Posts tonen met het label cloneren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cloneren. Alle posts tonen

vrijdag 16 maart 2012

Sex een truc van de natuur 6

deel 6


De wetenschapper die zich met clonering  bij zoogdieren bezig houdt, zal wel niet geïnteresseerd zijn in het proces van de bevruchting. Er vind immers geen bevruchting plaats; die wordt omzeild; van een samentreffen tussen eicel en spermacel is daarbij geen sprakem, van liefde ook niet. Waar het proces aan natuurlijkheid verliest, wint het wel wat aan doelgerichtheid. Dat doel is  om bijvoorbeeld  van een winstgevend renpaard, een winner dus,  exacte genetische kopieën te maken en zo de goede  erfelijke eigenschappen in een volgende generatie veilig te stellen. De cloon kan ingeplant worden in een goedkope geschikte draagmoeder. Het mooie is, dat de donor alleen het genetische materiaal behoeft af te staan; de eicellen al dan niet diepgevroren komen van elders, natuurlijk wel van een uiterst gezonde merrie. De genetische donor waar het allemaal om draait, blijft zo beschikbaar voor de racerij en intussen wordt er voor nageslacht gezorgd. Het bijzonder aanlokkelijke perspectief is, dat zeker in de toekomst het mooie genenbestand van de snelheidsduivel(in)  uit stamcellen verkregen kan worden, en daar is met een beenmergpunctie gemakkelijk aan te komen. Daar moet nog wel wat aan gewerkt worden hoor, maar dat gaat zeker lukken, ook bij mensen. Doorfokken langs de traditionele natuurlijke weg, wat in principe uiteraard ook kan, is lang niet zo trefzeker voor  het behouden van goede eigenschappen, al zal dat wel veel gemakkelijker nakomelingen opleveren. Maar laten we wel wezen, dat veelgeprezen natuurlijke proces bestaat sowieso al lang niet meer, zeker niet in de stoeterij. Er is tegenwoordig geen hengst meer te vinden die nog eens een lekker nummertje heeft kunnen maken. Meestal is hij na het aftappen van wat liter sperma  op een kunstmerrie gepromoveerd tot ruin.

Reken er op dat de paring bij deze grote dieren een machtig en spectaculair iets is, maar wie is daar nog ooit getuige van geweest? Vrijwel niemand meer.  Die merrie moet echt stevig verankerd staan, en de hengst moet met vaste handen geleid worden en of de spaanders vliegen je om de oren.  De hengst moet hoe dan ook toch nog de nodige trappen incasseren. Het is daarom dat veelal KI (kunstmatige inseminatie) wordt toegepast. Dat kan met sperma van een kwaliteitshengst, die vrolijk rondstapt op de savanne in Australië. Ja hoor,  gewoon een paar milliliter afgetapt sperma diepgevroren in een buisje oversturen, nadat via internet de administratie geregeld is en klaar is Kees. Dat is dus allemaal een fluitje van een cent. De merrie merkt het nog niet eens, jij wel, in je portemonnaie. "Is ze goed in bed" durft menige snaak hier ten lande te vragen in weer een slap filmaftreksel. Nou bij ons mensen is de natuur aardig gekerstend, dus mag je blij zijn dat je niet zo'n prestaties hoeft te leveren. De paardenfokker heeft voor zijn kweekprogramma dus de keus tussen cloneren en KI. In  beide gevallen gaat hij uiteraard uit van het beste dat hij zich kan veroorloven. Het beste? Ja, dat wat in de racerij nu en straks het meest oplevert. Hier in belgie worden nog bepaalde lijnenn aangehouden puur voor de lol. Iedere rechtgeaarde Vlaming zal blij zijn bij het zien van Oud Belgische Trekpaarden, een toeristische attractie van formaat.

Gewoon lekkere stimulerende  sex, gevolgd door een natuurlijke bevruchting, is voor de voortplanting en voor het welzijn van de betrokkenen het allerbeste. De natuur vindt dat ook en heeft daar stevig op ingezet. In de loop van de evolutie van de zoogdieren is er een prachtig en doelmatig systeem uitgedokterd om bevruchting door één enkele  spermacel mogelijk te maken. Paring zorgt voor inwendige bevruchting, en  de trektocht van de spermacellen tot in de eileider selecteert de sterkste er uit. Waarom moet ik nou ineens aan de musical Hair denken? Geen idee, maar wel leuk. Dat ga ik zo eens even draaien.

Er zijn heel in de loop van de evolutie heel efficiënte afweermechanismen tegen polyspermie ontstaan,  die vrijwel met 100% trefzekerheid monospermie garanderen, dat is bevruchting door één (mono-) enkele spermacel (spermie).  Voor de natuur  is dat begrijpelijk. Wil het dier of de kudde tenminste een nageslacht krijgen. In geval van polyspermie (meer spermacellen die binnenkomen) gaat bij zoogdieren de ontwikkeling geheid mis, met een miskraam als gevolg. Dat betekent dus tijdverlies en energieverlies. Voor de kweker, de boer (varkens, koeien, geiten) of paardenfokker,  is het bovendien spannend of hij de goede eigenschappen in het nageslacht kan houden. Dat is nog een hele techniek, die soms wel en soms niet succesvol is. Daarin kunnen clonering en KI in principe soelaas bieden. Voorlopig ligt het % geslaagde clonen echter nog erg laag en clonering is dus voorlopig economisch niet zo interessant. Maar ik ben er vrij zeker van dat de rijke oliesjeiks in Saoedi-Arabië voor wie economie geen rol speelt zich daar tussen hun sexparties door wel mee amuseren.

 We moeten even bedenken dat bij de meeste diersoorten, en vooral die in het water leven, de geslachtsproducten gewoon in het water worden geloosd. Mannetje en vrouwtje hebben elkaar dan doorgaans wel eerst opgezocht en gaan dan samen op weg naar de paaiplaatsen. Uiterst boeiend is dat bij diverse diersoorten, bijvoorbeeld paling, zalm, kikkers, padden, salamanders  die paarvorming en de trek heel nauw komt. Padden trekken in de paartijd dikwijls over grote afstanden en getroosten zich veel inspanningen om naar het poeltje te komen waar ze door bevruchting ontstaan zijn, en waar ze hun "kindertijd" hebben doorgebracht.  Amfibieën kennen zeker wel paarvorming; het kleinere mannetje klimt op het vrouwtje en  houdt zich  op haar rug gezeten stevig vast. Hij heeft daar zelfs een paar eeltduimpjes voor.  Zij wandelt zo met haar pasagier naar het poeltje, zwemt het water in, en gaat op zoek naar  een geschikt plekje met oud of nieuw riet bijvoorbeeld, om haar "eieren," omgeven door een slijmmantel,  af te zetten. Het mannetje laat daar dan intussen zijn sperma overheen lopen . De bevruchting is dus bij kikkers en padden niet inwendig maar vindt buiten het vrouwtje plaats. Ik zeg nu "vrouwtje" omdat je van een moeder nu in feite niet kunt spreken. 


Sex een truc van de natuur 5


deel 5

Stel je bent een kweker, en je hebt een goede kweeklijn , zou je dan niet graag nakomelingen hebben met dezelfde erfelijke eigenschappen, en dus met identiek dezelfde genen ? Is dat niet waar elke kweker van droomt, vooral ook de dames  onder hen, die zich vaak bezig houden met de kweek van hun geliefde hondenrassen, die zo goed in de markt liggen, en, mooi meegenomen, een fortuin opbrengen. Dan zou je dat mooie dier het liefst cloneren: zorgen voor nakomelingen die identiek zijn aan dat prachtige exemplaar, of niet? Hoe moet dat dan, als cloneren praktisch niet mogelijk is? Wel, door een kunstgreep toe te passen. We vervangen  bij een aantal rijpe eicellen van een goed gastvrouwtje, de genen, dus al het eigen genetische materiaal door het genenbestand van het individu waar we zo graag kopieën van zouden willen hebben, de genenDonor en daarmee dragen we dus alle gunstige erfelijke eigenschappen van de genenDonor over op genenAcceptor. Dan zijn er twee mgelijke situaties:  het te cloneren dier kan zowel a) een vrouwtje als b) een mannetje zijn. Het gaat immers om een individu met unieke eigenschappen. De Biologie heeft ontdekt, dat het genetische materiaal  in een apart blaasje in de eicel zit, in de zogenaamde kern (nucleus). Het komt er dus op neer dat we de kern  uit de Acceptoreicel wegzuigen en vervangen door de Donorkern.  Hoe dat werkt in de praktijk? Wel, laten we allereerst kijken naar situatie a): er wordt door hormonale behandeling bij het te cloneren genenDonor-vrouwtje een aantal eicellen, versneld in rijping gebracht. Die kunnen dan uit de eierstok opgepikt worden. De behandelaar, veelal een biomedicus,  kijkt dan naar de eierstok via een beweegbare buis die langs de navel in de buik wordt gebracht, en speurt naar rijpe eifollikels (blaasjes waarin aan de binnenkant tegen de wand een rijpe eicel zit). Normal is dat er maar één, maar nu als resultaat van de hormonale behandeling zijn het er meerdere. De rijpe follikels worden leeggezogen, en de inhoud inclusief de eicel wordt in een kweekschaaltje overgebracht. In dat schaaltje zit dan dus de kostbare oogst aan hoogwaardige te cloneren eicellen. Van alk van deze eicellen wordt dan een voor een de kern opgezogen met een micropipet, om overgebracht te worden in een Acceptor-eicel waaruit de eigen kern is verwijderd. De truc is dat met een micropipet eerst de donorcel wordt aangeprikt waarna de kern wordt opgezogen. Met deze pipet, waarin dus de donor-kern zit, wordt de acceptor-eicel aangeprikt; de donor-kern wordt voorzichtig in deze eicel uitgespoten in de buurt van de kern van de acceptor. Terwijl de pipet wordt teruggetrokken wordt in één beweging de eigen kern van de acceptor-eicel opgezogen en meegenomen naar buiten. Daarmee is de omwisseling van kern voltooid.  Dat gebeurt allemaal onder het microscoop, met uiterst fijne instrumenten, waaronder een vlijmscherpe spits toelopende dunne glazen pipet, onder strikt gecontroleerde druk en zuigkracht, en onder steriele omstandigheden. Afijn, er komt dus nogal wat bij kijken, maar er komt nu dus geen spermacel meer aan te pas. Het mannetje is buitenspel gezet. Nou, dank u wel. De nieuwste ontwikkeling is dat er als donormateriaal gebruikt gemaakt kan worden van de kern uit gewone lichaamscellen van het te cloneren dier (of mens). Dat betekent uiteraard minder belasting voor de kostbare dieren die uiteraard  niet voor niets gecloneerd worden. In geval b) is het eenvoudiger want dan wordt uitgegaan van een stamcel (nee, niet spermacel!) van het te cloneren dier (een mannetje dus) waaruit de kern wordt vrijgemaakt en vervolgens in een ontkernde acceptoreicel wordt  ingebracht.
En  werkt dit? Nou en of, jammer genoeg wel, volgens velen. In feite is het al een oude methode die met enig succes al toegepast is bij een scala van (dier)soorten, van muis tot mens!! Bij de mens zijn langs deze weg geactiveerde eicellen met hun nieuwe DNA tot ontwikkeling gebracht, maar de wetenschappers hebben niet verder willen gaan dan tot  het moment net voorafgaand aan de innesteling in de baarmoederwand. Op dat het stadium  werd de "zwangerschap"  afgebroken, uit vrees voor allerlei ethische complicaties. Als je het volgende artikel leest in Wikipedia, dan kan je de schrik om het hart slaan (hier kun je ook in een schema zien hoe het gaat:
De winst met cloneren is dat het kostbare uitgangsmateriaal, bijvoorbeeld een renpaard, niet zwanger behoeft te worden maar in de running kan blijven, en winst oplevert, en bovendien veel meer nakomelingen kan krijgen dan langs natuurlijke weg het geval zou zijn geweest. Uiteraard treedt er ook een verjongingseffect op. Bij een één-eiige tweeling (strict genomen geen cloon!) zijn de nakomelingen even oud, bij clonering zit er een generatie tussen. Het is allemaal nogal praktisch, immers in diepgevroren toestand kunnen embryos die door clonering zijn  verkjregen, bewaard worden en over de hele wereld verhandeld worden.
Ikzelf was verbijsterd om te lezen hoezeer we al gewend zijn aan het cloneren van dieren en hoe het economisch gebruik van gecloneerd materiaal reeds onze samenleving is binnengedrongen. In Amerika mag langs deze weg verkregen voedsel, plantaardig maar ook dierlijk, zo in de schappen komen, zelfs zonder label.
Je kunt er donder op zeggen dat het ook in onderzoek aan de mens niet bij inleidende experimenten zal blijven. De mens  wil nou eenmaal manipuleren, ook op genetisch vlak. Het griezelige is dat er in de toekomst zeker ook genetische constructen gemaakt zullen worden met bepaalde aantrekkelijke genen. Dat is evolutie door middel “van de reageerbuis”. Voor menig malafide wetenschapper zal het een enorme verleiding zijn om bij de mens "clonering" verder  te gaan ontwikkelen en toepassen. Mogelijkheden voor verbetering van de techniek liggen voor de hand en zullen zeker opgepakt worden. De verleiding is des te groter omdat er naar verwachting in principe in een bepaald voorlopig klein percentage van de gevallen een normale ontwikkeling plaats vindt. De cloon zou dus genetisch identiek zijn aan de (stam)celdonor, al is er uiteraard wel een  leeftijdsverschil van minstens een generatie. Hoe? Ja, natuurlijk, ik zei het al, de donor (man of vrouw) en de draagmoeder zijn volwassen mensen, inmiddels laten we zeggen zo rond de 25 jaar oud, terwijl de genetisch identieke cloon nog geboren moet worden. Het genetisch geconstrueerde en gemanipuleerde materiaal zal verschrikkelijk goed lijken op de genendonor(man of vrouw), maar wordt daarin toch nog overtroffen door een eeneiige tweeling. Die zijn werkelijk 100% genetisch identiek aan elkaar. Uit onderzoek blijkt, en elk ouderpaar kan dat beamen, hoezeer de telgen van een tweeling zelfs in spraak, houding, gedrag en eigenschappen als intelligentie aan elkaar gelijk zijn. Zo'n eeneiige tweeling is bij  mens en dier gemakkelijk te maken, door het embryo op een jong stadium gewoon voorzichtig in tweeen te splitsen; beide helften kunnen ontwikkelen en een normaal individu opleveren, maar dat is geen cloon. Van cloon spreken we als de geconstrueerde nakomelingen ontstaan uit een volgroeid, respectievelijk volwassen individu. In principe kunnen er van een volwassen individu (man of vrouw) met behulp van een draagmoeder en een eiceldonor langs deze weg een onbeperkt aantal genetisch (vrijwel) identieke individuen voortgebracht worden, die naar believen door de "master " opgevoed en gevormd zouden kunnen worden. En, moeten we daar blij mee zijn? Nou nee, integendeel, en ik hoop dat de ontwikkelingen in deze thematiek nauwgezet en zeer kritisch gevolgd zullen blijven worden door ons mensen uit de samenleving maar ook door de voor wetenschapsbeleid verantwoordelijke politici, zodat we als samenleving niet ineens geconfronteerd kunnen worden met de producten van een zieke Faust-geest. Voortplantingsproducten die in alle opzichten normale en ook gezonde mensen kunnen zijn, maar met een wel zeer merkwaardige gedetermineerde, wellicht geïndoctrineerde, wordingsgeschiedenis. We weten dat het genenbestand ook mede bepalend is voor karakter en eigenschappen. Het is niet slechts science fiction hoor, en een horror scenario a la "Brave New World" van Aldous Huxley ligt nog steeds op de loer.

dinsdag 17 januari 2012

Sex: een truc van de natuur 3


Nou heb ik het al een paar keer gehad over de zaadcel terwijl die term inhoudelijk gewoon niet klopt. Maar hij is nu eenmaal ingeburgerd. De term stamt uit de tijd van Anthony van Leeuwenhoek, die de opvatting was toegedaan dat bij de voortplanting de man een zaadje plant in de vrouw, analoog aan de boer die zaad plant in zijn akker. Vraag je waarom dat fout is? Nou, een zaadje zoals van de zaaier in de parabel: "een zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien",  is in feite een minuscuul nieuw plantje, dat ontstaan is uit een bevruchte eicel. Eicellen;  bevruchting? Is dat dan ook zo bij planten?  Ja hoor.  Bevruchting is een onderdeel van de geslachtelijke voortplanting en die vind je door de hele natuur heen. Ja, inderdaad, we zijn weer niets bijzonders, ook al zijn we anders. Er bestaat trouwens ook ongeslachtelijke voortplanting,  zowel bij  planten als bij dieren. Daarbij  krijg je een genetisch identieke nakomeling, een cloon dus. Clonen zijn bij planten een doodgewone zaak, en komen daar ook langs natuurlijke weg voor; een spruitje is een cloon. Soms levert dat ons een lekkernij op, zelfs heel lekker met een lapje ontbijtspek, of houd je niet van spruitjes? In de moderne kwekerijen worden de beste planten ongeslachtelijk voortgeplant, vanuit losse cellen die zijn verkregen door een moederplant als het ware uit te schudden.  In een geschikt kweekmedium ontstaat uit elke losse cel een nieuw plantje. Met wat zorg groeit daar een nieuwe gezonde plant uit met alle gunstige eigenschappen van de moederplant. Slim hè! Cloneren, is in de tuinderij  dus een profijtelijke praktijk, en begint echter ook in de dierenwereld opgang te doen. Cloneren van een mens kan in principe ook, maar  is strijdig met de regels van de ethiek. "Waarom eigenlijk?"  "Daar zullen we het onvermijdelijk nog over moeten  gaan hebben."  Als dit topic zo gevoelig ligt,  kun je al vermoeden dat geslachtelijke voortplanting  iets heel fundamenteels moet zijn.  En, dat is ook zo, want daardoor krijg je genetische variatie in de nakomelingen, de basis van de evolutie. De  bijdrage van de spermacel bestaat er in dat hij zijn chromosomale inhoud aan de eicel overdraagt en deze zo, wat betreft het aantal chromosomen, completeert ( van 24 naar 48). Wat een chromosoom voor iets is? Chromosoom betekent letterlijk niets meer dan "gekleurd lichaampje".  Ze zijn dan ook in de cel zichtbaar te maken met bepaalde kleurstoffen, maar ze zijn alleen zichtbaar, kort voor en tijdens de celdeling, als ze een compacte vorm verkeren. Ze zijn immens belangrijk, want ze dragen de erfelijke eigenschappen, die  vervat zijn in het DNA, zoals bijvoorbeeld de kleur van de ogen. Maar verder ook alle andere erfelijke eigenschappen, zowel de  goede (afkomstig van de vader, haha) en de slechte (ehh, afkomstig van de moeder, hihi), dus alles waarin het kind lijkt op de ouders, plus alle eigenschappen die ons als mens onderscheiden van de andere levensvormen als bijvoorbeeld een  kakkerlak.  Maar ook minder voor de hand liggende eigenschappen als het vermogen om weerstand te bieden tegen bacteriële infecties. .
 Oké, spermacel dus. Wat ik hier allemaal vertel is uiteraard niet zo maar uit de lucht komen vallen. Dat wordt duidelijk als je in de oude handboeken, ja die bestaan nog steeds, leest hoe hier vroeger over gedacht werd. Toen was men niet gehinderd door veel feitenkennis, en konden de wetenschappers er goed op los leuteren. Omvangrijke theorieën werden opgesteld op basis van pietepeuterige constateringen. Maar meer was er toen eenvoudig nog niet. Alsof het de Talmoed betrof, praatte men elkaar na, en becommentarieerde elkaars theorieën. Voor de babbelkonten onder ons, zoals ik, waren dat gouden tijden.  De Nederlander Anthony van Leeuwenhoek, zie je wel weer een Nederlander, was een van de eersten die de handen echt uit de mouwen stak en met nieuwe concrete waarnemingen kwam die hij deed met een eigenhandig in elkaar geknutseld,  allerliefst microscoopje, in zijn ogen een fantastisch ding natuurlijk. Heb je het door? Science kan verder komen, als ze gebruik weet te maken van de vondsten in andere wetenschapsgebieden en uit de techniek. Zo is het nu nog. Ga maar eens na wat er aan kennis en vaardigheden bij elkaar is gebracht bij de ontwikkeling van de ruimtevaart. Anthony had een droom. Hij  hoopte met zijn microscoopje nieuwe microscopisch kleine levensvormen te kunnen ontdekken, bijvoorbeeld in slootwater, die te klein zijn om met het blote oog waar te nemen. Hoe komt zo iemand op het idee nietwaar? Toen hij die inderdaad eenmaal in de vorm van pantoffeldiertjes en andere zogenaamde Protozoa ontdekt had, was het hek van de dam. Alles gingen ze onderzoeken, en, oh schrik voor de Kerk, dus ook sperma.  Zo werd de spermacel ontdekt, een levend iets bestaande uit een kop en een lange zweepstaart en daarmee was het afgelopen met het onschuldige gedoe, van:  het is allemaal jouw schuld. De man draagt aan de bevruchting wel degelijk meer bij dan een steentje, ja, miljoenen spermacellen. Zie daar als vrouw maar eens aan te ontkomen. Dat lukt dus niet, er is er altijd wel een spermacel die haar aanvankelijke barrières weet te overwinnen. Die barrières zitten er trouwens alleen aan het begin van het geboortekanaal, namelijk in de vagina waar een zuur milieu heerst. Ja dat klinkt raar, ik weet het, maar het is waar. Dat zure milieu is verder heel belangrijk want het biedt bescherming tegen allerlei ongewenste indringers (bacteriën, en parasieten als Chlamydia), wat niet wil zeggen dat hygiëne overbodig is. Normaal gesproken wordt die barrière bij de copulatie (het vrijen dus) gepasseerd. Daar dient de penis voor heren, en eigenlijk nergens anders voor dames.
Anthony ontdekte dat er in sperma precies zo'n diertjes zitten als in slootwater; dezelfde "diertjes" met kop en  met zweepstaart die hij op en neer kan zwiepen waardoor het zich met een behoorlijke gang, relatief gezien dan, naar voren kan stuwen. Inderdaad lijken die twee sprekend op elkaar, maar er is uiteraard een essentieel verschil tussen. Een flagellaat  (zweepdiertje) zou nooit een eicel kunnen bevruchten. Bevruchting kan in principe uitsluitend plaats vinden door interactie van de geslachtscellen binnen één en hetzelfde genus (genus mens bijvoorbeeld). Je zou misschien wel een aap en een mens kunnen kruisen, ah jasses, ga in je hok jij, maar ik voorspel je, dat er geen normale nakomelingen uit voortkomen. Ehh, wat een gelul, maar het moet toch even gezegd worden. Spectaculair voorbeeld is uiteraard de muilezel; een dier dat onvruchtbaar is, maar dat verder gezond en wel door het leven kan. Zo zie je dat het bij aanverwante soorten lang goed kan gaan, maar tenslotte gaat het dan toch bij de voortplanting mis. Als dat bij de mens ook zo zou zijn, dat zouden we in de toekomst het ergste te vrezen hebben. Dat zou immers kunnen leiden tot tweederangs burgers; een soort natuurlijke eunuchs dus? Nee, want die zouden wel kunnen paren, iets wat een eunuch niet kan. Oh, je denkt dat mensen niet tot zoiets in staat zijn? Er zijn al ergere dingen vertoond door niets ontziende dictators. In Amerika werden nog niet zo lang geleden slaven gefokt. Ja, ik weet het, dat klinkt cru, maar is daarom niet minder waar. We moeten dus wel blijven opletten, om malafide wetenschappers af te blokken. Er zijn er in deze tijd ongetwijfeld onderzoekers  die dit experiment maar al te graag als eerste zouden willen uitvoeren, als ze dat al niet gedaan hebben. Door IVF kan dat immers snel en gemakkelijk uitgevoerd worden. Ik ga er daarom zonder meer van uit dat er al van alles geprobeerd is. Maar durf je voor het front van wetenschap en samenleving te verschijnen met de resultaten? Dan moet je toch gewetenloos iemand zijn en veel lef hebben.
  

Sex: een truc van de natuur 4


Deel 4

Anthony was een zogenaamde animalculist.  Hij nam aan dat er in de spermacel een minuscuul mensje zit, hij heeft daar zelfs kijkend door zijn microscoopje tekeningen van gemaakt. Dit "zaadje"  zou  volgens zijn redenering door de man bij het vrijen in de vruchtbare "grond van de baarmoeder" worden geplant, naar analogie van wat men in de natuur waarnam en op de akker uitvoerde. Het micromensje zou volgens de toen aanvaarde theorie in de baarmoeder alleen maar hoeven uit te  groeien tot een baby en dan verder na de geboorte tot een mens.  Het nieuwe mensje zou dus in het zaadje in het klein al volledig voorgevormd aanwezig zijn. Aardig bedacht hoor Anthony, alleen klopt het niet met de werkelijkheid. Wat heeft men dan vroeger gedacht bij het zien van premature miskramen, die er in de ogen van de leek best heel bizar kunnen uitzien, maar die volstrekt normaal kunnen zijn. Daar hebben ze het ongetwijfeld moeilijk mee gehad. Het is niet gemakkelijk in te zien dat zo'n foetus een stadium representeert in een proces van ontwikkeling, van voortdurende verder gaande  vormverandering. Wat zeg je? Vind je dat allemaal maar belachelijke veronderstellingen van die zogenaamde geleerden?  Hoe hebben ze het weten te verzinnen? Maar moet je je nou eens even voorstellen: er was in de dagen van AvL nog vrijwel niets bekend, en men probeerde in de wetenschap toch tot begrip te komen en tot een antwoord op essentiële vragen: "Hoe is het leven begonnen? Waar komen we vandaan?" Het Scheppingsverhaal bood ook geen houvast. Immers zowel Adam als Eva werden als volwassen mensen in het Paradijs en op de wereld gezet, en dat mesten wij katholieken ook nog maar geloven ook, op straffe van excommunicatie.  Als je dat eenmaal aan je broek had, dan kon je het verder wel schudden, ook maatschappelijk.  
Men kon zich niet voorstellen dat zoiets ingewikkelds als een menselijke baby, uit het niets ontstaan zou kunnen zijn. De baby moest dus al in het ei gezeten hebben, zoals een kuiken ook voorgevormd lijkt te zijn in het (kippe-)ei. Hoe die daar dan gekomen was, hé, "ja, wil je even niet zo moeilijk doen? Een probleem tegelijk is wel genoeg hoor."
Tegenwoordig weten we heel zeker dat er geen micromensje  in het eitje zit, en ook niet in de spermacel. Elk nieuw individuutje ontstaat door een proces van geleidelijke omvorming uit een tamelijk simpel geheel, een bolvormig  eitje namelijk, met ogenschijnlijk vrijwel geen vorm of structuur. Hoe dat mogelijk is?  Ja, goeie vraag! Dat is ook het subject van mijn eigen onderzoek geweest gedurende vele jaren. Ik kan je met de hand op het hart zeggen, dat de eicel er alleen als een eenvoudig bolletje uit ziet met het blote oog, maar zeer is toegerust. zowel structureel als functioneel, met het vermogen te ontwikkelen, zich om te vormen met ingrijpende vormveranderingen waarbij het bolletje qua aanzien geleidelijk verandert in een embryo, dan een foetus wordt en vervolgens uitgroeit tot een mensenkind. Alles met ingrijpende veranderingen in vorm, structuur en functie. Bij de mens ziet het embryo er al echt helemaal uit als een minimensje na zowat drie maanden. Ja hoor, omdat je de foetus dan herkent als klein mensje, kun je er wel zeker ook echt van gaan houden, al is het pas levensvatbaar in de zesde maand.
Terug! Wat gebeurt er nu eigenlijk op het moment van samentreffen tussen spermacel en eicel? Nou, heel wat anders dan wat er zo vaak voorgeschoteld wordt. Wij spreken over penetreren, binnendringen, erin wringen, in feite allemaal nogal agressieve termen. Eigenaardig, maar de natuur zelf is totaal anders. Nou weet menig meisje dat die macho van haar bij het liefdesspel eerder een softie is, die soms zelf besprongen wordt door allerlei zich opdringende frustraties, gepaard met een hoop emotionaliteit.  Ja dat krijg je als je bij het vrijen een tijdje vertoeft op de diepere lagen van je mens zijn, waar je het nou eens even niet in de hand hebt ook jezelf niet. Menige jonge meid zal zich dan afvragen waar ze in 'shemelsnaam aan begonnen is. Maar is er een weg terug? Niet straffeloos. Dat zou je ook kruim kosten. Jammer dat het machogedoe zich in de tegenwoordige tijd langzamerhand lijkt te verplaatsen van die toch wat aarzelende jongeman, zo stoer als hij ook wil overkomen,  naar de zelfbewuste jonge vrouw, die veel liever wil paardje rijden dan knuffelen; die zoals het heet, voor zichzelf durft op te komen.  Als ik je nou vertel dat de eicel op het naderen van die ene bevoorrechte spermacel reageert met het vormen van tere vingerachtige uitstulpingen aan haar oppervlak (denk er aan: de eicel is een bolletje), die tastend naar de spermacel reiken en hem omsluiten, en lijken te omhelzen in een hartelijk welkom, om zich dan weer te verkorten en terug te trekken, om in een en dezelfde beweging de spermacel mee naar binnen te nemen. Het is een beetje poliepachtig maar je hoort haar bijna zeggen: "Kom maar jongen, kom maar bij mij, je bent de mijne en ik zie je graag." Ik heb dit als bioloog zelf op een van de wetenschappelijke films gezien, onvoorstelbaar hè, hoewel ik er niets bij gehoord heb. Ik heb het ook bevestigd gezien in "high resolution" foto's, gemaakt onder de elektronenmicroscoop (vergroting 100000x en meer). Is dat niet een heel ander beeld dan wat wij er in onze toch nog altijd masculiene samenleving op na houden?  De indruk die ik bij het zien van deze film van  het hele  gebeuren kreeg is er een van tederheid en zorg.
Die zorg is er ook tijdens de reis van dat leger van spermacellen naar omhoog, richting eileider. Er blijken langs het oppervlak van de eileider, wat in feite een buis van levende cellen is,  een soort rustplaatsen te zijn,  waar de spermacellen even kunnen aanhechten, even op verhaal kunnen komen, en mogelijk ook nieuwe energie kunnen opdoen, om daarna hun tocht te vervolgen. Nog steeds zijn het er veel te veel, maar er zullen er nog een hoop afvallen. Niet erg, want er is er immers maar één nodig, de snelste zwemmer. Dat is dan ook tegelijk het enigste criterium dat de natuur aanlegt voor zijn kwaliteit. Een beetje mager vind ik dat wel, echt weer macho. Sterker nog, er moet absoluut voorkomen worden dat er meer dan één bij de eicel naar binnen komt. Dit is dus even een riskant moment. Als er toevallig op  twee  plaatsen op die bol die de eicel is tegelijk een spermacel arriveert en contact maakt, dan is de kans groot dat het fout gaat, omdat de eicel dan ook op die plaats zal reageren, en een spermacel naar binnen zal halen,  waardoor er dus teveel chromosomen binnen zouden komen. Dan zal de eicel misschien wel geactiveerd worden om te gaan ontwikkelen, maar dan gaat het al snel mis, waarschijnlijk al bij de eerste celdeling door een  teveel aan chromosomen. Over de celdeling en wat dat leert over individualiteit de volgende keer.