ontkent.
![]() |
| Uit Wikipedia |
De grote fout van Dawkins is,
dat hij de realiteit en het leven op eigen maat snijdt, alsof er niets meer is
dan dat wat hij ziet, hoort, voelt, ruikt, en wat hij kan meten. Dat is een
gevaarlijke houding want dan heb je overal een concreet antwoord op, en dat
leidt vroeg of laat tot isolement en zelfverheerlijking. Gevoel, aanvoelen, meevoelen
wordt uitgesloten. Empathisch vermogen en het toelaten van vragen waar je géén
passend antwoord op hebt, en ook niet zult krijgen, is een essentieel aspect
van menszijn. Dawkins echter ridiculiseert gelovige inzichten en verwijst die
naar fabeltjesland. Hij heeft niet in de gaten dat geloof alleen maar verstaan
kan worden als mens levend in een gemeenschap, in een volk onderweg, met een geschiedenis.
In de overgeleverde verhalen van dat volk over hun verlangen, strijd, mislukking,
hoop, triomf werd en wordt in de grote verhalen van de mensheid, de Mahabaratha,
de Thora, de Talmoed, de bijbel, de Koran iets geopenbaard
dat verder reikt dan het individuele onvolmaakte, dat de klein-menselijke kommer
en kwel èn de persoonlijke gelukservaring overstijgt en opneemt; dat reikt naar
het sublieme, naar het bovenmenselijke. Sprekend in en door de verhalen, daar
is God. Het inzicht van Evolutie is ook op verhalen gebaseerd, namelijk het
verhaal van de fossielen. Dawkins gelooft voetstuks in dat verhaal, en gelooft
meer dan hij zich realiseert, en meer dan hem misschien lief is.
Nee, mijnheer Dawkins, God is zeker niet die man met
baard rustend op een wolk, zoals uitgebeeld door MichelAngelo. Van het
goddelijke, is geen beeld te maken, en
je mag er zeker geen privé-beeld van maken. Dat zou afgoderij zijn. Alleen
zo kun je begrijpen dat "leven na de dood" kan inhouden dat "er
voor de nabestaande(n) leven kan zijn na jouw
dood", en dat je leven in het lichaam van de hele gemeenschap, "De Christus", door kan gaan en
daarin door kan klinken en vruchtbaar kan zijn." Voor macro-individualist
en megarealist Dawkins, is dat luchtledige praat; voor hem houdt alles op als
hij sterft, en hij zal t.z.t. wel om euthanasie vragen, en hij zal snel
vergeten zijn, omdat hij geen geloof, hoop en liefde kent.
Ik heb bezwaar tegen het antireligieus fanatisme waarmee Dawkins aan de ene kant de atheïstische levenshouding verdedigt en propageert, en anderzijds met een beroep op zijn wetenschappelijke inzichten gelovig leven verkettert. Hier zou best een wat meer bezonnen en vooral bescheiden beschouwing op zijn plaats zijn. Er ontbreekt nogal wat aan de evolutietheorie namelijk. Het is dan ook een theorie, dat wil zeggen geen wetmatigheid. Laten we even wel wezen, we hebben alleen een vage notie van de biochemische en biophysische mechanismen die de evolutie gedragen zouden kunnen hebben en ook nu nog zouden moeten dragen. Darwin's postulaat “survival of the fittest” is even charmant als simpel en mager, en geeft in feite, wederom in natuurwetenschappelijke zin, geen causale verklaring. Eigenlijk redeneert Darwin daarmee naar zijn doel toe. Immers, hij zegt impliciet, de individuen die overblijven zullen wel het best aangepast zijn geweest, en daarom zijn ze overgebleven. Dat riekt stevig naar een kringredenering. Als je alles aanneemt, kun je alles bewijzen, hoorde ik vroeger. Op essentiële aspecten van het leven wordt helemaal niet ingegaan. Ter verduidelijking het volgende. Als je natuurlijke selectie aanneemt als richtinggevend principe, dan is genetische recombinatie als mechanisme voor het ontstaan van variatie binnen de soorten essentieel. De basis daarvoor is seksuele voortplanting, ten minste bij vertebaten. Nou is dat weer afhankelijk van het sexueel dimorphisme, met de prachtige fine tuning in anatomische en fysiologische maar ook karakterologische verschillen tussen de beide sexen. Hoe zijn deze verschillen ontstaan en hoe zijn ze geëvolueerd? Survival of the fittest? The fittest for what? Niemand die daar iets zinnigs over kan zeggen. De wetenschap lijkt zich daar ook niet druk om te maken. In de verhalen van de mens, die naar antwoorden zocht, wordt met het scheppingsverhaal tenminste nog een poging gedaan. De evolutietheorie staat echter als een dijk, wat moet je dan nog? Ik roep dan toch in herinnering dat wetenschappelijke vooruitgang alleen gewaarborgd is bij een kritisch wetenschappelijke houding van vragen, van je afvragen. Theorieën moeten gefalsificeerd worden en niet bevestigd (Carl Popper).
Geloven tegenover zeker weten? Dawkins verkettert geloof, en bestrijdt het alsof het een kwaad is. Maar ik heb de indruk dat waar hij zeker meent te weten hij in feite gelóóft zeker te weten, terwijl dat niet zo is. Hij gelóóft in de juistheid van de evolutietheorie; hij gelooft meer dan hij wil toegeven. O nee? Hij zegt met grote nadruk en stelligheid dat hij niet gelooft in god. Hij gelooft dus in feite niet in de verhalen die mensen en medemensen tot een gelovige levenshouding hebben gebracht. Maar hij gelooft wel in het verhaal van de evolutie. Waarom eigenlijk? Baseert hij zich op eigen waarnemingen? Of gelooft hij in het verhaal van Darwin? Ik krijg de indruk dat ook deze wetenschapper met zijn grote theorieën een “great believer” in zichzelf is. De evolutionist gelooft in de juistheid van de evolutietheorie, analoog (of moet ik zeggen homoloog) aan de gelovige die gelooft dat er een God die is bestaat. Dat zou tot wederzijds begrip kunnen leiden in plaats van wederzijdse verkettering. Zijn afwijzen van religie brengt ons terug naar de tijd van Galileo, toen het omgekeerde het geval was. In die tijd domineerde de theologie de hele samenleving, en de opkomende natuurwetenschap werd op de pijnbank gelegd van de inquisiteur. Hij doet het omgekeerde en bestempelt de gelovige levenshouding tot gezever. De twee benaderingen van mens en wereld behoren elkaar echter aan te vullen. Theologie en zijn gelovigen aan de ene kant, met de troost die religie direct en indirect biedt voor de vele behoeftigen in deze wereld, en de Natuurwetenschap met zijn beoefenaren aan de nadere kant met de progressie in het begrip van de natuurlijke grondslagen van de wereld. De twee benaderingswijzen vormen twee verschillende sferen die elkaar ontmoeten langs de omtrek van de horizon. Gelukkig beseffen we nu dat de aarde rond is, dat de horizon dus altijd op afstand blijft en onbenaderbaar is. We zullen nooit zeker weten wat er achter ligt; er blijft veel te geloven. Dawkins slaat met zijn wetenschappelijke sledge-hammer de aarde weer plat, en berooft de mens van de zin van zijn geschiedenis. Er is nog een bioloog, Frans de Waal, iemand die het plat optilt, en de wereld in zijn multidimensionaliteit opent. Hij zegt op grond van zijn befaamde onderzoek met apen: "Dit is een tijd voor empathie. Niet hoewel, maar juist omdàt we zoogdieren zijn". Ik kan zijn inzicht dat "de cerebraliteit van de mens enorm wordt overschat", en het waarom daarvan, van harte bij Richard Dawkins, en bij ons, aanbevelen (art. Knack,nr 52, 2009).
Labels:
antitheisme,
atheisme,
bijgeloof,
biologie,
Copernicus,
Darwin,
evolutie,
extremisme,
filosofie,
Galileo,
geloof,
ketterij,
omwenteling,
ongeloof,
religie,
religieus fanatisme,
Richard Dawkins
Abonneren op:
Posts (Atom)
